Nacht van de Levensbeschouwing: Bestaat God of niet?

Wiskundige en filosoof Emanuel Rutten (links) ging in de bomvolle Martinikerk met Arjen Lubach in debat over de (on)redelijkheid van geloof. Staand gespreksleider Arjen Dijkstra. Foto Geert Job Sevink

De eerste Nacht van de Levensbeschouwing trok duizend bezoekers naar de Groningse Martinikerk. Atheïst Arjen Lubach discussieerde met theïst Emmanuel Rutten over God.

Christenen zijn beschaafde mensen, bleek al snel bij het debat. Emmanuel Rutten lachte in elk geval beleefd toen gastheer Arjen Dijkstra hem aankondigde met de woorden: ,,Je bent wiskundige, dat is fijn, want dat betekent dat je vrij normaal bent.” Misschien kwam het er wat ongelukkig uit, maar de onderliggende boodschap leek te zijn dat gelovigen doorgaans randdebielen zijn, die wartaal uitslaan en in sprookjes geloven.

Dedain

Dijkstra - en hij was niet de enige tijdens de Nacht - spreidde het gebruikelijke dedain tentoon dat veel atheïsten aankleeft als ze geconfronteerd worden met christenen. Het was niet het enige ongemakkelijke ‘compliment’ dat hij voor Rutten had. ,,Er hebben drie, vier mensen afgezegd, maar jij durft het aan om met Arjen Lubach in debat te gaan”, zei hij ook. Alsof de populaire schrijver, cabaretier en tv-presentator een groot atheïstisch denker is, die gelovigen bibberend van angst het liefst ontwijken.

Gelukkig was het gesprek dat zich daarna tussen Lubach en Rutten ontwikkelde respectvoller van toon. Het was een interessante confrontatie tussen twee mensen met een compleet tegenovergestelde levensgeschiedenis. Lubach, afkomstig uit een gereformeerd gezin in Lutjegast en tot zijn veertiende ‘overtuigd gelovig’ tot de twijfel toesloeg, noemt zich nu ‘theoretisch agnost’ en voor ‘99,999 procent’ overtuigd atheïst. ,,De waarschijnlijkheid van God is even groot als het bestaan van trollen. Maar ik kan niet bewijzen dat God niet bestaat.”

Augustinus

Rutten, a-religieus tot hij tijdens zijn studie wiskunde een ‘metafysisch tekort’ ervoer, waarna hij een cursus filosofie volgde, door Heidegger verliefd raakte op de wijsbegeerte, en uiteindelijk via Augustinus bij Jezus terechtkwam. ,,Ik ben mijzelf christen gaan noemen. Dat was een aardschok voor mijn omgeving.” Als theïstisch christelijk denker maakte hij naam door het ontwikkelen van een nieuw argument voor het bestaan van God.

Zowel Lubach als Rutten probeerden daarna de duizend bezoekers te overtuigen van de rationaliteit van hun levensbeschouwing. ,,Iedereen moet zijn eigen zin creëren”, luidde die van Lubach. ,,De empirische werkelijkheid, waarover iedereen het eens is, moet het uitgangspunt zijn. Als je daar een tweede laag vol onwaarschijnlijke aannames overheen wil leggen door in God te geloven of in reïncarnatie, vind ik dat prima. Maar val anderen er niet mee lastig.”

Rutten beargumenteerde dat er goede rationele argumenten zijn te geven voor een theïstische levensbeschouwing, waarbij hij aanvoerde dat je de gedachte dat God bestaat, wijsgerig uitstekend kunt onderbouwen. Waarom die levensbeschouwing beter zou zijn dan die van Lubach bleef ondertussen volkomen onduidelijk. Rutten verloor zich in theoretische verhandelingen, waarmee hij Lubach weliswaar omverblies, maar ook na vragen uit het publiek niet veel concreter werd dan: ,,Jezus is religieus geniaal.”

Versleten medaille

Helaas wees niemand Rutten of Lubach erop dat zij met hun discussie over het al dan niet bestaan van God in een achterhaald modernistisch filosofisch denkkader blijven hangen, waarbij ze twee zijden van dezelfde versleten medaille staan op te poetsen. Maar het meest opmerkelijke aan het debat, dat toch over levensbeschouwing ging, was dat het woord (naasten)liefde in ruim anderhalf uur niet een keer viel.

Gelukkig waren er na afloop nog vele andere activiteiten, waar de liefde wel een kans kreeg. Zoals boven de gewelven van de Martinikerk, waar een strijkkwartet van Bragi God waar maakte door Bach te spelen.

Aanvulling

In bovenstaand verslag wordt de suggestie gewekt dat gespreksleider Arjen Dijkstra vooringenomen was en zich laatdunkend uitliet over de christelijke filosoof en wiskundige Emmanuel Rutten. Volgens Dijkstra is de grap die hij over Rutten maakte verkeerd geciteerd. Hij bedoelde dat Rutten voor een wiskundige heel duidelijke taal gebruikt. Hij neemt afstand van de suggestie dat hij gelovigen als randdebielen zou hebben weggezet.

Nieuws

menu