.
Foto: Illustratie: Marina Sulima

Een selfie in de blockbuster - kun je een kunstwerk nog wel de volle aandacht schenken? | De wereld van de kunstenaar

Neem in je eentje plaats in een publieke ruimte.

[...] Probeer je aandacht te verleggen van de gedachten die in je hoofd rondtollen

naar de geluiden van de ruimte die je omgeeft.

[...] Onthoud altijd dat je alle geluiden op dezelfde afstand van elkaar moet plaatsen.
[...] Wanneer het je lukt om naar de plek als geheel te luisteren,
zal je merken dat de afstand tussen jezelf en de geluiden van de ruimte verdwenen is,
en dat je deel van de plek bent geworden.
Je zal merken dat niemand om je heen jouw aanwezigheid opmerkt;
iedereen zal langslopen zonder je te zien.

Dit vrij vertaalde citaat, uit het boek van Haytham El-Wardany, echoot al maanden in mijn hoofd. Het roept de vraag op welke rol er in onze gehaaste wereld nog is weggelegd voor kunst. We leven in een zogeheten aandachtseconomie, waarin aandacht wordt gezien als schaars goed en bedrijven met elkaar om diezelfde aandacht concurreren – vaak met korte video’s, soundbites en andere vlotte content. Hoe meer aandacht de consument aan iets besteedt, hoe meer verkoopbare data wordt gegenereerd, hoe gerichter onze aandacht kan worden getarget, en zo verder – het is het verdienmodel van de 21ste eeuw.

Sociale druk om jezelf te promoten

Ons dagelijks leven is zodanig doordrenkt geraakt van dit verdienmodel dat het een denkwijze is geworden van vooral de jongere generaties. Of je nou influencer bent of pas in groep 8 zit: er wordt eigenlijk wel van je verwacht dat je te allen tijde online aanwezig bent, en aandacht genereert voor jezelf. Er is een grote sociale druk om jezelf te promoten, je moet als het ware een brand zijn: consistent, afgevlakt en verteerbaar. Er groeien gedwongen generaties vol selfiefotografen op, die constant het positieve en fotogenieke opzoeken.

Voor de selfiefotograaf is de wereld dan ook een fotobooth. Of je nou een vergadering hebt, op vakantie gaat of gewoon aan het ontbijten bent: alles moet vastgelegd. Smile! Instagrampagina’s zijn publieke fotoalbums, waar de verzamelde highlights een prachtig en tot in de puntjes gecureerd beeld schetsen.

Fotogeniek werk

De museumwereld speelt daarop in en levert maar al te graag een setting waar je haast wel een foto moet nemen. De blockbuster-expo’s blijven maar komen, kunstenaars maken braaf fotogeniek werk dat mooi kan worden vastgelegd, en selfiemusea stellen Instagram en TikTok centraal. Dat levert vlotte, oppervlakkige bezoeken op, die online prachtig kunnen worden gedeeld.

Zelfs oudere werken worden geherdefinieerd: ook als deze zijn voortgekomen uit onderdrukking, verdriet en trauma, of diepe, ambigue vraagstukken behandelen, worden ze klakkeloos ingezet als ‘pakkende’ objecten binnen musea en als promotiebeelden op posters en in nieuwsbrieven. Culturele instellingen nemen de instagrammability steeds meer mee in hun overwegingen.

Op de bodem van een zwembad

In museum Voorlinden in Wassenaar is de instagrammability hoog. Tussen andere indrukwekkende en monumentale kunstwerken vind je daar de installatie van Leandro Erlich. Stap je het werk in, dan lijkt het net alsof je op de bodem van een zwembad staat. Laat alsjeblieft niet de telefoon achter in de kluisjes, want dat moet vastgelegd worden! En als je dan toch bezig bent, zou ik ook wat aantrekken dat goed bij het blauw staat.

In het museum-pretpark gaat het blijkbaar niet om een dieper begrip van de binnen- en buitenwereld, of om een emotionele ervaring. Er is geen ruimte om een relatie aan te gaan met de plek of het werk; de hoofdzaak van het bezoek lijkt de creatie van een anekdote te zijn, zodat achteraf kan worden verteld dat je er ‘bent geweest’.

Ik merk dat ik het zelf ook moeilijk vind om in het nu aanwezig te zijn. Als ik bijvoorbeeld naar een expositie van de Duitse kunstenaar Hito Steyerl ga, zoek ik een bijpassende outfit om mooi op de foto te kunnen gaan. Ik vraag een vriend de foto te maken en zit met mijn hoofd alleen maar bij de toekomstige toeschouwer van dat beeld. Die toekomstgerichte blik maakt het moeilijk om aandachtig en rustig de werken te bekijken. Ik kan haast niet anders dan ook deelnemen aan het systeem.

Rijstkorrels van Lola Diaz Cantoni

Bij het werk van Lola Diaz Cantoni voel ik die vrijheid wel. Zij waardeert het als de bezoeker aandachtig de tijd neemt voor haar werk en richt haar performances daarop in. Afgelopen september presenteerde ze in Groningen het werk op de performance-avond Does It Have A Name . In haar performance nodigde ze de bezoekers uit aan een lange tafel, waar ze rijstkorrels konden tellen. Verbinding en uitwisseling waren hierin erg belangrijk.

„Ik wilde voor de bezoekers graag ruimte creëren om de tijd te nemen voor deze handeling, die toch een beetje vreemd of nutteloos is”, zegt Diaz Cantoni – geboren in Argentinië, gevestigd in Groningen. „Als je bezig bent de rijst te tellen, moet je je erg focussen, omdat je anders de tel kwijtraakt. Je komt tot jezelf, het is erg meditatief. De mensen waren erg enthousiast: ik moest zelfs extra stoelen aanschuiven. Het leek alsof de drempel zo laag was dat iedereen meedeed. Ik was erg verrast dat mensen zo de tijd namen – en dat is mijn grootste doel. Het publiek voelde erg oprecht, benieuwd en open.”

Pikdonkere ruimte

Niet alleen de kunstenaar kan de aandacht sturen, ook kunstruimtes en curatoren spelen hierin een rol. Zo maakten de Franse salons van de 17de eeuw, waar alle werken als een soort instagramfeed aan één muur hingen, het bijvoorbeeld moeilijk om diepe aandacht voor een bepaald werk te hebben.

Als ik vraag of Diaz Cantoni zich een ruimte herinnert waar ze met haar volle aandacht aanwezig was, noemt ze de expositie W Serves Imperialism , die ze in 2017 zag in W139 in Amsterdam. „Ik kwam binnen en de hele ruimte was pikdonker. Er was één werk te zien, waar een spotlight op scheen. Na ongeveer vijf minuten verschoof het licht naar een ander werk. Toen begreep ik dat dit een expo was die je eigenlijk forceert om je aandacht erbij te houden en het werk te ontdekken, in plaats van dat je alles in een keer ziet. Ik ben er dus van overtuigd dat er manieren zijn waarop een organisatie kan helpen, maar als bezoeker moet je ook de tijd nemen en een nieuwsgierige houding aannemen.”

Niet welkom voelen

Diaz Cantoni vertelt dat mensen kwetsbaar zijn als ze onbekende plekken bezoeken. Dat maakte ze zelf ook mee toen ze in Engeland woonde. Ze volgde daar een cursus hedendaagse kunst en ging elk weekend naar musea, waar ze zich het grootste deel van de tijd niet welkom voelde. Dat zei ze tegen haar docent: „Het grootste deel van de tijd word ik niet verwelkomd. Het voelt niet alsof ik er thuishoor. De mensen achter de balie kijken gewoon naar hun computers zonder me op te merken.” Haar docent antwoordde: „Ze zijn er voor je, ze zijn er voor de mensen, ze willen dat je komt. Ook al voelt het vreemd, kom gewoon! Als je vragen hebt, stel ze. Ze zijn er voor je.”

Sofreh, kleed gevuld met eten

Toch zouden we van instituties wat meer gastvrijheid mogen verwachten: in galeries en musea is anonimiteit en onpersoonlijkheid vaak de norm. Kunstenaar en filosoof Yusser Salih probeert daarmee te breken. Haar werk Sofreh Daimeh speelt zich af op een kleed: er wordt thee geserveerd en er liggen teksten die je kunt lezen. Het kleed, de sofreh , wordt vaak gevuld met eten, maar ook met symbolische objecten, zoals op Noroez, het Perzische nieuwjaarsfeest. Zeg je ‘Sofreh daimeh’ (‘Sofreh voor altijd’), dan wens je de gastvrouw/heer/x toe dat die voor altijd gasten kan blijven verwelkomen op de sofreh. Salih ziet de sofreh als een plek van onderhoud en metaforen, een plek van delen en geven.

Ik vraag wat het voor haar betekent om te delen en geven. Salih antwoordt dat ze graag plekken creëert voor mensen die geen plek hebben of een plek zoeken. Hierin neemt zij de rol van gastvrouw aan, of wijst ze die toe aan de ruimte. Ze vertelt over het van wie alles afgenomen is, iets waar de Puerto Ricaanse denker Nelson Maldonado-Torres over schrijft. Vanuit zo’n positie lijkt het alsof je niets meer kan geven. Maar als je dan toch iets deelt of geeft, breek je die logica.

Koken in Ter Apel

Zo wordt mensen het geven ontnomen, zegt Salih, in asielzoekerscentra als Ter Apel. „Het wordt hun ontnomen om zichzelf te organiseren. Ze worden in een positie gezet waarin ze alleen maar kunnen ontvangen , terwijl dit mensen met vaardigheden zijn, die ook kunnen geven. Er zou eigenlijk niet eens voor hen hoeven worden gekookt. Als zij de positie zouden krijgen waarin ze zelf kunnen koken, waarin ze mogen koken, dan kunnen ze koken voor elkaar. Maar ze zitten vast in die positie dat ze niet kunnen geven.”

Gasten ontvangen – voor gasten zorgen, voor hen koken – zorgt volgens Salih voor een andere dynamiek. Je stapt uit een ‘ontvangende’ rol en versterkt de ‘gevende’ rol. „Als je iemand het ontneemt om te geven, pak je een deel van de menselijkheid af’’, zegt ze. „Voor mij is het dus belangrijk om plekken te creëren waar andere manieren van (samen) zijn worden verwelkomd. Plekken van ontmoetingen: waar verschil aanwezig is en waar dat verschil ons verbindt.”

Als gastvrouw nodigt Salih anderen uit om samen te komen in de barzakh . Dit islamitische concept is enigszins vergelijkbaar met het christelijke vagevuur, en wordt ook wel gezien als grens tussen het materiële en spirituele leven. Het is een plek van dromen en metaforen, die je wel waarneemt en begrijpt, terwijl ze niet materieel aanwezig zijn.

Twee zeeën, die niet mengen

„De barzakh is een paradox, de plek waar alle paradoxen samenkomen”, zegt Salih. „In een van de beschrijvingen van de barzakh in de Koran gaat het over twee zeeën, die niet mengen. Daartussen zit de barzakh. Als je denkt aan twee dingen die elkaar raken, is er een grens die ze scheidt. Tegelijkertijd is die grens ook een plek van samenkomst. Ik vind het interessant hoe we dat concept kunnen inzetten in ons alledaagse leven. Ik wil mijn eigen positie in de samenleving op een andere manier kunnen zien – en de positie van heel veel mensen die eigenlijk niet volledig één ding zijn, bijvoorbeeld omdat ze in de diaspora leven, of zich in een andere soort overgang bevinden. Ik ben geïnteresseerd in mensen die begrijpen hoe het is om meerdere dingen tegelijkertijd te zijn, en paradoxen in zichzelf koesteren. Zij zijn barzakhiyaat .”

Kortom, de barzakh is een ambigue, open plek, waar zowel de grens als de overgang tegelijkertijd aanwezig is. In kunstruimtes mis ik dat soort plekken vaak. Vooral de modernere kunstpodia gaan toch vaak uit van de white cube : een zo wit mogelijke ruimte, waar onder fel wit licht de werken kunnen worden bekeken. Door de witte muren wordt het werk in een ‘neutrale’ en ‘contextloze’ setting gepresenteerd, is het idee; een overblijfsel van het modernisme.

Anonieme bezoeker

Over dat modernisme, of het algemenere modernity , zegt filosoof Hartmut Rosa dat „het een proces is waarin de ‘zelf’ minder poreus wordt, en dus steeds meer wordt afgesloten van de wereld.”

Zo ervaar ik veel kunstruimtes: tussen het kunstwerk en de bezoeker wordt een harde, witte scheidslijn getekend. Alles wordt omlijst en ingekaderd, wat er in mijn ogen op een gewelddadige manier voor zorgt dat de bezoeker en het kunstwerk allebei niet onderdeel zijn van de wereld, of in ieder geval tot verschillende werelden behoren. De white cube, als contextloze ruimte, vertelt je dat je hier niet thuishoort, dat je slechts een anonieme bezoeker bent, en dat je aanwezigheid betekenisloos is. De ruimte nodigt je niet uit, en komt ook niet op je af – er is geen uitwisseling.

Choreograaf Alice van der Wielen-Honinckx

Omdat die uitwisseling ontbreekt, is het moeilijk om een diepe vorm van aandacht te geven aan zo’n ruimte. Dat is anders bij kunstenaars die werken maken en organisaties die ruimtes inrichten mét een diepere vorm van aandacht. Zij laten wél een diepe indruk achter – wie je ook bent. Ze zorgen voor een ‘atmosfeer’, zoals choreograaf Alice van der Wielen-Honinckx dat noemt: „Het draait in de kern om de levende eigenschappen van zo’n ruimte. Die zijn onzichtbaar en bijna niet te bevatten. Ik noem het een ‘atmosfeer’ in een poging iets te doorgronden dat een volledig begrip te boven gaat. [...] Maar ondanks hun vage, ongrijpbare natuur zijn atmosferen ook erg concreet en specifiek.”

