'Er wordt een rode loper uitgerold die tot de bosrand gaat, maar eenmaal in het bos moeten de staatshoofden zelf hun weg zoeken' | column Joost Oomen

Elke week komt op woensdag de premier op bezoek. Hij wordt naar de bosrand gereden door zijn chauffeur, stapt daar uit en trekt in de achterbak zijn groene laarzen aan.

Joost Oomen leest een Jubel - Het koninklijke bos

Hij mag het bos niet in, hij loopt eromheen en vertelt over de staat van het land. Hij spreekt over economie en hoe het verder gaat met de zorgsector, over Oekraïne en gas en toeslagen, en alleen de vogels onderbreken hem. Hij legt zijn hand op een dikke stam en als hij het echt niet meer weet, of juist op de momenten waar hij bij toeval gelukkig is, gaat hij op het mos zitten en leunt tegen de dikke wortels. Zijn chauffeur die staat te wachten, ziet een ree verschijnen en weer verdwijnen.

Staatshoofden van omringende landen, gelijk in rang aan ons bos, mogen wel tussen de bomen lopen. Er wordt een rode loper uitgerold die tot de bosrand gaat, de harmoniekapel van de marine speelt een vrolijk lied, maar eenmaal in het bos moeten de staatshoofden zelf hun weg zoeken. De wandeling is met paaltjes aangegeven, maar er zijn staatshoofden die van die wandeling afwijken. Bij het vallen van de avond gaan speciaal opgeleide militairen ze zoeken.

Nieuws

menu