Klaar de mist: het leven na de kunstacademie | de wereld van de kunstenaar

. Illustratie: Marina Sulima

Hoe zorg je ervoor dat je als kunstenaar na je afstuderen niet in een dichte mist beland? De stap van studie naar arbeidsmarkt wordt volgens Elles Hesseling vaak onderschat. Het zou helpen wanneer kunstopleidingen daar meer aandacht voor hebben.

De dichte mist doemt al op wanneer studenten bezig zijn met hun afstudeerscriptie of -expositie, maar blijft nog haast onopgemerkt hangen aan de voet van de enorme berg werk die zij aan het einde van hun studie moeten verzetten. Als die berg eenmaal is verzet, is er voor de pas afgestudeerde studenten dan eindelijk de opluchting, de vrijheid en de vakantie. Maar vervolgens vaak ook nieuwe stress: wat ga ik nu doen, hoe vind ik een baan, wat wil ik eigenlijk?

Ikzelf miste na mijn studie kunstgeschiedenis al snel de routine van colleges volgen en opdrachten maken. Het gras blijkt toch altijd groener aan de overkant te zijn. Tijdens mijn studie kon ik namelijk niet wachten op het moment dat ik mijn agenda zou openslaan en er niets op de planning stond. En toen dat eenmaal zover was, genoot ik er ook eventjes van, totdat ik het allemaal niet meer kon overzien – ineens bevond ik me midden in die dichte mist en wist ik niet wat ik moest.

Een van de meest onzekere arbeidsmarkten

De stap van studie naar arbeidsmarkt wordt naar mijn idee vaak onderschat door mensen die óf al precies weten wat ze na hun studie willen doen óf de onzekere tijd aan het einde van hun studie na een aantal jaren langzaam zijn vergeten. Studies doen natuurlijk hun best om studenten op deze tijd voor te bereiden. In de vorm van stages wordt de stap bijvoorbeeld kleiner gemaakt: je doet dan al wat meer werkervaring op en stroomt vervolgens makkelijker door.

De arbeidsmarkt voor kunstenaars zou je echter makkelijk een van de meest onzekere in Nederland kunnen noemen, en als net nieuwe kunstenaar heb je weinig houvast. Van de pas afgestudeerde studenten van de kunstacademie in mijn contactenkring merk ik dat ze zich niet helemaal bewust waren van de dikte van de mist na hun studie.

Over de auteur

Elles Hesseling (1994) is freelance schrijver. Ze rondde de studie kunstgeschiedenis af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze is geïnteresseerd in de manieren waarop kunst voor mensen van over de hele wereld kan zorgen voor verbinding en bezinning. Haar thuisbasis is Groningen, maar ze reist op dit moment door Mozambique, Tanzania en Zuid-Afrika.

 

Een bedrijf in je uppie

Marketing, communicatie, netwerken, verstand van subsidies en fondsen of hoe je je werk moet verkopen, kennis van prijs-kwaliteitverhoudingen, financiën, presentatie, en natuurlijk het creëren van werk: je bent eigenlijk alle facetten van een bedrijf in je uppie. Bij het kiezen voor het studeren aan de kunstacademie teken je er tegenwoordig voor om cultureel ondernemer te worden. De Wet werk en inkomen kunstenaars is in 2012 afgeschaft, waardoor nieuwe kunstenaars geen aanvulling op hun inkomen meer krijgen. In plaats daarvan begint de meerderheid nu zonder vangnet of beloftes – en zeer waarschijnlijk met een dikke studieschuld.

De meeste afgestudeerde studenten van Academie Minerva die ik spreek, hebben standaard een bijbaan: ze werken in de schoonmaak, horeca, of als postbode. Niet dat daar iets mis mee is, maar ik denk dat de meeste studenten dat niet hadden verwacht na hun afstuderen. Het is echter lastig om erachter te komen hoe je geld kan verdienen met de kunst die je maakt, en als er een opdracht binnenkomt, wordt het moeilijk gevonden om een eerlijke prijs vast te stellen of ‘nee’ te zeggen als dat niet lukt. Wanneer je niet direct een doorslaand succes in de kunstwereld bent of een vangnet hebt – door bijvoorbeeld de zekerheid van financiële ondersteuning van je familie – lijkt het onmogelijk al je geld te verdienen met het maken van kunst zonder elk dubbeltje te moeten omdraaien.

Voorkomen dat je ineens verloren bent

Dus hoe zorg je ervoor dat je na je afstuderen niet ineens verloren bent? Hierover ga ik in gesprek met docenten, studenten en oud-studenten van Academie Minerva. Ik vraag me met name af wat de kunstacademie toekomstige kunstenaars meegeeft aan informatie over hun onzekere toekomst en focus daarbij vooral op mensen die de richting autonome beeldende kunst (ABK) hebben gekozen.

Maar voordat ik dat doe, lijkt het me goed om een algemener beeld te schetsen van het kunstenaarschap. Beeldend kunstenaar en onderzoeker Henrike Scholten onderzocht verschillende stereotypen die in de westerse geschiedenis en tegenwoordig nog over het kunstenaarschap bestaan. Voorbeelden van zulke stereotypen zijn dat de kunstenaar een geniale gek is, depressief, raar, slecht in rekenen, extravagant of juist afgezonderd van de samenleving. De manieren waarop kunstenaars kritisch op de wereld reflecteren, anderen inspireren of verbindend werken, worden volgens mij juist te vaak onderschat. Kunst wordt nog steeds vaak weggezet als een ‘linkse hobby’, een term die tien jaar geleden populair werd als verantwoording voor de bezuinigingen op de cultuursector.

‘Kunstenaars worden voorgelogen’

Tegelijkertijd bestaat er een zeker romantisch maar misleidend beeld over het kunstenaarschap. Kunstenaar en econoom Hans Abbing beschrijft in zijn boek Why are artists poor? hardnekkige mythen over het kunstenaarschap, die er volgens hem voor zorgen dat potentiële kunstenaars worden voorgelogen. Hij noemt een aantal van deze mythen: het maken van authentieke kunst is eindeloos de moeite waard, zelfs als je er niets of weinig mee verdient; het talent om kunst te kunnen maken is aangeboren of door God gegeven; bepaalde talenten verschijnen alleen later in de carrière van kunstenaars; succes in de kunstwereld is alleen afhankelijk van talent en inzet; iedereen heeft gelijke kansen in de kunst.

Mijn bedoeling is niet om medelijden op te wekken voor de kunstenaar of om te zeggen dat het voor andere beroepsgroepen allemaal veel makkelijker is. Het punt dat ik wil maken is dat er door deze aannames en mythen veel misinformatie over het kunstenaarschap bestaat. Daardoor wordt de waarde van kunst naar mijn mening onderschat en blijft de toekomstige arbeidsmarkt voor kunstacademiestudenten vaag en onzeker.

Studenten als verhalenvertellers

De vraag over het ondernemerschap en de veranderde rol die een kunstenaar wel moet aannemen om tegenwoordig te overleven, is geen onbekende voor Dorothea van der Meulen, directeur van Academie Minerva in Groningen. De kunstacademie gaat volgens haar met de tijd mee. Er wordt in de opleiding steeds meer gefocust op welke positie studenten zelf in het werkveld willen innemen en welke bijdrage zij daaraan willen leveren. Bij de beoordeling ligt het accent meer op het denkproces, de visie en mening van de student – en de manieren waarop die zaken kunnen worden ingezet. Van der Meulen noemt de studenten om die reden ook „verhalenvertellers”.

Toen ze ruim twaalf jaar geleden als dean/directeur van Academie Minerva aantrad, werden er nog veel vraagtekens geplaatst bij het feit dat ze zelf geen kunstenaar is. Dat is nu al veel minder het geval. „Het is nu niet meer vanzelfsprekend dat de dean van een kunstacademie opgeleid is als kunstenaar”, zegt Van der Meulen. Voordat ze bij Minerva kwam is ze onder andere commercieel manager bij ROC Friese Poort, adjunct-directeur van Martiniplaza en voorzitter van het bestuur van Noorderzon geweest. Ze kwam in aanraking met het brede culturele veld van Groningen en omgeving. Daar komt wellicht ook haar visie vandaan om studenten de arbeidsmarkt te laten leren kennen.

Door studenten projecten aan te bieden via het projectbureau van Hanze laat Minerva hen kennismaken met verschillende domeinen en werkvelden. Op die manier wil Van der Meulen laten zien dat het oog en de denkwijze van een kunstenaar overal van grote waarde kan zijn.

Verwarrend, meerdere opties

Het is dan wel essentieel om de kunstenaar als autonoom te blijven zien – en de kunst als medium op zichzelf en niet als dienstig voor de maatschappij. Is kunst immers niet krachtiger als het niet voor iemand gemaakt is, maar op zichzelf staat? Een focus op zelforganisatie en zelfreflectie op een kunstacademie kan erg waardevol zijn. In de gesprekken die ik voer met studenten – vooral met degenen die zich op hun eigen kunstpraktijk willen focussen – merkte ik dat sommigen het juist als verwarrend ervaren om meerdere opties te verkennen. Het is wellicht toch relevant om je af te vragen of je als directeur zonder achtergrond in de kunsten de gehele strekking van de sector wel begrijpt.

Sommige van de directeuren van de kunstacademies ArtEZ en Rietveld hebben wel een achtergrond in de kunsten. Zou dat niet toch een verschil in visie op de toekomst van de pas afgestudeerden met zich meebrengen? En in de manier waarop de studenten worden opgeleid? Natuurlijk is een louter op autonome kunst gericht beleid ook niet ideaal voor de toekomst van studenten. Een combinatie van zowel een inhoudelijk als een zakelijk georiënteerde opleiding is mijns inziens het beste van beide werelden.

Een gebakken eitje

Ondernemerschap krijgt in het curriculum van Minerva een plek in het vak professional practices . Dit vak werd eerst alleen in de laatste twee jaren van de studie Autonome Beeldende Kunst (ABK) gegeven, maar maakt er inmiddels vanaf het eerste jaar al deel van uit.

Docent Imogen Humphris legt het vak uit aan de hand van een gebakken eitje. Het eigeel is volgens haar de maakpraktijk, die je vooral leert uit eigen interesse en bij de verschillende werkplaatsen. Het eiwit eromheen is de samenleving en de realiteit van de wereld buiten de academie. Professional practices is in deze vergelijking het overzien van het gehele ei: het vak laat je nadenken over de plaats die je wil en gaat innemen, op welke manier je jouw kunst de wereld in gaat sturen en wat je daarbij nodig hebt.

Met dit vak wil Minerva de studenten meer grip geven op hun toekomst. Niet alleen wordt er gefocust op het bouwen van een website en het presenteren van jezelf en je werk, ook wordt het belang van het opbouwen van een netwerk benadrukt en worden de overwegingen om te werken in een collectief besproken. Daarnaast worden er presentaties gegeven door verschillende instituten en kunstenaars. Zeker een goede ontwikkeling voor de zelfontplooiing van studenten.

Student vormgeving

In mijn gesprek met Humphris komt naar voren dat het eigenlijk vreemd is dat dit vak aan de ABK-studenten op Minerva al vanaf het eerste jaar wordt gegeven en pas in het derde en vierde jaar aan de studenten vormgeving. Sverre van der Velde, zelf student vormgeving, is het daarmee eens. Hij koos net als veel van zijn studiegenoten voor vormgeving omdat hij verwachtte dat dit uiteindelijk meer zekerheid op de arbeidsmarkt zou geven dan een ABK-diploma. Nu denkt hij erover na om van vormgeving over te stappen naar ABK.

Bij vormgeving krijgen de studenten projecten vanuit het projectbureau, maar Van der Velde laat weten dat hij een vak als professional practices mist om een fundering te bouwen, op basis waarvan hij zich op een gegeven moment zelf verder kan ontwikkelen. „Het wordt op Minerva heel erg van je verwacht dat je dingen zelf ontdekt”, zegt hij. „Die vrijheid is in artistiek opzicht heel goed. Maar wat betreft een heleboel andere dingen kun je wel goed voorbereid worden, zoals het aanvragen van subsidies of het sturen van brieven naar kunstresidenties. We krijgen er nu een beetje voorlichting in, maar meer op een manier van: het bestaat . Ik mis daarin wel de concrete uitleg.”

Veel vrijheid, hoe ga je ermee om?

Oud-student en -docent Lola Diaz Cantoni zegt ook dat studenten op Minerva veel vrijheid hebben en krijgen. Dit is iets positiefs voor de meeste studenten, maar kan tegelijkertijd een negatief effect hebben wanneer studenten niet weten hoe ze met deze vrijheid moeten omgaan. Volgens directeur Van der Meulen is het voor studenten dan ook belangrijk dat ze zich actief inzetten voor en initiatief tonen bij de projecten van het projectbureau.

Maar nogmaals, voor sommige studenten werkt dat niet goed. Ik had het eerder al over de studenten die zich op hun eigen kunstpraktijk willen focussen, maar er zijn ook studenten die (nog) niet goed weten wat ze willen en voor wie de projecten van het projectbureau als te specifiek aanvoelen en niet als een soort oriëntatie. Daarnaast is er niet genoeg tijd voor de docenten om de vele studenten allemaal individueel te begeleiden. Dat leidt ertoe dat er studenten zijn die zich verdwaald voelen.

Essentiële economische basisvaardigheden

Een vak als professional practices is al heel waardevol voor deze studenten, omdat het aanzet tot zelfreflectie en je de mogelijkheid krijgt om verschillende opties uit te pluizen. Maar daarnaast zou een focus op de meer essentiële economische basisvaardigheden, zoals oefenen met subsidie aanvragen, contracten opstellen, prijs bepalen, volgens studenten zeer welkom zijn. Alles om de mist na het afstuderen zo snel mogelijk te laten opklaren.

Of, in de woorden van Pascal Gielen, Camiel van Winkel en Koos Zwaan in hun onderzoeksproject De hybride kunstenaar : ‘Kunstenaars die over een reflectief instrumentarium beschikken om hun eigen positie in het sociale en culturele veld te analyseren, zullen strategisch kunnen opereren en daarmee een grotere kans hebben om niet ten onder te gaan aan de vele tegenstrijdige krachten die in de praktijk op hen inwerken.’

Hybride kunstenaar

Tijdens de gesprekken die ik heb met de studenten en oud-studenten kom ik erachter dat velen van hen zich gedurende de studie steeds meer bewust worden van de onzekere arbeidsmarkt en de moeilijkheden die er voor hen in het verschiet liggen. Bij sommigen uit zich dat in een gevoel van ongerustheid. Anderen zien het juist als mogelijkheid om op een creatieve manier hun plek te vinden.

Inmiddels lijken steeds meer mensen langzaam te accepteren dat ze een hybride kunstenaar zullen worden: iemand die naast het maken van kunst geld verdient aan projecten of met een bijbaan. Voor sommige oud-studenten werkt dit goed, omdat de afwisseling hen sterker maakt. Anderen vinden het vooral frustrerend om – naast het maken van kunst – noodgedwongen te moeten werken, omdat het tijd en energie weghaalt van hun kunstenaarschap. Voor hen voelt het alsof ze om de tuin zijn geleid: zij zitten er niet op te wachten om op een flexibele manier inzetbaar te zijn in de samenleving en willen autonoom kunst maken.

Delphine Hesters

Een belangrijke reden waarom het idee van de hybride kunstenaar steeds meer wordt geaccepteerd, is de grote verschuiving van interesse in kunst naar interesse in creativiteit in de kunstwereld. Socioloog Delphine Hesters slaat de spijker op de kop: „Het belang van kunst moet steeds maar weer worden verdedigd, en tegelijkertijd zijn kunstenaars – ingeschakeld onder de ruimere noemer ‘de creatieve industrie’ – juist heel hip. In deze context worden kunstenaars vaak uitgenodigd om mee te werken aan projecten, wat nieuwe kansen biedt voor kunstenaars, maar wat ook het gevaar van instrumentalisering van kunst met zich meebrengt: het belang ligt vaak niet bij de kunst of de kunstenaar zelf, maar bij het economisch/toeristisch/sociaal doel.”

Heldere visie meegeven

Het is lastig voor een instituut als Minerva om alle veranderingen in de samenleving bij te blijven houden – en verandering doorvoeren gaat langzaam. Lees als bewijs hiervan de monografie Kunstonderwijs op losse schroeven van Jan Juffermans uit 1971, waaruit blijkt dat veel dezelfde kwesties over het kunstonderwijs toen al speelden.

Voor de kunstacademie is het vooral van belang om zo transparant mogelijk te zijn: ze moet duidelijkheid geven over de veranderingen binnen de samenleving en studenten een heldere visie meegeven op het leven na de studie. Op die manier zullen studenten beter weten wat ze van de opleiding en het kunstenaarschap kunnen verwachten. Ze zullen na het afstuderen dan niet in een dichte mist belanden, maar weten hoe ze hun weg moeten vinden.

Over dit essay

‘Klaar de mist: het leven na de kunstacademie’ is het tweede essay in een vijfdelige serie. Voor kunstpodium Het Resort schrijven vijf kunstprofessionals over de positie die de kunstenaar in de wereld inneemt. Hoe vindt de kunstenaar een weg in het huidige systeem en wat zou er moeten veranderen? Eerder schreef Henrike Scholten ‘De kaas van Uccello: stereotypen over kunstenaars’. De serie is tot stand gekomen met hulp van het Mondriaan Fonds .

Het Resort is een hedendaags, experimenteel en site-specific kunstpodium. Het Resort laat kunst ontstaan buiten de kunstcontext van musea, galeries, beurzen en projectruimtes en kunstenaars vraagt te reageren op bijzondere (semi-) publieke plekken in Groningen. Door kunstenaars te koppelen aan locaties creëert Het Resort ongewone omstandigheden om nieuw werk te maken. De kunstenaars verhouden zich tot de geschiedenis, de huidige functie en het publiek van de locatie. Een greep uit de eerdere expositielocaties: zwembad De Papiermolen, de schaatsbaan in Kardinge en het voormalige BIM benzinestation.

Ze organiseert residenties, exposities, projecten en een talentenprogramma en publiceert korte video’s en publicaties over het proces. Naast kunstenaars biedt ze andere professionals, als schrijvers en muzikanten, opdrachten binnen de programmaonderdelen.