Het culturele ecosysteem van het Noorden | de wereld van de kunstenaar

. Illustratie: Marina Sulima

Wat maakt het Noorden uniek binnen de culturele sector? Wat voor uitdagingen liggen er nog in de toekomst voordat we echt kunnen spreken van een duurzaam cultureel ecosysteem?

We moeten erkennen dat iedereen in een gemeenschap elkaar beïnvloedt en van elkaar afhankelijk is. Het draait niet alleen om individuele belangen, maar om alle spelers, krachten en factoren die het welzijn en functioneren van de gemeenschap in haar geheel beïnvloeden.

Althans, dat is wat de Raad voor Cultuur, het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het terrein van kunst, cultuur en media, in 2017 schreef: ‘[Het is] gebruikelijk om de dynamiek van cultuur te beschrijven als een cultureel ecosysteem. Zo’n systeem is het geheel van onderling verbonden netwerken in het cultuur- en kunstenveld. Binnen deze netwerken is een druk verkeer van mensen, ideeën, producten en geld. Een ecosysteem heeft open grenzen, maar vormt op zich een volledig toegeruste habitat waarin alle spelers goed kunnen functioneren.’

Aan een carrière werken

Binnen de sector beeldende kunst in Noord-Nederland wordt deze denkwijze de laatste jaren door de provincies, gemeenten en kunstpodia actief omarmd. Dat heeft tot een aantal zeer gunstige resultaten geleid. Zeker voor de kunstenaar die erover denkt om zich in het Noorden te vestigen, is er reden tot voorzichtig optimisme. Er zijn echter nog wel een aantal uitdagingen te overwinnen voordat we daadwerkelijk kunnen spreken van een duurzaam cultureel ecosysteem, waarin een kunstenaar op een redelijke manier aan zijn carrière kan werken. Dat komt mede door de afschaffing van de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars in 2012 en de bezuinigingen van kabinet Rutte I. Kunstenaars worden nog elke dag met de gevolgen van dit beleid geconfronteerd.

Eerlijke vergoeding

De belangrijkste uitdaging: geld. Er is maar een klein aantal kunstenaars in het hele land dat kan rekenen op de zekerheid van een meerjarige ondersteuning van het Mondriaan Fonds. Ook is er in het Noorden, in vergelijking met de Randstad, weinig sprake van commerciële kunsthandel. Een kunstenaar kan natuurlijk van bijbaan naar bijbaan blijven rennen, terwijl hij ondertussen artistiek werk probeert af te leveren, maar dit is doorgaans geen langdurig houdbare of gewenste situatie.

Over de auteur

Dinnis van Dijken (1990) is beeldend kunstenaar en schrijver. Hij is geïnteresseerd in de manier waarop beeldende kunst functioneert in de maatschappij. Van Dijken woont en werkt in Groningen.


Deze situatie zorgt ervoor dat het gros van de kunstenaars is aangewezen op kunstpodia als hun belangrijkste bron van inkomsten. Kunstpodia hebben altijd een centrale rol gespeeld binnen de culturele sector, maar hun rol is in de afgelopen tien jaar steeds belangrijker geworden. Ook belangrijk waren de introducties van de Fair Practice Code en de Richtlijn kunstenaarshonoraria , die ervoor hebben gezorgd dat het verrichte werk eerlijk wordt betaald. Daardoor is het werken in de culturele sector in één klap een stuk duurzamer geworden, maar dit levert wel een enorme verantwoordelijkheid op voor de kunstpodia. Zij moeten de eerlijke vergoedingen immers zien te bolwerken binnen hun beperkte budget.

Het culturele ecosysteem staat of valt met het functioneren van deze podia. Als we een écht duurzaam cultureel ecosysteem willen, betekent dat vooral dat we ze waar nodig moeten ondersteunen om hun werksituatie zo stabiel mogelijk te maken.

Mondriaan Fonds

Onzekerheid in het algemeen en een chronisch tekort aan fondsen is niets nieuws in de culturele sector, maar in het Noorden wordt er creatief met de situatie omgegaan. Dit heeft vooral te maken met vertrouwen, openheid, solidariteit en samenwerking.

Een voorbeeld: het Mondriaan Fonds, ontstaan in 2012, is een van de belangrijkste verstrekkers van subsidies in de sector en voert actief beleid op het spreiden van gelden over heel Nederland. Aan de ene kant is dit een positieve ontwikkeling voor het Noorden, omdat het geld niet meer voornamelijk in de Randstad terechtkomt. Maar aan de andere kant stimuleert het ook onderlinge concurrentie, wat eventuele samenwerking zou kunnen tegengaan. Als de ene instelling een fonds krijgt toegewezen, betekent dat automatisch dat een soortgelijke instelling in dezelfde regio er niet voor in aanmerking zal komen, zelfs als deze alles goed doet en bovengemiddeld presteert.

Openheid en vertrouwen

Een van de manieren om hier als kunstinstelling mee om te gaan is de impliciete dwang tot concurrentie te negeren en in plaats daarvan voor samenwerking te kiezen. In het Noorden doen instellingen dat door samen met de andere kunstpodia de aanvragen en programma’s op elkaar af te stemmen. Zo vergroten ze de kans dat de aanvraag waar alle partijen wat aan hebben, wordt gehonoreerd. Een dergelijke strategie vergt veel openheid en onderling vertrouwen van alle partijen, maar gelukkig bestaat dat in het Noorden – iets wat door vrijwel iedereen in het Noorden wordt beaamd en ook een reden is dat kunstenaars zich er vestigen.

Tekst gaat verder onder de tekening.

We The North en platform Noordenaars

De verschillende hoofdrolspelers in het Noorden slaan de laatste jaren wel vaker de handen ineen om te bouwen aan een duurzamer cultureel ecosysteem. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het brede cultuurprogramma We The North , een initiatief van de drie noordelijke provincies en de gemeenten Assen, Leeuwarden, Emmen en Groningen. Door met alle partijen om de tafel te zitten en open te zijn over elkaars ambities en plannen kan men de besteding van het beschikbare geld goed op elkaar afstemmen.

Binnen dit netwerk bestaat een onderdeel dat van belang is voor beeldend kunstenaars: het platform Noordenaars, een samenwerking tussen de noordelijke kunstpodia: Academie Minerva, Bierumer School, CBK Emmen, Kunstpunt Groningen, Kunsthuis SYB, Media Art Friesland, Noorderlicht, NP3, Het Resort, SIGN en VHDG. De opname van de Noordenaars in het bredere netwerk van We the North zorgt ervoor dat ook de kleinere instellingen van zich kunnen laten horen en zichtbaar worden voor het Rijk – wat uiteindelijk hun mogelijkheden om te lobbyen voor andere fondsen vergroot.

Ook geeft dit platform kunstpodia de mogelijkheid om expertise en materiaal met elkaar uit te wisselen. Dat is wederom goed voor de kostenefficiëntie en maakt het makkelijker voor de kunstenaars die aangesloten zijn bij deze instellingen om zich door het gehele netwerk en de gehele regio te bewegen.

Kunsthuis SYB

Kunstpodia kunnen voor elkaar opkomen, mocht er een probleem zijn, zoals het geval was met Kunsthuis SYB in Beetsterzwaag, dat eind 2020 dreigde om te vallen toen het wél een positieve beoordeling kreeg van het Mondriaan Fonds, maar net buiten de boot viel door een tekort aan budget. Gelukkig kreeg SYB na een gezamenlijke campagne met andere landelijke kunstpodia wél geld toegewezen, maar het blijft goed om te beseffen hoe precair het bestaan van veel kunstinstellingen is, zelfs als ze al jarenlang inhoudelijk uitmuntend presteren en van groot belang zijn voor kunstenaars.

Er zijn relatief weinig kunstpodia in het Noorden en het wegvallen van een enkel podium slaat al snel een groot gat in het hele systeem. Het in stand houden van programma’s zoals We The North en Noordenaars is een van de belangrijkste manieren om het culturele ecosysteem in het Noorden te verduurzamen en ieders positie daarbinnen te versterken.

Precaire aangelegenheid

Sommige kunstpodia kiezen er bewust voor om geen subsidies aan te vragen en alles uit eigen zak te financiëren. Dit zorgt voor minder concurrentie binnen het subsidiestelsel en geeft ze de vrijheid om hun programma’s op te stellen zonder enige verantwoording af te leggen of mee te hoeven gaan met trends. Zo’n organisatie draagt bij aan een volledig ecosysteem, waarbinnen ook ruimte voor volledige autonomie moet zijn. Helaas is het voor deze podia moeilijker om de Fair Practice Code of de Richtlijn kunstenaarshonoraria toe te passen, waardoor de kunstenaars die met ze samenwerken, vaak alsnog afhankelijk zijn van inkomsten uit andere bronnen. Zo blijft werken in de kunst een precaire aangelegenheid.