Waardevoller dan de mooiste selfie

Aandachtsvolle werkwijzen en podia geven ruimte aan kunst die niet instagrammable hoeft te zijn en bieden een alternatief voor de vlotte fotogenieke content die constant onze aandacht probeert te kapen. Ze bieden ons perspectief en laten ons zien hoe diepere vormen van aandacht onze zintuigen, gevoelens en kennis openstellen naar de wereld om ons heen. Ze kunnen ons leren om op aandachtige wijze waar te nemen, om ons op complexe manier te verhouden met een plek. Voel ik me verwelkomd, bijvoorbeeld in exposities als die van Yusser Salih en Lola Diaz Cantoni, dan valt er een barrière weg. Dan kan ik de tijd en ruimte nemen om te onderzoeken en rond te kijken. Dat vind ik veel waardevoller dan de mooiste selfie die ik maken kan.

Tijdloos, opgaan in het spel

In juli 2022 bezoek ik een expositie van Yvonne Dröge Wendel in Stroom Den Haag. Ik bevind me op de benedenverdieping. In de hoek van de ruimte vind ik een grote zwarte vilten bal, die ik vanaf de andere verdieping al had zien liggen. Het doet me goed te lezen dat ik deze bal mag aanraken. Voorzichtig geef ik de bal een duwtje. Haast zwevend stuitert de bal rustig naar de andere kant van de ruimte, en kaatst hij langzaam terug. Alles eraan voelt tegelijkertijd loodzwaar en erg licht. Ik duw de bal met opwaartse kracht tegen de muur, en hij komt weer naar beneden, op mij af. Ik voel een enorm comfort, maar ook een sterke dreiging. Ik blijf spelen. Ik weet niet hoe lang ik er blijf, maar het voelt zo tijdloos – ik ga volledig op in het spel. Het vilt voelt zacht in mijn handen, en alles gaat zo geruisloos.

„Ik weet niet of je dat weleens hebt”, zegt Diaz Cantoni later tegen me, „maar als het dan afgelopen is, voelt het bijna alsof het niet gebeurd is – ook al duurde het uren. De tijd is dan zo voorbijgevlogen.”

Over dit essay

‘Een selfie in de blockbuster’ is het vierde essay in een vijfdelige serie. Voor kunstpodium Het Resort (hetresort. nl) schrijven vijf kunstprofessionals over de positie die de kunstenaar in de wereld inneemt. Hoe vindt de kunstenaar een weg in het huidige systeem en wat zou er moeten veranderen?

Eerder schreef Henrike Scholten ‘De kaas van Uccello’, Elles Hesseling ‘Klaar de mist: het leven na de kunstacademie’ en Dinnis van Dijken ‘Het culturele ecosysteem van het Noorden’.

De serie is tot stand gekomen met hulp van het Mondriaan Fonds.

Het Resort is een hedendaags, experimenteel en site-specific kunstpodium. Het Resort laat kunst ontstaan buiten de kunstcontext van musea, galeries, beurzen en projectruimtes en kunstenaars vraagt te reageren op bijzondere (semi-) publieke plekken in Groningen. Door kunstenaars te koppelen aan locaties creëert Het Resort ongewone omstandigheden om nieuw werk te maken. De kunstenaars verhouden zich tot de geschiedenis, de huidige functie en het publiek van de locatie. Een greep uit de eerdere expositielocaties: zwembad De Papiermolen, de schaatsbaan in Kardinge en het voormalige BIM benzinestation.

Ze organiseert residenties, exposities, projecten en een talentenprogramma en publiceert korte video’s en publicaties over het proces. Naast kunstenaars biedt ze andere professionals, als schrijvers en muzikanten, opdrachten binnen de programmaonderdelen.

Over de auteur

Michiel Teeuw (1999) is ontwerper, kunstenaar, onderzoeker en schrijver. Hij is geïnteresseerd in hoe we kijken naar en omgaan met de systemen om ons heen. Teeuw woont en werkt in Groningen.

Wil je beelden zien van de genoemde kunstwerken en verder lezen over dit onderwerp? De auteur heeft verschillende beelden, teksten en muziekstukken verzameld op socialmediaplatform Arena. Bekijk het bord hier .