Een biografie van xtc: de pil die alles anders maakte in een sociaal-cultureel kader

Xtc, de dancescene en Nederland: het is onontwarbaar. Tijd voor een boek, waarin deze drug in een sociaal-cultureel kader wordt gezet. Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd schreven Xtc – een biografie.

Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd.

Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd. Foto: Titia Hahne

Het is een observatie die het boek niet haalde, maar die Philippus Zandstra (38) wel diep trof. Xtc is een drug die de horkerige, calvinistische Hollanders de dansvloer opduwde, maar er is meer dan dat. Tijdens zijn research vertelden veel mensen hem, onafhankelijk van elkaar, dat ze van xtc geleerd hebben om ‘ik hou van jou’ te zeggen. ,,Tegen hun vrienden. Of dat nu oude ravers waren of gabbers.’’

Van xtc word je knuffelig, en dat kan geen slecht ding zijn. ,,Ze hebben dat meegenomen naar hun dagelijks leven. En dat is toch een heel positief aspect.” Toch sluit hij zijn ogen niet voor de negatieve kanten van xtc, niet in het boek en niet in dit gesprek. ,,Er gaan gewoon mensen aan dood. Niet veel hoor. Zo’n negen per jaar, vaak jongeren met een ziekte die nog niet geconstateerd was. Maar goed, het kan dus misgaan.”

Vergelijk dat eens met alcohol: zo’n 1800 doden per jaar, ,,en dat is gewoon bij Albert Heijn in de bonus.” Xtc daarentegen, lang zo verslavend niet, is noodgedwongen ingekapseld in een enorm ondergronds circuit. ,,En dat maakt het verbod op xtc ook zo controversieel.”

Het gebruik van xtc werd heel normaal in het uitgaansleven

In Xtc, een biografie halen de auteurs de Britse arts David Nutt aan, die equasy introduceert: riskant, met een flinke kans op ongevallen en doden. Dan komt de aap uit de mouw: het is helemaal geen drug, het is de paardenliefhebberij. Ook leuk, ook niet van risico ontbloot. ,,Er zijn ook mensen aan verslaafd”, gniffelt Zandstra. ,,En dat kan ook gevaarlijk zijn. Gevaarlijker dan xtc. Maar ik zie iemand niet snel met een paard uitgaan.”

En uitgaan, dat is de setting waarin xtc functioneert. Philippus Zandstra kent zijn co-auteur en oud-student Wietse Pottjewijd van de tijd dat hij lesgaf op de journalistieke opleiding van Windesheim. In Amsterdam gingen de twee samen surfen (in Zandvoort dan) en stappen. En juist bij dat uitgaan viel het duo iets op. Of het nu op een festival was of op een club, zo rond half een ‘s nachts was er steevast een omslag. En niemand die er raar van opkeek.. ,,Dat was altijd het moment waarop iedereen rondliep met enorme pupillen.”

Met andere woorden: het moment dat de xtc inslaat. ,,Dan ontstaat er meteen een andere sfeer. En je zag ook dat iedereen wist wat hij moest doen. Op wat verdwaalde Britse toeristen na dan.” Met andere woorden: het gebruik van xtc is heel normaal geworden, voorziet zelfs in een flinke behoefte, en het is kennelijk hanteerbaar. ,,Dat triggerde mij.”

Het verhaal van xtc is ook voor een groot deel een Nederlands verhaal. De opkomst van deze pil is bovendien nauw verbonden met de dancecultuur, zoals bekend een belangrijk Nederlands exportproduct. Wat ook geldt voor de drug in kwestie: 99 procent van de xtc die in Nederland geproduceerd wordt, gaat naar het buitenland.

Niet zomaar luchtfietserij van psychedelische aard

Hoog tijd dus, besloten Zandstra en Pottjewijd, voor een boek waarin xtc tegen een bredere, culturele achtergrond wordt geplaatst. Een boek dat er nog niet was, in Nederland tenminste. Hoogstens zijn er een paar boeken over xtc als crimineel verschijnsel. Echte schurken: ze zijn er heus in deze hoe dan ook schimmige economie, maar het duo heeft ze niet gesproken. ,,Dan was dit een heel ander boek geworden. Dat wilde ik niet maken, ik wilde juist weten waarom het zo groot geworden is.”

Wie wel aan het woord komen: de boefjes, de vrijbuiters, de chemie-hobbyisten, de halve idealisten. ,,De mensen die vinden dat drugs de geest kunnen bevrijden, die juist daarom heel enthousiast zijn over xtc.” Dat is niet zomaar luchtfietserij van psychedelische aard. Er wordt druk onderzoek gedaan naar de toepassing van xtc bij mensen met een posttraumatische stressstoornis, in de Verenigde Staten en ook in Nederland.

Waarmee de cirkel rond is, want in de biografie van xtc komt dat therapeutische aspect vaker voor. Eigenlijk werd het begin vorige eeuw ontwikkeld door het Duitse bedrijf Merck, dat een bloedverdunner voor ogen had. Zo begin jaren 80 was er een Amerikaans circuit van underground-therapeuten die het middel in hun sessies benutten. Nogal tegen het zere been van de drugsautoriteiten aldaar, de DEA, die xtc alvast op de lijst met verboden middelen had gezet. In sommige studentenclubs in Dallas, waar alcohol verboden was, werd xtc openlijk aan de bar verkocht, niet iets waar de DEA blij van werd.

Al snel populair bij volgelingen van Bhagwan

Die therapeutische afstamming komt van het alternatieve circuit waarin ook al met lsd werd geëxperimenteerd. In Nederland was professor Bastiaans succesvol met zijn toepassing van lsd bij de behandeling van concentratiekamp-slachtoffers. Zijn werk was dan ook een voorbeeld voor bijvoorbeeld Rick Doblin, een Amerikaanse xtc-enthousiast die destijds al met de helende krachten van werkzaam bestanddeel mdma in de weer was, en nu nog steeds.

Nog een interessante bloedlijn: de Bhagwan. In kringen van sanyassins, zoals de in rood gehulde volgelingen van deze Indiase goeroe heetten, werd het middel al snel populair en kreeg het behalve een therapeutische dimensie ook nog eens een spirituele. Het spul werd populair in die kringen, niet alleen in Oregon waar ze een enorme commune bevolkten, maar ook in Nederland.

De Amsterdamse discotheek Zorba The Buddah werd gerund en bezocht door sanyassins en was in die relatieve oertijd een brandpunt van mdma-gebruik. Dat veel sanyassins een achtergrond hadden als therapeut – het mag geen verrassing heten. Dat op de plek van Zorba The Buddah nu een filiaal staat van koffieshopketen The Bulldog is een aardig staaltje historische ironie.

Opkomst xtc onlosmakelijk verbonden met die van housemuziek

Drugs en muziek: het is altijd al een ding geweest. De psychedelica in de jaren 60 vormden, of vervormden, de muziek uit die tijd grondig. De hiphopscene kent lean of purple syrup , een goedje gemaakt van hoestdrank. En de opkomst van xtc is schier onlosmakelijk verbonden met die van de house. En die revolutie heeft de wereld, of in ieder geval het nachtleven, voorgoed en onomkeerbaar veranderd.

,,Wat was het nachtleven nou helemaal, voor 1988? De vrouwen dansen in de bar-dancing, de mannen aan de bar, de dj die foute grappen maakt. Daarvan zou ik ook aan de heroïne gaan.”

Xtc is een heel ander soort drug en paste daarom veel beter in de optimistische jaren negentig dan heroïne, in eerdere decennia onderwerp van een heuse epidemie. Dat was een drug die hoorde bij een donkere, verwarde tijd, getekend door economische tegenwind en sociaal-culturele onrust: een drug die je dat gezeik deed vergeten.

Xtc, daarentegen, omarmt eerder de werkelijkheid en hoort dus bij een werkelijkheid die zich gretig laat omarmen. De jaren negentig dus, ,,een heel aparte tijd”, zegt Zandstra, ,,een soort vakantie van de geschiedenis. Als je op terugkijkt, was het een enorm feest.” Niet dat hij er zelf veel van meekreeg: ,,Ik heb het gemist, ik was niet met house bezig, ik zat in de metal. In een gat in de grond luisteren naar Slayer.”

Daarmee miste hij dus mooi de stormachtige opkomst van de Nederlandse dance. Die muteerde binnen een paar jaar van de eerste Amerikaanse house, rechtstreekse afstammeling van disco zoals die bloeide bij homo’s, zwarten en andere minderheden, naar de keiharde gabber - een typisch Nederlands fenomeen.

Eerste editie van Thunderdome was in Thialf ijsstadion

Friesland speelt een belangrijke rol in dit specifieke hoofdstuk. De gabberscene herinnert zich nog goed de feesten in de Leeuwarder discotheek Vat 69, maar belangrijker waren de grote feesten in ijsstadion Thialf, in Heerenveen. De eerste editie van Thunderdome, het grote feest van het bedrijf ID&T dat al gauw marktleider werd in deze branche, was hier.

Berucht was het feest Shadowlands in Thialf, in 1997. Menige gebruiker raakte in paniek, kreeg last van achtervolgingswanen. Sommigen zochten hun heil op het dak van het ijsstadion, een groepje Oostenrijkse partygangers verschanste zich in het politiebureau van Wolvega, overtuigd dat een horde Nederlanders het op hun gemunt had. Oorzaak: een pil die vervuild was met de schadelijke stof atropine. ,,De Lambiekjes”, zegt Zandstra, ,,de bende die ze maakte, wilde doelbewust weer zo’n lading op de markt brengen. Echt hufterig.”

Het verhaal van xtc is het verhaal van een kat-en-muisspel tussen onder- en bovenwereld, tussen producenten en overheid – met de gebruikers daartussenin. Zandstra en Pottjewijd schilderen dat spel heel gedetailleerd, met alle ins en outs over het Nederlandse gedoogbeleid en hoe argwanend daarnaar in het buitenland gekeken werd, en de overwegingen bij de verschillende justitiële apparaten die elkaar soms rustig tegenwerkten. In die gelederen troffen ze rekkelijken maar ook ijzervreters, ,,Rambo’s bij Justitie, die het liefst 100-procentcontroles uitvoeren bij Lowlands.”

Nederland had al een flinke infrastructuur qua productie en verkoop van speed, en daarvan maakte de xtc-business dankbaar gebruik. Ook die kant van het verhaal komt aan bod in Xtc – een biografie , in de vorm van gesprekken met de makers en inkijkjes in xtc-labs, doorgaans niet de klinische gebouwen die zo’n term suggereert, maar schimmige, slecht geventileerde en matig vermomde ruimtes in boerenschuren of achter op industrieterreinen, vol roestige apparatuur en aangekoekte resten van chemicaliën.

De beruchte eendaagse depressie na weekendgebruik

Die labs staan doorgaans in Noord-Brabant en Gelderland. Zandstra: ,,Ik ben benieuwd wanneer ze in het Noorden opduiken.” Maar hoe dan ook: het xtc-museum waarvoor de auteurs pleiten, kan niet alleen een viering zijn van de glamoureuze kanten van het bestaan.

Wat toch ook wel weer een contrast is met wat xtc eigenlijk doet: het uitgaan vieren, het leven vieren, je nog beter voelen dan je al deed. ,,Als je ergens bent met leuke mensen en leuke muziek, als je je 100 procent voelt, dan kan xtc daar nog eens 100 procent boven op gooien. Als je goed in je vel zit, dan kan xtc dat gevoel flink versterken.” Hij lacht. ,,Tenminste, dat heb ik gehoord.”

Maar als het vel minder goed zit, als een trauma je in de weg zit, dan is het opletten geblazen. Dan kan de combinatie van pillen met pulserende beats en bedwelmende lichteffecten al snel te veel zijn. ,,Dan is het zaak dat je vrienden je kalmeren, met je praten, met je naar buiten gaan.”

Xtc heeft die typische, in wezen a-historische jaren 90 ruimschoots overleefd – al noemt Zandstra de jaren nul, met 9/11 en Pim Fortuyn, ,,de dinsdagdip van het vorige decennium”, naar de beruchte eendaagse depressie die veel weekendgebruikers overvalt. Het is hem wel duidelijk dat xtc zich een blijvende plek heeft veroverd, volledig is ingeburgerd in de club- en festivalcultuur. Maar wat precies het verschil is met die optimistische jaren 90, en waar dat in de toekomst naartoe moet, ,,daar breek ik mij het hoofd ook over.”

Behoefte aan xtc als verbinder en uitlaatklep

De behoefte aan xtc en, niet onbelangrijk, de omringende evenementen is en blijft groot, zeker onder jongeren. Dat heeft ook een een heel fundamentele functie: die van uitlaatklep, van verbinder, gemeenschapssmeder, noem maar op. Niet voor niets nemen de auteurs aan het eind van het boek een kijkje bij een illegale rave in coronatijd. Mocht niet, hè.

,,Ik keur het af, maar ik begrijp de behoefte heel goed. Als het straks zomer wordt, de vaccinatiegraad oploopt en het ongeduld over de lockdown groter wordt, wordt het nog een heel drukke zomer voor de politie. Dan krijg je misschien een nieuwe summer of love . Ik geef nu weer les, praat met jongeren die elkaar al tijden niet kunnen ontmoeten en daar depressief van worden.”

En die bevolkingsgroep heeft het al niet zo makkelijk. Het gaat in het boek ook over het neoliberalisme, de terugtrekkende bewegingen van de overheid, en wat dat voor gevolgen heeft voor jongeren, die kunnen fluiten naar vaste banen en betaalbare woningen. Jeugdzorg en jongerenwerk worden wegbezuinigd. ,,Jongeren verdwijnen van de radar. Het leven wordt steeds moeilijker voor ze.”

Dan valt het ook wel te begrijpen dat de xtc-industrie, illegaal of niet, een aantrekkelijker werkplek is dan een nulurencontract hier of een bezorgbaantje daar. ,,Er wordt wel gedaan alsof het een patserkultuur is met snelle auto’s en dure sneakers, maar de mensen die het werk doen zijn vaak losers. Het is niet meteen Breaking Bad.”

Vraag Zandstra maar niet naar zijn eigen ervaringen met xtc. ,,Dat houd ik hier graag buiten. Als ik een boek over de ING had geschreven, had je me ook niet gevraagd of ik daar zelf een rekening heb.” Maar dat hij gefascineerd is door drugs, geeft hij grif toe. In zijn jaren bij NRC Handelsblad schreef hij als een soort ‘correspondent drugs’ verscheidene verhalen over dit fenomeen, niet alleen over xtc.

Die fascinatie heeft hij al van jongs af aan, toen hij op de basisschool zat in de Leeuwarder Vegelinbuurt, die toen kampte met een stevige drugsproblematiek. ,,Geen beste plek. Je zag de naalden op de grond liggen, maar die mocht je niet oppakken. Dat vond ik zo raar. Waarom steken mensen naalden in hun arm, iets waar ik een bloedhekel aan heb. Waarom doet iemand dat vrijwillig? Dat je zo afhankelijk kunt zijn van een middel, dat heeft mij altijd gefascineerd. En dat je van xtc niet afhankelijk wordt, dat het niet verslavend is maar dat het wel zo groot is geworden, dat fascineert mij nog meer. ‘’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu