Afstervende mainstream en doorbrekende niches

Buitenbeentje Andrea Belfi in actie tijden een drumsolo van drie kwartier. Foto: Siese Veenstra

Het doel van ‘showcase’-festival Eurosonic is om Europees talent, liefst van buiten de toch al dominante Angelsaksische hoek, door het continent te doen circuleren.

Op ‘mainstream’-niveau, dat van radio en hitlijsten, valt er nog wel een wereld te winnen. Maar in de verschillende niches, op underground-niveau, is dat een heel ander verhaal.

Daar is die uitwisseling allang een feit. Daar toeren de underground-bands en de experimentele acts al tijden tot ver over de landsgrenzen, op obscure podia en fijnproeversfestivals. Terwijl die mainstream verkruimelt en afsterft waar je bij staat, kijk maar naar de tuimelende luistercijfers van radiostations als 3FM (belangrijke partner voor Eurosonic Noorderslag). De helden die uw kinderen massaal aanklikken op YouTube zeggen u niks meer, tot ze zich gaan misdragen tenminste. En Kensington mag hier nog zo veel Arena’s voltrekken, het buitenland zit niet zo op zulk soort confectierock met accent te wachten.

Buitenbeentjes

Dan liever de buitenbeentjes met karakter. Zo stond de Zwitserse black-metal-meets-gospel-act Zeal & Ardour, gister en eergister op Eurosonic vorig jaar al op prachtfestivals Le Guess Who? en Roadburn. Veel dichter bij erkenning en relatief succes kun je in die niche niet komen, al komt de houdbaarheidsdatum van deze gimmick-achtige aanpak wel in zicht.

Audn, black metal uit IJsland in zwarte Interpol-pakken, stond ook al op Roadburn, maar werd door het IJslandse equivalent van Buma Cultuur (organisator van ESNS) ook weer potent genoeg bevonden om als een van een handjevol acts hierheen afgevaardigd te worden. Met recht. Want op het eerste gehoor mogen ze een pot oorsplijtende teringherrie neerzetten, er schuilt een groot raffinement in hun geluid - een zeker gevoel voor ruimte, verdekt opgestelde melodieën. En hoor ik dat goed? Ja echt! Men zingt in de IJslandse moedertaal.

Denemarken

Goss, uit focusland Denemarken, zingt gewoon in het Engels, en verder schiet het ook niet zo op met hun verder wel speelse elektronische pop. Dat is minder een niche tegenwoordig en op zich een betere manier om vanaf het continent zoden aan de dijk te zetten dan met de aloude rocksjablonen, zoals de Duitse Krautrockgeneratie van vier, vijf decennia al wist. Maar doe het dan goed.

Ayia, wederom uit IJsland, kiest voor dezelfde taal. Het kan verbeelding zijn, maar het is of er toch iets ijzigs, en dus iets eigens doorklinkt in hun enigszins mistige triphop-variant. IJl, abstract, intrigerend en hemelsmooi gezongen. Maar hoe zou dit in het IJslands geklonken hebben, vraag ik me af. Waarom dat Engels, wie wil zoiets nou per se verstaan, wie gaat zulke teksten nu analyseren – zeker in een live-context?

Drumsolo van drie kwartier

Dat we ooit nog eens vol ontzag zouden kijken naar een drumsolo van drie kwartier, het ligt niet voor de hand en zeker niet op Eurosonic. Maar het is de tegenwoordige tijd en Andrea Belfi krijgt het voor elkaar, ook al door een fijnzinnig gebruik van allerlei gradaties elektronische vervorming. Bekkenslagen vallen uiteen in fonteinen van geluidsdeeltjes, snaredrums worden per echo vermenigvuldigd. Het neigt verdorie naar geluidskunstige avantgarde. Dat dit soort buitenbeentjes op Eurosonic steeds meer emplooi vinden is een gunstig teken aan de wand – en de enige weg voorwaarts.

Nieuws

Meest gelezen

menu