Het Rijksmuseum van Oudheden richt de blik op Doggerland, een verdronken wereld in de Noordzee. Archeologen uit Groningen droegen een steentje bij

De Noordzee was tot 8000 jaar geleden een rivierenlandschap waar bijna een miljoen jaar mensen woonden. Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden belicht in een expositie voor het eerst de geschiedenis van deze verdronken wereld. Groningse archeologen droegen een steentje bij.

Reconstructie van Krijn, de ‘eerste Nederlandse neanderthaler’.

Reconstructie van Krijn, de ‘eerste Nederlandse neanderthaler’. Illustratie: Kennis en Kennis

Dat de Noordzee vroeger droog lag, is al sinds eind negentiende eeuw bekend. Vissers troffen regelmatig mammoetbotten aan in hun netten en voor de Engelse kust werd in zee een gefossiliseerd bos ontdekt. Hier moet ooit een landbrug naar Engeland hebben gelegen, was lange tijd het idee. Pas de laatste jaren wordt duidelijk hoe belangrijk het uitgestrekte heuvel- en rivierenland tussen Engeland, Schotland, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België is geweest voor de menselijke bewoningsgeschiedenis van Noordwest-Europa.

De oudste sporen van mensen in Doggerland, zoals deze verdronken wereld ten zuiden van de Doggersbank tegenwoordig wordt genoemd, zijn van 900.000 jaar geleden. Voor de kust van Engeland werden in 2013 voetstappen in de klei gevonden van een vroege mensensoort, Homo antecessor . Dat er tussen 250.000 en 40.000 jaar geleden geregeld neanderthalers rondliepen in de kale steppentoendra, was toen al bekend. In 2001 werd zelfs een schedelfragment gevonden, die door een schelpenzuiger was opgezogen voor de Zeeuwse kust. Deze ‘Nederlandse neanderthaler’ kreeg de naam Krijn.

Verwoestende tsunami

Flora en fauna van Doggerland varieerden in de afgelopen miljoen jaar, afhankelijk van het klimaat. Dat was door verschillende ijstijden aan grote schommelingen onderhevig, met lange koude periodes en korte interglacialen, waarin het gebied opwarmde en vruchtbaar werd. Het land lag al die tijd grotendeels droog, al waren er periodes dat de zeespiegel steeg en het land kromp (120.000 jaar geleden lag de kustlijn zelfs bij Amersfoort). Het duurde echter tot 8000 jaar geleden voordat Doggerland definitief door het water werd verzwolgen.

 

De Noordzee, waarvan het zuidelijke deel gemiddeld 50 meter diep is, is dus eigenlijk heel erg jong. Aan het begin van het Holoceen, de warme periode waarin wij nu leven en die 11.700 jaar geleden begon, stond de zeespiegel 85 meter lager dan nu. In de drie millennia die daarop volgden, steeg het niveau 60 meter door smeltende ijskappen: Doggerland liep langzaam maar zeker onder water. Twee bijzondere gebeurtenissen zorgden voor de genadeklap: 8450 jaar liep in Canada een enorm ijsmeer leeg en 300 jaar later veroorzaakten de Storegga-aardverschuivingen voor de kust van Noorwegen een verwoestende tsunami.

Atlantis van het Noorden

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden wordt die vergeten wereld nu weer tot leven gewekt. ,,Het heeft ook bij ons archeologen een tijd geduurd voor het besef indaalde dat er voor de Noordzeekust een compleet continent heeft gelegen”, vertelt Marcel Niekus. ,,En dat het zo’n belangrijk stuk land was.” De Groningse steentijdspecialist, drijvende kracht achter het neanderthaleronderzoek in het Noorden, hielp conservator Luc Amkreutz bij het samenstellen van de expositie Doggerland Verdwenen wereld in de Noordzee . Ook schreef hij mee aan het gelijknamige boek dat inmiddels in de winkel ligt.

 

Neanderthalers jaagden tijdens de warmere perioden, als het ijs verdwenen was, op de ruige, kale vlakten van Doggerland op rendieren en wolharige neushoorns. Na de laatste ijstijd transformeerde het ‘Atlantis van het Noorden’, zoals Doggerland wel is genoemd, tot een bosrijk land van overvloed voor moderne mensen. Tot het water kwam, leefden zij als jager-verzamelaars in de uitgestrekte rivierendelta (de voorlopers van Rijn, Maas, Seine en Theems stroomden destijds samen tot een enorme rivier in de vlakte) vooral van zoetwatervissen – snoek, paling, baars, brasem, zalm en steur – en klein wild, zoals herten, zwijnen, bevers en vogels.

‘Steekproef van een steekproef van een steekproef’

De afgelopen jaren is Niekus veel bezig geweest met het inventariseren van vuurstenen artefacten van de Tweede Maasvlakte en de Zandmotor. Op het nieuwe land voor de Zuid-Hollandse kust, waarvoor zand, grind en schelpen werden opgezogen uit de Noordzee, worden – veelal door hobbyzoekers – enorme hoeveelheden archeologisch en paleontologisch materiaal uit Doggerland gevonden. Daaronder veel dierenbotten en werktuigen, maar ook unieke vondsten, zoals een bot met ‘abstracte kunst’ van ruim 13.000 jaar oud, en een in berkenpek gevat neanderthalermesje.

 

Op de tentoonstelling in Leiden zijn de belangrijkste vondsten te zien. ,,Alleen al op de Zandmotor zijn tot nu toe 1200 vuurstenen artefacten gevonden, waarvan de helft van neanderthalers”, vertelt Niekus. ,,Bedenk wel: de zandwinput waaruit dat materiaal komt, is maar een heel klein stukje Doggerland. En we vinden alleen wat op het strand ligt. Wat we nu hebben is feitelijk niet meer dan een steekproef van een steekproef van een steekproef. Overal waar wordt gezogen, komt materiaal naar boven. De zeebodem moet vol liggen.”

‘Doggerland was een zeer populaire plek’

Daaruit zijn belangrijke lessen te trekken, zegt Niekus. ,,Nederland is altijd gezien als de rand van de oerwereld: men kwam hierheen, maar trok ook snel weer weg als het te koud werd, dachten we. Dat beeld moeten we nu bijstellen. De bewoning is echt substantiëler van aard geweest. Doggerland was een zeer populaire plek, eerst voor neanderthalers en later voor moderne mensen. In het gevonden neanderthalermateriaal zijn zelfs meerdere tradities en culturen te onderscheiden. Het lijkt er op dat Doggerland een kruispunt was, waar verschillende groepen doorheen trokken en elkaar ontmoetten.”

Boven het Rijn-Maasbekken was de bewoning door neanderthalers wel minder intensief, vertelt Niekus. ,,We zien dat het noordelijk deel van Doggerland minder vondsten oplevert. Die streken waren meer onderhevig aan klimaatwisselingen.” Toch wordt ook op de Noord-Hollandse stranden steeds vaker archeologisch materiaal gevonden, net als op de waddenstranden en de Marker Wadden. ,,Ze kwamen er wel, maar veel minder. Als het te koud werd, zochten ze de zuidelijker streken weer op.”

Neanderthalers van Peest

Dat gold waarschijnlijk ook voor de neanderthalers die 50.000 jaar geleden een jachtkamp opsloegen bij Peest. ,,Die groep kan best ook door Doggerland hebben getrokken”, zegt Niekus. ,,Het Drents-Friese keileemplateau vormde het iets hoger gelegen achterland van een veel groter gebied. Dat beginnen we ons nu steeds beter te realiseren. Misschien is het werktuig met berkenpek, dat in 2016 op de Zandmotor is gevonden, wel van die groep afkomstig. Door dit onderzoek leer je op een heel andere schaal denken.”

Doggerland wordt inmiddels beschouwd als een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen ter wereld. Dat komt niet alleen door het enorme vondstpotentieel in de Noordzeebodem, maar ook omdat er door de zuurstofarme afdekking onder slib en water relatief veel organisch materiaal bewaard is gebleven. De berkenpek die door neanderthalers is gemaakt, is er een voorbeeld van, net zoals de benen speerpunten en geweibijlen die gemaakt zijn door moderne mensen.

Vondsten op land en in zee vullen elkaar aan

En dan heb je ook nog alle botten van dieren die heel veel informatie over klimaat en leefomgeving prijsgeven. ,,Dat materiaal mis je op het vasteland”, zegt Niekus. ,,Daar heb je voornamelijk stenen artefacten, zoals bij Peest en mesolithische vindplaatsen. De rest is vergaan.” Op het vasteland is wel beter zicht op de context van de vondsten omdat je er kunt graven. Bij de vondsten uit de Noordzee ontbreekt die, al zijn er inmiddels enkele onderzeese archeologische onderzoeken geweest. De komende jaren volgen er meer.

,,De Doggerlandvondsten en die op het vaste land vullen elkaar aan”, zegt Niekus. ,,Op land waren bijvoorbeeld de vondsten van mesolithische kernbijlen lastig te dateren. Op de Zandmotor hebben we er tientallen gevonden die goed zijn te dateren op basis van de verdrinkingsgeschiedenis van Doggerland en waarbij je de gebruikssporen nog ziet zitten. Als je die gegevens combineert met onderwateronderzoek voor de kust van Engeland, waar die bijlen gebruikt lijken te zijn bij het maken van boomstamkano’s, dan ligt de suggestie voor de hand dat ze ook hier gebruikt werden om boten mee te maken.”

Klimaatverandering is van alle tijden

Los van alle kennis die het Doggerlandonderzoek oplevert over onze voorgeschiedenis, houdt het ons ook een spiegel voor. Luc Amkreutz en zijn collega-archeoloog Sasja van der Vaart-Verschoof winden er in het slothoofdstuk van het boek geen doekjes om: klimaatverandering is van alle tijden en het kan snel gaan. Maar de schaal en snelheid waarmee de veranderingen zich in onze tijd voltrekken, is door de invloed van de mens ongekend. Dat zal tot grote veranderingen leiden, of we het nu willen of niet.

‘We zullen ons in de toekomst opnieuw flexibel moeten kunnen opstellen om de komende veranderingen het hoofd te bieden’, schrijven de archeologen. ‘Zo een verandering begint eigenlijk met een nieuw besef van oude kennis, namelijk dat ook de mens slechts een onderdeel is van een uitgebreid ecosysteem met een precair evenwicht. Er is dus vooral een herevaluatie van onze eigen positie nodig om de toekomst positief tegemoet te treden. Minder maakbaarheid en meer balans. Dat is wat Doggerland ons te vertellen heeft.’

De foto’s bij dit artikel zijn afkomstig uit het boek.

 

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Wetenschap
Cultuur
menu