Het Houten Huis uit Groningen repeteert in Norg voor Oerol op Terschelling: muziek in de modder

De theaters mogen er dan stil en verlaten bij liggen, in het bos bij Norg is het onrustig. Daar slijpt en schaaft jeugdtheatergezelschap Het Houten Huis uit Groningen aan een nieuwe voorstelling, die - hopelijk - deze zomer op Oerol in première gaat.

Jeugdtheatergezelschap Het Houten Huis tijdens de repetities voor de voorstelling 'Hier valt niets te halen'.

Jeugdtheatergezelschap Het Houten Huis tijdens de repetities voor de voorstelling 'Hier valt niets te halen'. Foto: Marcel Jurian de Jong

Het oude boomblad knispert onder onze voeten, we lopen op de snippers van vorig jaar. Een coronajaar, een rotjaar om snel te vergeten, een stil jaar, een raar jaar, maar zeker geen ‘rustig’ of ‘saai’ jaar, zegt pr-medewerker Mo Visser van Het Houten Huis, jeugdtheatergezelschap van het Noorden. Zij wijst de weg: een open plek in het bos tussen Norg en Donderen. Hier, op het terrein van PeerGroup, repeteert gastregisseur Maarten Smit met zijn ploeg aan de voorstelling Hier valt niets te halen , een jeugdvoorstelling (12+) over hoe het is om geldproblemen te hebben.

Dat woord - geldproblemen - is zorgvuldig gekozen. Smit, die ook een eigen gezelschap heeft, Wabi Sabi - sprak in aanloop naar de voorstelling met experts en met mensen die van weinig geld moeten rondkomen, die in de schulden zitten of er net uit zijn. Ervaringsdeskundigen kortom. Zij vertelden hem dat je niet spreekt over ‘armoede’, maar liever over ‘geldproblemen’. Dat is minder stigmatiserend, waardevrijer.

Improviseren

Smit (als acteur speelde hij in Het Houten Huis-producties als Draak in huis , Adios en Muziek van beneden ) moest zijn voorstelling door corona een jaar uitstellen en had tijdens de stille lockdown alle tijd om zich op zijn onderwerp in te lezen. De interviews die hij afnam, vormen het basismateriaal van Hier valt niets te halen . Enkele uitspraken van mensen die hij sprak, zijn letterlijk in de voorstelling terecht gekomen, in de tekst die hij samen met Don Duyns schreef. Maar hij liet dansers ook improviseren op de opgenomen interviews. ,,Dat heeft veel mooie dingen opgeleverd.’’

Wie Smit, zijn dansers en acteurs, geflankeerd door productiemedewerkers, in het bos bezig ziet, snapt er op het eerste oog niets van. Drie mensen kronkelen rond hun as en over de grond. Er is een onderonsje tussen Smit en een acteur die alleen een hemd aan heeft, op de sjofele bank, midden tussen de bladeren, zit een vrouw lapjes uit te kiezen. En dan komt er ineens een blonde jongen uit de bosjes aanzetten, met voor zich uit gestoken een grote trommel. ,,Zet daar maar neer’’, gebaart Smit, die een ontwikkelingstraject doorloopt bij Station Noord, een netwerk waarin nieuwe, noordelijke theatermakers worden ondersteund.

Magische weken

Het zijn de magische weken waarin scènes worden uitgebeend en de rode lijn langzaam zichtbaar wordt, een intensief proces. Er is voor weinig andere dingen tijd dan dit. De jongen in het hemd duikt achter de bank en trappelt met zijn benen in de lucht. Smit knikt. ,,Het valt me alleszins mee hoeveel ik van je zie’’, zegt hij. En dan, peinzend: ,,Op zich kan ik er ook wel mee leven als vijf, zes mensen de transities van je zien.’’

Mo Visser grinnikt. Onnavolgbaar en raadselachtig inderdaad, zegt ze, voor een buitenstaander dan, want de acteurs, dansers en muzikanten weten precies waar ze mee bezig zijn.

Het Oerolpubliek zal hopelijk straks, half juni, bij Dellewal op Terschelling zien hoe op een vergeten bouwplaats allerlei mensen rondscharrelen. Ze bewegen zich door de modder. Hier valt niets te halen is een voorstelling over starre regels en schaamte, over leven met weinig geld. ,,In Nederland leeft 1 op de 13 kinderen in armoede’’, zegt Smit, ,,8 procent van de gezinnen….’’ Die mensen bevinden zich in een absurde wereld, ontdekte hij tijdens zijn onderzoek, een wereld waarin het op een terrasje bestellen van een cappuccino een onbereikbare droom is of iets dat je met bonzend hart doet.

Fanfare

Het idee voor de voorstelling, zijn tweede als zelfstandig regisseur, begon met het beeld van een fanfare in de modder die tobbende mensen troostrijk toeblaast, die ze hoopgevend begeleidt. De fanfare is er uiteindelijk niet gekomen, wel muzikanten en dansers. En modder.

Hoe zwaar en ernstig het onderwerp ook mag zijn, Smit wil hoopvol blijven. ,,Ik heb gezien wat een overlevingskracht er in mensen schuil gaat.’’

Troosten, door de dingen te benoemen en het gesprek te openen. Dat, zegt hij, is de kracht van theater, dat is waarom het belangrijk is dat de theaters weer open gaan en dat Oerol weer losbarst. Mo Visser staat hevig te knikken en slaat haar ogen op, richting de boomtoppen. Ze fluistert: ,,Laten we het hopen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Waddengebied
menu