Tsead Bruinja is niet langer Dichter des Vaderlands: 'Poëzie doet er toe. Dat zie je aan 'The hill we climb' van Amanda Gorman '

Tsead Bruinja zwaaide vorige week af als Dichter des Vaderlands, ten gunste van Lieke Marsman. We kijken met hem terug op zijn Dichterschap. En wat is eigenlijk de taak van poëzie?

Tsead Bruinja over zijn positie als Dichter des Vaderlands: ,,Het was een mooie tijd. Om er bovenop te zitten en te reageren, en misschien nog wat breder naar Nederland te kijken.

Tsead Bruinja over zijn positie als Dichter des Vaderlands: ,,Het was een mooie tijd. Om er bovenop te zitten en te reageren, en misschien nog wat breder naar Nederland te kijken. Foto: Ella Tilgenkamp

Noem het maar toeval. De wisseling van de wacht bij het Dichterschap des Vaderlands viel vorige week zo ongeveer samen met een van de indrukwekkendste voorbeelden van poëzie in de openbaarheid, van wat een gedicht wel niet kan doen.

Het felgele Prada-jasje van de jonge zwarte dichteres Amanda Gorman ging de wereld over bij de inauguratie van de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden, en haar voordracht des te meer. Het ging om de uitzichten op hoop en verandering die ze schetste in haar lange gedicht The Hill We Climb , maar net zo goed om de meeslepende manier waarop ze haar woorden tot leven bracht, de ritmische cadans die ze deze taferelen meegaf, de indrukwekkende beelden die ze liet dansen met haar stem. Poëzie: het deed er toe, misschien wel meer dan ooit.

,,Wat ook zo ontroert”, zegt Tsead Bruinja (1974, Rinsumageest), ,,is dat daar zo’n jonge, krachtige vrouw staat, nog los van de kleur. De kracht van de jeugd. Ze wil begrijpen hoe het zit. Het is hoopvol, mooi om te zien. Heel wat anders dan relschoppers die winkelruiten inslaan.”

Gormans gedicht deed Bruinja denken aan Howl van Allen Ginsberg

Het gedicht van Gorman deed Bruinja erg denken aan het beroemde Howl (1955) van Beat-dichter Allen Ginsberg. ,,Een lang gedicht, waarin een boel gezegd wordt. Dingen die op dat moment spelen. Mijn eerste gedicht als Dichter des Vaderlands, Voor volk en moederland , was erg geïnspireerd door de ritmes van Howl , dus daar zie ik wel overeenkomsten in. En het gaat terug op Walt Whitman, in die lijn moet je het zien.” Hij lacht. ,,Nu noem ik natuurlijk wel weer twee witte mannen. Ik zou ook Langston Hughes kunnen noemen natuurlijk”, de zwarte Amerikaanse dichter en activist.

Daar stuit hij zomaar even op een gevoelig punt. Deze vorm van ‘poëzie hardop’, spoken word die vandaag de dag eerder floreert op podia dan in de kaft van een bundel, heeft een sterk niet-westerse inslag. ,,Vaak gemaakt door mensen met een niet-westerse achtergrond. Maar ja, de ritmes van Walt Whitman kwamen uit bijbelvertalingen. Is dat westers? Zoiets vraagt meer onderzoek, en ik ben geen letterkundige. Ja, eigenlijk wel” – hij studeerde Engels.

Zo groot is de tegenstelling nu ook weer niet, wil hij maar zeggen. Het gaat niet meer om de eenzame, stoffige witte man, rijmend en treurend op zijn spreekwoordelijke zolderkamer, versus jonge, hippe, zwarte, vrouwelijke woordkunstenaars die heel zichtbaar de podia bestormen.

,,Heeft die ooit bestaan, de dichter op zijn zolderkamertje? En wat is daar mis mee? Er zijn geweldige dingen gemaakt op zolderkamertjes.” Toch is Bruinja zelf een dichter van het slag dat heus werk maakt van zijn voordracht in het openbaar, waarmee het genre als vanzelf weer teruggeworpen wordt op zijn orale tradities.

En vooral in de twee jaren van zijn Dichterschap des Vaderlands maakte hij zich wel degelijk druk over maatschappelijke onderwerpen – dat hoort ook bij die functie. Wat hij zegt over het gedicht van Amanda Gorman, ,,zo’n lang, stevig gedicht, geschreven bij de actualiteit, kan een heleboel kanten van zo’n probleem weergeven”, gaat eigenlijk ook op voor zijn eigen werk, in die functie tenminste.

Gedicht over de kindertoeslagenaffaire

Boos, boos, wat is boos. Neem nou Fiets ‘m d’r in Mark , zijn laatste gedicht als Dichter des Vaderlands, waarin hij zich druk maakt over de kindertoeslagaffaire. ,,Daarin zeg ik toch ook ‘Een trap na wil ik je niet geven Mark’. Het is eerder frustratie. Die man heeft het misschien ook allemaal gedaan met de beste bedoelingen. Hij is niet de antichrist of zo. Maar wat mij frustreert is dat als zo’n man al zo lang op die stoel zit, dat het lijkt alsof het niet anders meer kan. Dat mensen er zo aan gewend zijn dat hij het moet doen, dat ze het idee krijgen dat het helemaal verkeerd komt als ze links stemmen.”

 

Tsead Bruinja is net een week Dichter-des-Vaderlands-af. ,,Ik ben nog aan het uitrennen, of hoe heet dat in de atletiek.” Zo’n avondklok en al dat gedoe eromheen, ja, dat krijst om een gedicht, fel en bevlogen. Dat gaat dan best jeuken. Als ik hem spreek, is hij net bezig met een gedicht in opdracht van een Radio 1-programma. Maar aan de andere kant: ,,Ik wil mijn opvolger ook weer niet in de weg staan.”

