Componist Willem Stoppelenburg uit Meppel: ‘Dit is mijn laatste grote werk’

Componist Willem Stoppelenburg (78) uit Meppel is niet voor een gat te vangen. Nu de pandemie voortduurt en de uitvoering in volledige bezetting van zijn fonkelnieuwe en ambitieuze compositie Erasmus, een humanistisch oratorium onmogelijk maakt, is er zaterdag toch een première. In uitgeklede bezetting. ,,Dit is mijn laatste grote werk.’’

'Erasmus', een humanistisch oratorium, is het laatste grote werk van componist Willem Stoppelenburg.

'Erasmus', een humanistisch oratorium, is het laatste grote werk van componist Willem Stoppelenburg. Foto: Corné Sparidaens

Een periode van vertwijfeling. Zo omschrijft componist Willem Stoppelenburg (78) uit Meppel de tijd die hij doormaakt sinds hij het werken aan zijn compositie Erasmus na meer dan twee jaar heeft afgerond. ,,Die tijd duurt totdat het werk is gespeeld en ik een opname heb kunnen beluisteren. Dan pas hoor ik het van de buitenkant en kan ik horen wat het is geworden.’’

Kleine bezetting in plaats van flink koor en orkest

In zijn hoofd hoort hij de bijna twee uur durende compositie, een humanistisch oratorium, al wel. Met zoals door hem bedacht een flink koor en een orkest. Maar helaas, vooralsnog zal Stoppelenburg (Berkenwoude, 1943) het moeten doen met de opname die de Concertzender en RTV Meppel maken van de première in de Grote Kerk in Meppel.

En omdat een grootschalige uitvoering er voorlopig niet inzit, verkleinde Stoppelenburg de bezetting tot een hanteerbaarder formaat van strijkkwartet, orgel, piano, vier solozangers en vier leden van de Kölner Vokal Solisten. ,,Een mini-uitvoering vind ik wel een goede benaming. Niet in omvang, maar in bezetting.’’

Autodidacte componist


Stoppelenburg studeerde piano, viool, schoolmuziek en orkestdirectie aan het conservatorium in Groningen, dirigeerde daar onder meer het studentenorkest Bragi en een oratoriumkoor in Assen. Als autodidacte componist − ,,ik ben inderdaad geen volgeling van een compositieleraar’’ − leverde hij omvangrijke werken af, zoals de opera’s Salto Mortale (naar een libretto van Belcampo) en Het Uitval (over Van Gogh). In de jaren 90 dirigeerde hij het Nederlands Filharmonisch Orkest tijdens een uitvoering van zijn eigen Westerbork Symfonie en ontving hij de Culturele Prijs van Drenthe.

Dat Stoppelenburg zich, ondertussen op respectabele leeftijd, nog eens waagde aan het schrijven van wat hij een structureel werk noemt, is te danken aan het verzoek dat hij ontving van de Koninklijke Oratorium Vereniging Middelburg. Zijn zingende dochters Charlotte en Josefien waren in Zeeland een paar keer als solist ingehuurd. Van het een kwam het ander.

,,Of ik niet een requiem wilde schrijven. Ik dacht, dat moet ik maar niet doen, dan wordt het er een voor mezelf. Maar ik had wel zin een verhalend muziekstuk te schrijven over een bekende figuur. En er zijn wel stukken van Erasmus op muziek gezet, zoals Lof der Zotheid en De Klacht van de Vrede , maar er was nog geen omvattend oratorium over deze grote figuur uit de Nederlandse geschiedenis gemaakt.’’

Voorpresentatie in het Stedelijk Museum Meppel

Tijdens de voorpresentatie in het Stedelijk Museum Meppel, anderhalve week geleden, verrast Stoppelenburg zichzelf als hij achter de piano zit. ,,Die componist heeft het me niet gemakkelijk gemaakt, dacht ik. Maar ik heb geleerd een innerlijke scheiding aan te brengen tussen het componist zijn en het uitvoerende zijn.’’

Zijn dochter Charlotte, alt-mezzo, begeleidt hem als hij in de trouwzaal enkele stukken laat horen. Tussendoor geeft hij uitleg en de pakweg twintig aanwezigen − ,,een klein klasje’’ − bladeren door het libretto dat hij eigenhandig samenstelde na bestudering van Desiderius Erasmus (Rotterdam, 1466–Bazel, 1536). Hij was vooral onder de indruk van de biografie die Stefan Zweig schreef. ,,Erasmus was een onwettig kind van een priester, dat kon toen nog. Zijn vader en moeder bezweken allebei aan de pest.’’ Over pandemieën gesproken.

Gedachtegoed van Erasmus

In het tekstboek legt Stoppelenburg uit dat hij zich dankzij zijn vrijzinnig Nederlands-hervormde achtergrond wel enigszins kan identificeren met het gedachtegoed van, in zijn woorden, deze grote 16e-eeuwse noordelijke christen-humanist. Dat hij de geboortestreek deelt met Erasmus schept ook nog een band. ,,Ik zie hem vooral als een scherp denker en een publicist die de mensheid een spiegel voor wilde houden en als pacifist de wereld wilde verbeteren.’’

Stoppelenburgs oratorium moet na de première de wijde wereld in, het moet een eigen leven gaan leiden. ,,Dat is inderdaad een diepe wens.’’

Hoe de toekomst van het werk eruitziet, is gezien de huidige omstandigheden moeilijk te voorspellen. Wie weet lukt het volgend jaar in Gouda, als wordt gevierd dat het 750 jaar geleden stadsrechten kreeg; het plaatselijke Erasmusgenootschap maakt zich er al hard voor.

De componist vreest dat het nog wel even duurt voor de koren, die lange tijd helemaal niet konden repeteren, weer op niveau zijn. ,,Die korencultuur heeft wel een klap gekregen. In de klassieke sector moeten we het ook van de wat oudere mensen hebben, dat is grotendeels ons publiek. Maar ik merk dat die groep nog wat huiverig is om samen te komen.’’

Première

De première van 'Erasmus, een humanistisch oratorium' van Willem Stoppelenburg vindt zaterdag 28 augustus vanaf 15.00 uur plaats in de Grote Kerk in Meppel. Vanwege de beperkende coronamaatregelen is in de kerk plek voor 120 bezoekers.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu