Jacques J. d'Ancona las en beoordeelt het nieuwe boek van Herman van Veen, 'Dat kun je wel zien dat is hij' | Boekrecensie ★★★★☆

Op 10 maart 2020 zou Herman van Veen in Theater DNK Assen Dat kun je wel zien dat is hij spelen. Hij stond klaar in de coulissen, zeg maar, de recensent was onderweg. Op dat moment begon COVID-19 aan een zegetocht, met als gevolg dat die van Herman sneuvelde. Ook zijn verjaardagspartijtje – hij werd dat jaar 75 op 14 maart – ging niet door.

.

.

Het boek is er wel, als een bron van de voorstelling, met een mix van theaterteksten en verhalen, poëzie, liedjes, ideeën, vragen, foto’s en herinneringen. Het aardige is dat het geen irritant egodocument is van een artiest die zijn successen uitvent. Van Veen is een man die zijn gezicht op hoera zet, maar niet in slappe clichés vervalt. Hij registreert met liefde, ontwapenende humor en een geoefend oog voor ernstige details. Dat was al zo toen hij zestig jaar geleden de film Bambi zag, diep onder de indruk. Daaraan verbindt hij nu het beeld van drentelende damherten in het bijna-bos waar hij woont. En in het decor van bevindingen staat tante Gé, bibliothecaresse. Zij noemde Herman ‘wellicht het meest belezen kind van Utrecht.’

Nieuws

Meest gelezen

menu