Thrillerschrijvers Anita Terpstra en Frank von Hebel schrijven elkaar een brief. 'Koop dit boek, maar eerst het mijne'

Van zowel Anita Terpstra als Frank von Hebel is een thriller verschenen, respectievelijk Huis van berouw en Hem is de wrake. Hij las haar boek, zij de zijne. Daarover stuurden Von Hebel en Terpstra – die meer gemeen blijken te hebben dan schrijven – elkaar een brief.

Frank von Hebel schreef een spannend boek: Hem is de wrake.

Frank von Hebel schreef een spannend boek: Hem is de wrake. Foto: Corné Sparidaens

Frank schrijft een brief aan Anita

Beste Anita,

Wat een prachtig en spannend boek heb je geschreven! Zoals wij in Groningen alhier nogal eens zeggen: kon minder. Wellicht ten overvloede: dat is de hoogst denkbare lof. Ik ben benieuwd wat je van mijn boek vindt. ‘Bedankt Frank, twee dagen van mijn leven die ik nooit meer terugkrijg. Maar met een hoop paracetamol was het best vol te houden.’ Toegegeven: ik hoop er niet op, maar het zou ook wel weer geinig zijn, hoewel ik vrees dat onze prille correspondentie dan van kortstondige aard is. Zo is mijn ego dan ook wel weer.

Overigens, vanzelfsprekend heb ik je nog even gegoogled. Mijn verbazing groeide. We zijn beiden in het jaar geboren dat de eerste aflevering van De film van Ome Willem werd uitgezonden (1974), zijn beiden journalist, houden van kunst (jij studeerde kunstgeschiedenis), zijn verknocht aan het Noorden, we schrijven beiden thrillers en … we zaten allebei in dezelfde periode op de School voor Journalistiek in Zwolle. Waarbij we er wonderwel in slaagden elkaar nooit tegen het lijf te lopen. Best knap van ons.

Dus Anita, deze briefwisseling: het heeft zo moeten zijn. Het lot kon er niet langer omheen. Maar nu over je boek. Kan ik veel over zeggen, maar hoe doe ik dat zonder dat de lezer denkt: ja, nu hoef ik hem niet meer te kopen. Een niet nader te noemen familielid merkte ooit bij een door mij vers aangeschafte thriller terloops op: ‘Ja, heel spannend. Jammer dat ie doodgaat.’ En bedankt.

Ik doe toch een poging. Het begin deed me onweerstaanbaar aan Festen denken (heerlijke film!). De lezer – althans ik – wordt volkomen op het verkeerde been gezet wanneer we Rens, de hoofdpersoon, op een schitterende dag tijdens haar huwelijksdag aantreffen. De jurk, de gasten, de kerk, de auto: alles en iedereen ziet er piekfijn uit. En dan … ja, dan loopt het dus allemaal gruwelijk anders op deze ‘mooiste dag van je leven’. Haar droomman Herre blijkt een notoire vreemdganger en ze laat hem – letterlijk – voor het altaar staan. Daarna verdwijnt hij spoorloos en een jaar later wordt zijn lichaam – nog steeds in trouwpak – teruggevonden op het terrein van de state die Rens verbouwt. Overigens: ik dacht dat in mijn boek nogal wat doden vielen, maar het mortaliteitsgehalte in jouw thriller liegt er ook niet om.

Wat ik me nog wel afvroeg: ik put bij het schrijven nogal eens uit eigen ervaringen. Zoals Nora Ephron (1941 – 2012) al zei: ‘everything is copy’. Toch hoop ik van ganser harte – voor jou – dat je deze huwelijksdag echt hebt verzonnen.

En hoe ging je te werk bij het creëren van je wereld? Liet je een rechercheur meelezen? Ging je stage lopen bij een bouwbedrijf? Ik betrok er zelf een rechercheur bij. Kortom: hoe pak jij dit eigenlijk aan? Gezien je indrukwekkende oeuvre (je bent ook voor diverse prijzen genomineerd) ben ik erg benieuwd naar wat jij hierover hebt te vertellen.

