Pianotrio uit 1921 van Rebecca Clarke (1886-1979) is een meesterwerk op het Peter de Grote Festival (★★★★★) | recensie

Als het Vaticaan erin slaagt zo nu en dan weer een nieuwe heilige aan de kalender toe te voegen, moet het ons lukken de lijst muzikale meesterwerken uit te breiden.

Het Hermitage Kwartet.

Het Hermitage Kwartet. Foto: Stella Zake

En: voorwaar het Pianotrio uit 1921 van Britse componiste Rebecca Clarke (1886-1979) is een meesterwerk. Het klonk als laatste in het eerste programma dat het Peter de Grote Festival aan Britse muziek wijdt onder de noemer Splendid Isolation. Er vooraf waren twee andere veel recentere pianotrio’s gespeeld: een van Judith Weir uit 1998 en The forgiveness machine (2010) van Cheryl Frances-Hoad.

Allebei buitengewoon vitale stukken: bij Weir met hier en daar iets Schots in haar zeer tonale muziek, bij Frances-Hoad zit iets meer raffinement in het harmonische kader. Het is moderne eenvoud, met nogal eenvoudige contrasten in sterkte en massa; de strijkers hebben veel te doen maar iets als een echte melodielijn krijgen ze amper.

Rijk aan melodische en harmonische gebeurtenissen

Het nogal sombere Trio van Clarke is veel gelaagder, en rijk aan melodische en harmonische gebeurtenissen. Er zitten wonderschone momenten in, zoals het mistig omfloerste einde van het middendeel. Toen zij het werk voor een wedstrijd instuurde deed ze dat onder een mannenpseudoniem en geloofde men iets later niet dat een vrouw tot zoiets in staat was.

Dat was discriminatie, maar de componisten in het eerste concert Black Music Matters zullen een andere discriminatie gekend hebben. Wel lezen hun biografieën vrij succesvol, met prijzen, opdrachten en dergelijke. Uitgezonderd natuurlijk Blind Tom Wiggins, wiens Battle of Manassas(1861) na het openingsconcert opnieuw tot genoegen van de aanwezigen klonk.

Een ad-hoc strijkkwartet met een wisseling in de tweede viool bleek een uitstekende pleitbezorger voor Remember van Eleanor Alberga - een beetje Bártok zonder de scherpe kantjes - en Lyric van George Walker, waarvan het middendeel nogal lijkt op het Adagio van zijn studiegenoot Samuel Barber. Met een leuke suite voor viool van William Grant Still zaten we in Afro-Amerikaanse sferen, met jazz - akkoorden en melodieën - en een beetje balladesentiment middenin. Goede en vaak doorwrochte muziek was het, maar er zaten geen meesterwerk ertussen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu