Karel ten Haaf (1962 - 2019): Een bijzonder geval in de letteren

Foto: Corné Sparidaens

Hij wilde het verblijfrecord in zijn hospice verbreken, maar die tijd was hem niet gegeven. In zijn woonplaats Groningen is Karel ten Haaf overleden. Dat hebben zijn naasten vrijdagmiddag bekendgemaakt.

De in Bloemendaal geboren dichter, schrijver en telefonist was al geruime tijd ziek. Twee jaar geleden werd bij hem kanker geconstateerd. Zijn laatste bundel, Nilfisk , verscheen in 2018. In een afscheidsinterview met deze krant vertelde hij met nog twee boeken bezig te zijn, een roman in ondertitels en een uitgave over de dichter Cornelis Vaandrager. Hij vreesde al dat hij die niet zou voltooien.

Behalve met literatuur was Ten Haaf ook politiek actief. Hij zette zich in voor de Socialistische Arbeiderspartij (SAP) en was onder meer oprichter van het Comité Stop Fortuyn dat tegen het rechtse populisme van Pim Fortuyn ageerde. Korte tijd stond hij op de kieslijst voor de Socialistische Partij in de gemeente Groningen. Na uitlatingen van toenmalig partijleider Jan Marijnissen over de dubbele nationaliteit van Ahmed Aboutaleb verliet hij de SP in 2006.

Trotskist

Ten Haaf, opgegroeid in een PSP-milieu, was kenner van het gedachtegoed van de Russische marxist en revolutionair Leonid Trotski en noemde zichzelf trotskist – zijn bibliotheek met trotskistische boeken was enorm. Hij zette zich in voor gelijke rechten, welvaartsdeling en waarschuwde bij gelegenheid voor rascisme, discriminatie en de terugkeer van het fascisme. Vlak voor zijn overlijden sprak hij nog zijn afschuw uit over de opkomst van Forum voor Democratie.

Na zijn middelbare schooltijd in Haarlem trok Ten Haaf begin jaren tachtig naar Groningen om Nederlandse taal- en letterkunde te studeren en schrijver te worden. Toen bleek dat dit ook zonder universitaire studie mogelijk was, besloot hij telefonist te worden bij het UMCG. Na een aantal uitgaven in eigen beheer verschenen in 1999 zijn eerste boeken bij uitgeverij Passage: de roman Steppen zonder autoped en het levensverhaal van de Groninger socialist Peter Drenth.

‘Geen gedicht is ook een gedicht’

Ten Haaf, die samen met Stefan Nieuwenhuis als duo Die Toffe Gasten ook cabaret maakte en samen met Daniël Dee boeken maakte over de K1-vechtsport, stond in 2003 aan de wieg van De Dichtclub, een belangrijk podium voor dichters in Groningen. Hij stelde diverse bloemlezingen samen, waaronder Zieteratuur over visuele en concrete poëzie, en schreef een bijzonder oeuvre bij elkaar. Zijn poetica ontleende hij aan Cornelis Vaandrager, die hij zeer bewonderde, en kwam in zijn eigen woorden neer op ‘Geen gedicht is ook een gedicht’.

Zowel in zijn gedichten als romans is een belangrijke rol weggelegd voor absurdisme, trivialiteiten, porno, ontregeling, taboes en ready mades, alledaagse vondsten die door Ten Haaf tot literatuur werden gemaakt. Uit zijn werk – zijn oeuvre omvat zo'n twintig titels – spreekt een voorkeur voor openheid en gelijkheid en een afkeer van uitsluiting. Volgens Ten Haaf kon iedereen schrijver worden. Literatuur zag hij als uiting van vrijheid.

‘Ik heb de goede weg gekozen’

Ten Haaf was een bijzonder geval in de letteren, maar heeft als auteur nooit een groot publiek bereikt. Wat hij schreef was daarvoor te dwars, te eigenzinnig en soms ook te vulgair. In zijn afscheidsinterview vertelde hij blij te zijn dat hij nooit beroemd is geworden, maar had hij wel op meer waardering gehoopt. Tegelijkertijd gaf hij toe dat hij altijd eigenwijs is geweest: ,,Ik heb een weg gekozen. Dat was de goede weg. Daarom ben ik op die weg door gegaan.”

Karel ten Haaf is 57 jaar geworden.

Nieuws

Meest gelezen

menu