Maatschappelijke betrokkenheid of niet, een gedicht is hoe dan ook iets anders dan een pamflet. ,,Ook al is zo’n uitspraak op zichzelf al een pamflet.” Bruinja vertelt over de imbongi , de traditie van de ‘lofdichters’ uit de Zuid-Afrikaanse Xhosa-stam die, geïnspireerd door de traditie van de voorouders, de onderwerpen van hun werk ook heus wel bekritiseren. Bij de inauguratie van Nelson Mandela als president van Zuid-Afrika deed zo’n lofdichter zijn kleurrijke ding, in vol ornaat.

,,Dat is echt politiek, echt op de snufferd. Ik zou het wel willen, in de Tweede Kamer een gedicht voordragen.” Hij moet denken aan wat schrijver Joost Oomen, afkomstig uit IJsbrechtum en ooit universiteitsdichter te Groningen, verkondigde bij de inauguratie van Bruinja’s opvolger als Dichter des Vaderlands, Lieke Marsman. Oomen wilde Bruinja wel naar de maan hebben, in een ruimteschip.

,,Ja, stuur maar een dichter naar het Space Station, laat die er maar op reflecteren. Maar mij niet, ik heb hoogtevrees en ben snel benauwd in kleine ruimtes.”

Ook dichter bij de grond is dat toch zijn taak, als dichter en als Dichter des Vaderlands (toen hij dat nog was): reflecteren. ,,Ik lees me in”, zo omschrijft hij zijn werkwijze. ,,Ik ben altijd al een krantenlezer geweest. Ik wil alle kanten van het verhaal kennen, ik wil analyseren. Anders wordt het te plat.”

De opdracht van de Dichter des Vaderlands is vrij ruim: dicht bij de actualiteit. ,,Verder moet je het helemaal zelf weten. Maar de actualiteit heeft vaak een politieke component, dus de kans is groot dat je daar wat over zegt.” Al hangt het ook weer van de persoon af. Een Nyk de Vries, Dichter van Friesland, vat zijn taak aanzienlijk minder politiek op. ,,Nyk heeft geschiedenis gestudeerd”, grijnst Bruinja, ,,die heeft meer inzicht.”

Ja, wie is Tsead Bruinja om ergens iets over te zeggen? ,,Mensen zeggen dat wel: ‘Je bent toch geen deskundige’. Ik vind dat dikke bullshit. Ik laat me niet vertellen wat ik moet doen. Je kunt overal over schrijven, de natuur, weet ik wat. Nu, politiek is ook deel van de natuur. Het is allemaal materiaal.”

Eenmaal op Lucky TV

Toch komt het mede door die politieke component dat het landschap der poëzie er anno 2021 heel anders bij ligt dan twintig, zelfs tien jaar geleden. Poëzie is ook nog eens veel zichtbaarder: op de podia, op de sociale media, op radio en televisie, in de krant (het werk van de Dichter des Vaderlands verschijnt in NRC Handelsblad ), op muren en aanplakbiljetten. Bruinja vond het al heel wat toen hij een keer langs kwam in Lucky TV .

Poëzie anno nu lijkt wel veel te groot dan het benauwde kader van een bundel – oplage gemiddeld: een paar honderd. Is dat niet onderhand een verouderd medium voor zo’n vitaal genre? ,,Absoluut niet”, en door de telefoon hoor ik zijn hoofd schudden. ,,Dat zou je ook niet zeggen over de roman, toch? Er zijn podia bij gekomen.” En dichters. ,,Is dat dan de mainstream ?” Maar wat zegt dat nog?

 

Het Dichterschap des Vaderlands heeft Tsead Bruinja wel wat gebracht, ja, ook in inhoudelijke zin. ,,Het was een mooie tijd”, zegt hij. ,,Om er bovenop te zitten en te reageren, en misschien nog wat breder naar Nederland te kijken.” Hij wordt nu ook gevraagd voor projecten waarbij het niet direct gaat om l’art pour l’art : poëzie naar aanleiding van gesprekken met tbs’ers bijvoorbeeld (bundel: Springtij ) en voor het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, stichting Achmea Slachtoffers en Samenleving.

,,Je krijgt er een bredere blik van”, meent hij, ,,een andere manier van identificeren met de gemeenschap. Je krijgt een andere band, met het onderwerp en met de mensen. Dat vind ik mooi, ja.”

Een opleiding tot dichter?

Het is de plicht en de verantwoordelijkheid van de dichter. En die is net even anders dan als je het in de kroeg ergens over hebt, en zelfs anders dan die van de journalist. Al is die werkwijze – materiaal verzamelen, analyseren, reflecteren – ook weer niet hemelsbreed verschillend.

Om zijn stellingname te verduidelijken neemt Bruinja even een omweg, langs zijn activiteiten als poëziedocent op kunstacademie Artez, in Arnhem. ,,Ik weet niet of dat wat voor mij was geweest, een opleiding tot dichter, maar goed.” Hij laat zijn studenten ook commentaar geven op elkaars werk. Ook schriftelijk, juist schriftelijk.

,,Dat vinden ze dan heel moeilijk. ‘De een zegt dit, de ander dat’, zeggen ze dan. Maar dat is nou juist het punt. Leer om te gaan met die verschillende perspectieven. Zoek de verbinding, daarmee, en met de mensen. Dat is het halve werk. Dat is de verantwoordelijkheid van de dichter, en van de mens. Om niet in meningen vast te lopen.”

Dus dat is het? De taak van de poëzie? ,,Niet een taak. Een noodzakelijk bijproduct.”

 

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu