Wat moeten we met 'tuig van de richel'? Leg ze in een circustent en laat ze met elkaar praten. Over poëzie | column Joost Oomen

Ik logeer bij een circusdirecteur. Dat is eigenlijk niet de bedoeling, maar omdat ik mijn trein heb gemist, lig ik nu op een groene, fluwelen bank in het donker. De circusdirecteur heeft een hagelwitte deken tevoorschijn gehaald en een even wit kussen. Hij heeft een glas water naast mij neergezet. Hij heeft het licht voor mij uitgeknipt en mij welterusten gewenst.

Columnist Joost Oomen.

Columnist Joost Oomen. Foto: Niels Westra

De circusdirecteur is geen typische circusdirecteur. Hij heeft geen krulsnor en geen hoge hoed, hij heeft eerder een timide stem dan een bulderlach en denken dat hij ooit door een hoepel is gesprongen of vuur heeft gespuugd voelt belachelijk. De circusdirecteur is een alleenstaande, Haagse man met een schitterend servies en dito kunstcollectie. Toch heeft hij een circus. In de zomer trekt hij met tenten, drankkraampjes en een zweefmolen door Nederland. De circusdirecteur is even goed in het aansturen van acrobaten als in logeerpartijtjes.

Nieuws

menu