De hoofdpersoon in een thriller mag het natuurlijk niet allemaal meezitten. Rens krijgt het dan ook aardig voor de kiezen. Ze lijkt omringd door mensen – vrienden en familie – die over een buitengewoon talent beschikken al haar goede bedoelingen verkeerd uit te leggen. Toch voelt dit geen moment gekunsteld. Hier spreekt de eigen ervaring, als je mij toestaat even de psycholoog uit te hangen. Je personages zijn levensecht. Je voelt Rens’ pijn, woede en frustratie en de lezer bewondert bijna onbewust haar vasthoudendheid. Rens omschrijft zichzelf als een muizig type, maar de lezer komt er al rap achter dat er meer in haar steekt. Ze is een hoogopgeleide vrouw die met twee rechterhanden tussen bouwvakkers opgroeide en haar eigen bouwproject leidt. Dat maakt haar in mijn ogen – mijn gezin zoekt al dekking als ik alleen maar naar een schroevendraaier kijk – veel maar bepaald niet muizig.

En Rens deelt het door jou schitterend vormgegeven podium met nog een hoofdpersoon: het landschap. Je liefde voor de Friese natuur spat van de pagina’s. Het landschap troost, kalmeert, waarschuwt, wuift koelte toe en dient als klankbord voor de gevoelens van de personages. Ik citeer: ‘Slik was taai, zwaar en vruchtbaar, maar ook vloeibaar. Het voegde zich, maakte ruimte als je erop ging staan, omsloot je. Alleen al daarom identificeerde Rens zich met het slik. Ook zij voegde zich altijd naar de ander.’ Een passage om te herlezen.

Het wemelt van de fijne zinnetjes die inzicht verraden en – bij mij althans – een glimlach forceren. ‘Misschien moest ze zich maar voornemen om zich geen dingen meer voor te nemen’. Of deze: ‘Ze was teleurgesteld dat het meisje de schutter niet had gezien. En daardoor was ze teleurgesteld in zichzelf.’

Anita, het wordt tijd er letterlijk en figuurlijk een punt achter te zetten. Ik wil afsluiten met een boodschap voor de lezer: koop dit boek! Maar eerst het mijne.

Hartelijke groet,

Frank

Anita schrijft een brief aan Frank

Beste Frank,

We zijn van hetzelfde bouwjaar (ik zal niks verklappen, als jij dat ook niet doet), we hebben allebei journalistiek gestudeerd, we komen allebei van het platteland, maar wonen nu in de stad. En we schrijven non-fictieboeken en thrillers. Jij bent mijn mannelijke tegenhanger. Tot zover de gedachte dat ieder mens uniek is.

In Zwolle, op Hogeschool Windesheim, gebouw D, moeten onze paden elkaar gekruist hebben. We hebben in dezelfde kantine gezeten, zijn in dezelfde lokalen geweest en hebben over dezelfde docenten geklaagd. Woonde je daar op kamers of heb je, net als ik, eindeloze keren het pad van en naar het station gelopen? Ik blijk vlakbij jouw uitgever te wonen. Opnieuw zijn we, vele jaren later, zonder het te weten, in elkaars nabijheid geweest. En toch hebben we elkaar nooit in levenden lijve ontmoet.

En nu ontmoeten we elkaar hier voor het eerst, op papier. Dankzij jouw nieuwe thriller Hem is de wrake en de mijne. Op basis van je boek denk ik je een beetje te hebben leren kennen. Volgens mij ben je erg grappig. In je boek wemelt het namelijk van de humor. En dat is knap, want humor in thrillers is lastig. Overkill en dus meligheid liggen altijd op de loer, maar jij balanceert als een ware circusartiest op dat dunne koord. ‘Een stem als kruiend ijs.’ En: ‘Haar staalgrijze, gemillimeterde haar zag eruit alsof je er de roest van de Titanic mee kon borstelen.’

En volgens mij ben je net zo dol op Groningen als ik op Friesland. Je liefde voor Groningen heb je in een hoofdpersonage gegoten dat juist een hekel heeft aan de provincie en dat ook met grote regelmaat ventileert. Een briljante vondst. Rechercheur Arthur Coenders moppert er op los: ‘Wat is dat toch in deze zeikprovincie? Je kunt nergens normaal lopen zonder in blubber, derrie of water te stappen.’

Een journalist vroeg mij onlangs of Friesland wel een geschikt decor is voor een thriller. Ik denk dat onze thrillers bewijzen dat er in het noorden genoeg gebeurt dat het daglicht niet kan verdragen. Jij bent niet de enige die deze brief leest, ook de lezers van deze krant, dus voor hen zal ik het een en ander vertellen over de inhoud. Hem is de wrake gaat over Gabriël van Langen. Tijdens een opgraving stuit hij op overblijfselen uit de Romeinse tijd. Iemand is daar niet zo blij mee en besluit Gabriël uit de weg te ruimen. Tijdens een autorit worden Gabriël en zijn zwangere vriendin beschoten. Gabriël overleeft de aanslag en zint op wraak. Er vallen doden en het is aan brigadier Dieter Wigboldus en Arthur om de meedogenloze dader te pakken.