Talenten vasthouden

Een van de andere belangrijke uitdagingen waar het Noorden mee te maken heeft, is het vasthouden van het talent dat zich in de regio bevindt. Het Noorden trekt veel jong talent aan, mede door het opleidingsaanbod en de experimentele kunstpodia, maar weinig mensen zullen zich er permanent vestigen. Dat komt met name doordat de nadruk ligt op talent ontwikkeling .

Talentontwikkeling is een van de kernpijlers van het culturele beleid van de regio en de basis van de programma’s van de meeste kunstpodia – en hoewel dat een goede zaak is, heeft het ook een aantal nadelen. Zo wordt slechts een heel specifiek en relatief klein deel van een kunstcarrière ondersteund, veruit de grootste groep kunstenaars wordt niet meer gesteund. Over het algemeen drogen de open calls en cultuurstipendia zo’n zes jaar na het afstuderen op en krimpt het aantal presentatie-instellingen waar je terechtkan als mid - of late-career kunstenaar.

Als reactie hierop wordt gewezen naar de commerciële galerie of creatieve broedplaatsen zoals de Biotoop in Haren, die normaal gesproken inderdaad de geëigende plekken voor deze groep kunstenaars zijn. Maar het aanbod in het Noorden is niet groot – broedplaats Backbone050 moet in maart 2023 de deuren ook nog sluiten – en de kansen die deze plekken voor mid-careerkunstenaars bieden, vallen in de praktijk tegen.

Tekort aan atelierruimte

Binnen alle cultuurnota’s is er ook weinig visie op hoe men een plek gaat bieden aan de kunstenaars die zich in het Noorden willen vestigen. Dit leidde in oktober 2021 nog tot een verhitte discussie tussen Karina Bakx (Het Resort) en Koosje van Doesen (raadslid van D66 in Groningen) tijdens de talkshow Stampa , toen Van Doesen stelde dat niet iedereen zomaar kan blijven en mensen eigenlijk maar moeten doorstromen. Dat is moeilijk te verenigen met het streven naar een volledig toegerust habitat waarin iedereen goed kan functioneren. Een echt plan hoe de politiek dit moet bewerkstelligen, lijkt er vooralsnog niet te zijn.

Bovendien dreigt het huidige tekort aan atelierruimtes groter te worden door een landelijke wetswijziging die ervoor zorgt dat atelierpanden in handen van woningbouwcorporaties niet langer onder niet-commerciële, maar onder commerciële activiteiten komen te vallen. Hierdoor is het mogelijk dat deze atelierpanden een nieuwe bestemming krijgen en kunstenaars op straat zullen worden gezet.

Gebrek aan zichtbaarheid

Een goed begin om talentbinding te stimuleren, is om bijvoorbeeld eens kritisch te kijken naar de bestaande cultuurstipendia en deze uit te breiden met stipendia voor gevestigde kunstenaars die ouder zijn dan 35 jaar. Het Lucht-stipendium van Kunstpunt Groningen, dat vorig jaar in het leven werd geroepen, is een van de beste aanzetten geweest om een grote en diverse groep kunstenaars van een beurs te voorzien en verder te gaan dan alleen het stimuleren van jong talent. Het heeft een grote impact gehad op de lokale kunstscene. Zeker ook omdat er vanuit Kunstpunt veel moeite werd gedaan om het werk van de betrokken kunstenaars bij het grote publiek te promoten, door het midden in de stad Groningen te exposeren. Het was een van die zeldzame momenten waarop een groot gedeelte van de Groningse kunstscene ineens zichtbaar werd voor het grote publiek.

Het gebrek aan zichtbaarheid is sowieso een probleem voor het Noorden. Hoewel veel van het noordelijke culturele aanbod zich inhoudelijk meet met het Randstedelijke aanbod, zeker als je afgaat op het aantal toekenningen van het Mondriaan Fonds (dat veelal wordt gezien als kwaliteitskeurmerk), is de aandacht van de landelijke media voor culturele evenementen in het Noorden magertjes. Zelfs door de eigen regionale media wordt er relatief weinig aandacht besteed aan kunst en cultuur.

Regionale media

Ook al doen bijna alle kunstpodia hun best om de exposities zo goed mogelijk te promoten, dreigt de beeldende kunst door het gebrek aan media-aandacht voor het grote publiek een ver-van-mijn-bedshow te worden. Juist omdat de meeste kunstpodia in het Noorden zelf al veel interviews, artikelen en andere content genereren, zou het voor de media makkelijk moeten zijn om meer cultuur uit te lichten. Hun belang valt niet te onderschatten: ook kleinere regionale bladen, zoals de Groninger Gezinsbode , hebben een directe invloed op de bezoekersaantallen van kunstpodia.

De hamvraag is nu: wat gaat de toekomst brengen voor het culturele ecosysteem van het Noorden?

Gezien het belang van de subsidies binnen het systeem is een beetje politieke welwillendheid essentieel – en wat dat betreft lijkt het Noorden redelijk de wind in de rug te hebben. Ten eerste zijn de laatste cultuurnota’s van Groningen en Leeuwarden voor acht jaar opgesteld in plaats van de gebruikelijke vier, om te voorkomen dat het beleid met iedere nieuwe politieke lichting verandert.

Zo’n langetermijn-plan schept enig vertrouwen in de toekomst. Het geeft de culturele sector meer stabiliteit en de kans zich inhoudelijk te ontwikkelen. Het succes van samenwerkingsverband We The North en het platform Noordenaars echoot door in alle cultuurnota’s van het Noorden. Hopelijk dient dit als vliegwiel voor meer samenwerking, nieuwe initiatieven en blijvende ondersteuning.

In Friesland is er veel politieke welwillendheid na het succes van Leeuwarden als Culturele Hoofdstad van Europa 2018, iets wat de hele regio anders heeft doen kijken naar het effect van kunst en cultuur op de economie en maatschappij. Dit biedt mogelijk veel nieuwe kansen voor kunstenaars en kunstpodia.

Afslag BLV en Campis

Tot slot zijn er onlangs een aantal nieuwe kunstpodia bijgekomen, zoals Afslag BLV in Heerenveen en Campis in Assen. Hoewel de gemeente Assen jaren weinig aandacht had voor cultuur en het cultuurbudget weinig tot geen ruimte liet voor nieuwe initiatieven, zoals blijkt uit de cultuurnota 2021-2024 , heeft Campis een ruim budget weten los te peuteren voor een beginnend kunstpodium. Dat heeft ten eerste te maken met de wil van het kunstpodium om als kartrekker te functioneren voor de kunstscene en ten tweede met de hernieuwde welwillendheid van de gemeente om op cultuur in te zetten. Ook mooi: het podium is actief aan het lobbyen voor de realisatie van woon- en werkruimtes voor kunstenaars.

In Groningen is Moshpit Of Creation ontstaan, een project dat volledig wordt gefinancierd door de kunstenaars zelf en dat zich in mum van tijd heeft ontwikkeld tot een gevestigde plek in de kunstscene.

Voorzichtig optimistisch

Het is vooral de bereidheid tot samenwerking tussen alle spelers in de culturele sector die tot voorzichtig optimisme stemt voor de kunstenaars die zich in het Noorden willen vestigen. Er liggen genoeg uitdagingen, maar als men zich gezamenlijk en experimenteel blijft inzetten om van het Noorden een duurzaam cultureel ecosysteem te maken, ziet de toekomst er rooskleurig uit.

Over dit essay

‘Het culturele ecosysteem van het Noorden’ is het derde essay in een vijfdelige serie. Voor kunstpodium Het Resort schrijven vijf kunstprofessionals over de positie die de kunstenaar in de wereld inneemt. Hoe vindt de kunstenaar een weg in het huidige systeem en wat zou er moeten veranderen? Eerder schreef Henrike Scholten ‘De kaas van Uccello: stereotypen over kunstenaars’ en Elles Hesseling ‘Klaar de mist: het leven na de kunstacademie’. De serie is tot stand gekomen met hulp van het Mondriaan Fonds .

Het Resort is een hedendaags, experimenteel en site-specific kunstpodium. Het Resort laat kunst ontstaan buiten de kunstcontext van musea, galeries, beurzen en projectruimtes en kunstenaars vraagt te reageren op bijzondere (semi-) publieke plekken in Groningen. Door kunstenaars te koppelen aan locaties creëert Het Resort ongewone omstandigheden om nieuw werk te maken. De kunstenaars verhouden zich tot de geschiedenis, de huidige functie en het publiek van de locatie. Een greep uit de eerdere expositielocaties: zwembad De Papiermolen, de schaatsbaan in Kardinge en het voormalige BIM benzinestation.

Ze organiseert residenties, exposities, projecten en een talentenprogramma en publiceert korte video’s en publicaties over het proces. Naast kunstenaars biedt ze andere professionals, als schrijvers en muzikanten, opdrachten binnen de programmaonderdelen.