Het gijzeldrama op de Olympische Spelen van 1972 in München betekende een keerpunt in de terrorismebestrijding, ook voor Nederland

Kogelgaten, een uitgebrande helikopter en zestien doden: de Olympische Spelen van 1972 in München eindigden in een slachting. Op die zwarte septemberdag vijftig jaar geleden verloor Europa zijn onschuld op terrorismegebied. Meteen werden overal speciale eenheden opgetuigd tegen dit soort wandaden. Ook in Nederland. Marinier Roy Spiekerman, toevallig bezoeker in München, moest de eerste Nederlandse terreurbestrijdingsdienst op poten zetten.

Roy Spiekerman van Weezelenburg schrok zich rot toen hij het bevel kreeg om een antiterrorisme-eenheid op te zetten. „Ik stond met mijn oren te klapperen.”

Roy Spiekerman van Weezelenburg schrok zich rot toen hij het bevel kreeg om een antiterrorisme-eenheid op te zetten. „Ik stond met mijn oren te klapperen.”

Een mislukking. Anders valt de Duitse reactie op de gijzeling in de nacht van 4 op 5 september 1972 niet te omschrijven. Scherpschutters bleken ongetraind, politiemannen misten goede spullen, een aanvalsplan werd op het nippertje afgeblazen en een slachtpartij was het eindresultaat. Elf atleten en officials van de Israëlische ploeg stierven. Plus drie daders.

Nieuws

menu