Daarmee verklap ik niks, want je thriller is geen whodunit. Wat dat betreft doet Hem is de wrake me denken aan het werk van je Scandinavische collega’s. Al is dat niet de enige reden. Groningen, hoe jij het beschrijft, is net zo exotisch als de besneeuwde landschappen die een, ik noem maar iemand, Jo Nesbø ten tonele voert.

Ook qua gruwelijkheid zie ik overeenkomsten met de Scandi-thrillers. Gabriël gaat niet bepaald zachtzinnig te werk en die scènes zijn werkelijk huiveringwekkend. Er wordt mij wel eens gevraagd of ik niet wakker lig van wat ik schrijf, maar ik geniet er juist van, hoe morbide dat ook klinkt. Dat heb jij ook, denk ik. Toch?

Je schrijft een serie, Hem is de wrake is je tweede met de brigadier en rechercheur in de hoofdrol, en daar ben ik wel een beetje jaloers op. Ergens in de spreekwoordelijke la van mijn computer ligt een ruwe versie van het begin van een serie, maar ik vrees dat die nooit een papieren vorm zal aannemen. Ik heb er het geduld niet voor.

Eigenlijk wil ik nog heel veel van je weten. Wanneer schrijf je? Hoe kom je aan je ideeën? Hoe bouw je je verhaal op? Wie weet lopen we elkaar toch een keer tegen het lijf en kan ik dan al mijn vragen op je afvuren.

Soms vraag ik me af, net als ieder mens, hoe mijn leven er uit zou hebben gezien als ik andere keuzes had gemaakt. Als ik bijvoorbeeld in de journalistiek aan de slag was gegaan, net als jij. En dan blijkt toch dat bloed kruipt waar het niet gaan kan. Dat vind ik een geruststellende gedachte. Jij wilde altijd al thrillers schrijven en ik ook.

Rest me nog je van harte te feliciteren met je nieuwe boek. Op naar de derde!

Hartelijke groet,

Anita

#

Titel Het Huis van berouw

Auteur Anita Terpstra

Uitgever Cargo

Prijs 20,99 euro (352 blz.)

#

Titel Hem is de wrake

Auteur Frank von Hebel

Uitgever Het Nieuwe Kanaal

Prijs 19,95 euro (280 blz.)

#

Paspoort Anita

Naam Anita Terpstra

Geboren Hallum, 1974

Opleiding Journalistiek en kunstgeschiedenis

Carrière Debuteerde in 2009 met Nachtvlucht dat werd genomineerd voor de Schaduwprijs. Samen werd genomineerd voor de Gouden Strop. Haar thrillers zijn ook in Duitsland en Frankrijk uitgegeven. Terpstra schreef ook een non-fictieboek over grote gezinnen van vroeger, Het huis vol dat enkele weken in de bestsellerlijsten stond, en de roman De moedermaffia.

Privé Woont samen met man, twee kinderen en hond in Leeuwarden

#

Paspoort Frank

Naam Frank von Hebel

Geboren Leens, 1974

Opleiding School voor Journalistiek, Zwolle

Carrière sinds 1999 journalist bij Nieuwsblad van het Noorden/Dagblad van het Noorden . 2021: Thriller Hem is de wrake . 2021: Stripscenario Kapitein Rob. De laatste reis van De Vrijheid ( album in het najaar ) . 2021: Winnaar Dialoogwedstrijd Filmmuziek Radio 4. 2020: Boek Stemmen van de bevrijding (over 75 jaar bevrijding in de stad en provincie Groningen). 2019 : Voorgedragen voor De Tegel voor verhaal over sluiting tippelzone in Groningen . 2017: Thriller Graf van Klei, 2015: Boek Mijn Bevrijding, de slag om de stad Groningen 13 – 16 april 1945. 2015 : Initiatiefnemer en medeorganisator bevrijdingsevenement Liberation of Groningen . 2012: Voorgedragen voor De Tegel voor reportageserie over tbs-kliniek Mesdag (boek verscheen in 2013). 2006: Genomineerd voor prijs Vereniging van Onderzoeksjournalistiek. Dossier Smeerpijp. 2000: Voorgedragen voor Gouden Pennetje, voor reportageserie Samen Leven

Privé Woont met zijn vriendin en hun twee dochters in Groningen

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Boeken
menu