Pumps en partituren: waarom de muziekwereld in 2021 niet om componiste Karmit Fadael (25) heen kan

De joods-Jemenitisch-Israëlisch-Friese componiste Karmit Fadael (25) staat op het punt om door te breken als componist met haar eigenzinnige, trage tonale muziek. Vorig jaar, tijdens de eerste lockdown, vlak nadat haar vader overleden was, begon het werk toe te stromen. ,,Ik ben een beetje een extreem persoon.’’

Karmit Fadael.

Karmit Fadael. FOTO NIELS DE VRIES

Het is alles of niets bij Karmit Fadael. Neem haar appartement in Hilversum bijvoorbeeld. Daar is het soms één grote rommel. Overal slingeren dan boeken, kleren, make-up, pumps en partituren. Af en toe krijgt de jonge componiste het op haar heupen en poetst ze net zo lang tot alles brand-, maar dan ook écht brandschoon is. Blinkend.

,,Ik ben een beetje een extreem persoon’’, zegt ze. Karmit – haar naam betekent ‘Gods wijngaard’ (,,De mooiste vrouw mocht daar de druiven plukken’’) – is dit weekeinde op bezoek bij haar moeder in Sneek. Het is stil op straat, en grauw, maar binnen is het warm, de koffie pruttelt.

Karmit weet dat er klussen op haar liggen te wachten; onder meer vier composities voor het Radio Filharmonisch Orkest. Een van de vier gevraagde werken schreef ze al, Parting was deze maand te horen op de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente Hilversum. De drie andere stukken moet ze nog maken, die zijn bestemd voor kleinere ensembles uit het orkest en voor het sextet Fuse, de huisband van televisieprogramma Podium Witteman.

Stress heeft ze niet. Een beetje dingen voor zich uitschuiven, treuzelen, dat hoort erbij, weet de 25-jarige componiste inmiddels. Wanneer ze eenmaal aan de slag is, kan het hard gaan. Dan werkt ze makkelijk een nacht door. Parting, opgedragen aan haar vader en aan mensen die in het afgelopen coronajaar iemand verloren, schreef ze binnen een paar weken.

Het is alles of niets bij Karmit. Ze noemt zichzelf ‘ongelooflijk lui’, maar is tegelijk bereid om werkweken van zestig uur te maken. Ze haat sport, maar liep vrijwel ongetraind een halve marathon. Ze is slim, maar op haar middelbare school, CSG Bogerman in Sneek, was ze niet vooruit te branden en haalde ze juist lage cijfers. ,,Ja, dat is allemaal een beetje in tegenspraak met elkaar’’, grijnst Karmit. De grijns gaat over in een berustende glimlach. ,,Zo ben ik.’’

Op haar website noemt de jonge componiste zichzelf ‘emotioneel, eigenwijs, rationeel en kalm’ – een woeste mix van karakter-eigenschappen. Die mix werpt in de muziek zijn vruchten af, zo blijkt. Het regent, kort na haar afstuderen aan het conservatorium in Den Haag, compositie-opdrachten. Vorig jaar begon het al met het Residentie Orkest waarvoor ze het trage tonale werk Yachal schreef.

 

Werkbeurs

Voor dit jaar heeft ze een werkbeurs binnengesleept om negen viooletudes te schrijven. En er kwam dus dat mooie stipendium van de Vrienden van het Radio Filharmonisch Orkest waarmee ze voor vier composities tekende. De muziekwereld kan in 2021 niet om Karmit Fadael heen, dat is wel duidelijk.

Het fanatisme waarmee Karmit leeft en werkt, brengt haar ook wel eens in de problemen. Tijdens een vioolles werd haar verteld dat ze iets minder met haar bovenlichaam moest bewegen tijdens het spelen. Vervolgens zette ze zichzelf ‘strak’ en strak is bij Karmit dus echt strák. Het gevolg: een chronisch overbelaste kaakspier. ,,Ik kwam erachter toen ik een kies doorbeet’’, gniffelt ze besmuikt. Een kaakspecialist helpt haar nu te ontspannen. Vioolspelen gaat wel, maar de volgende dag moet ze het vaak bezuren. Het is de prijs die ze voor haar perfectionisme betaalt.

Nog zoiets: ze ontdekte de geneugten van het hardlopen en begon fanatiek te trainen. Binnen een half jaar rende de frêle componiste een halve marathon. Nou, waarom dan niet een hele proberen? Karmit ging trainen. Elke zondag rende ze 17 kilometer, het Haagse Bos door, over het strand, en meerdere keren in de week kortere duurloopjes.

En toen ineens: een zere heup, een zeurende pijn, krachtverlies. Blijkt ze weer overbelast te zijn, het is een onwillige spier, weer fysiotherapie, het gaat redelijk nu, maar ze voelt het nog wel. Vooral als ze op hoge hakken loopt. ,,Ik heb me nu maar ingeschreven bij een sportschool, ik moet toch iets doen.’’

Het valt niet mee om haar fanatisme te beteugelen en om te buigen richting goede dingen. Maar Karmit leert, het gaat steeds beter. ,,Voor het komend half haar heb ik voor het eerst tegen mensen moeten zeggen dat ik vol zit. Dat is moeilijk, maar het is gewoon zo. Dat is voor mezelf ook helder.’’

Profvoelballer

Karmit Fadael werd in 1996 in Beieren, in het kuuroord Treuchtlingen, geboren. Haar moeder, fysiotherapeut Gea Meester uit Sneek, was daar neergestreken voor haar werk. De relatie met Karmits vader, de Jemenitisch-Israëlische ex-profvoetballer Yehuda Fadael, strandde toen Karmit 9 maanden was. Moeder en kind verhuisden naar Sneek. Haar vader bleef in Amstelveen wonen. Tot haar twaalfde bezocht Karmit hem om het weekeinde, daarna werd het contact verbroken. Veel wil Karmit daar niet over kwijt. ,,Ik heb hem als een moeilijke man ervaren.’’

Van haar vader leerde ze Hebreeuws praten en door hem raakte ze thuis in de Jemenitisch-Israëlische keuken. Hij draaide Hebreeuwse volksmuziek en Israëlische kinderliedjes. De oosterse klanken zoemen nog altijd door Karmits hoofd. Afgelopen jaar overleed haar vader in een joods verpleeghuis in Amstelveen. Ze heeft afscheid van hem kunnen nemen en zag vol ontsteltenis hoe palliatieve sedatie verloopt. Ze huivert. ,,Het is het vreselijkste dat ik heb gezien.’’ Ja, ze had verdriet natuurlijk, maar voelde ook iets dat je ‘rust’ zou kunnen noemen. ,,Er lijkt iets afgesloten.’’

Karmit is officieel niet joods – haar moeder is dat immers niet, maar door de invloeden van haar vader op haar leven heeft ze veel affiniteit met de cultuur. In een interview dat ze gaf toen de Verenigde Naties 75 jaar bestonden en waarbij een boekje uitkwam, zegt ze: ,,Je kunt zeggen dat ik tussen wal en schip val met ouders uit twee culturen, maar je kunt het ook anders zien: dat ik op wal èn schip thuishoor.’’

Haar familieleden werden samen met 47.000 ander joods-Jemenitische burgers na de Tweede Wereldoorlog vanuit Jemen naar Israël gevlogen; Operation Magic Carpet heette deze geheime reddingsoperatie die tussen juni 1949 en september 1950 plaatsvond. Haar grootouders waren al eerder, per boot, naar Israël gegaan. De Jemenitische joden worden Teimanim genoemd en werden in Jemen vervolgd. Ze hebben een geheel eigen cultuur met veel Arabische invloeden die ze ook in het hedendaagse Israël, waar het merendeel van hen nu woont, in stand weten te houden.

Bij haar moeder in Sneek luisterde Karmit veel naar Balkanmuziek. ,,Daar is ze dol op. Ze speelt blokfluit en piano.’’ De jonge Karmit groeide dus op in een mix van Oost-Europese, Israëlische, Arabische èn Friese klanken. Flarden daarvan zijn in haar werk terug te horen. Karmit is zich bewust van haar rijke culturele achtergrond, maar duikt er nog niet helemaal in. De schatkist gaat maar tot een klein kiertje open. ,,Ik ben nu gewoon met mijn eigen dingen bezig.’’

Als 5-jarig meisje koos ze voor de viool. Op de muziekschool zag ze het instrument, pakte het en wilde het eigenlijk niet meer loslaten. Viool, dat was het, punt uit. Van ballet moest ze niks hebben, evenmin als van turnen, badminton of basketbal. Haar leven draaide om muziek. Ze had wel een paar goede vrienden trouwens, later, op het Bogerman.

Enigst kind

De band met haar moeder, die zich later omschoolde tot lerares Duits, was goed, en losjes. ,,Ik was enigst kind natuurlijk en mijn moeder werkte hard. Er was een perfecte afstand tussen ons. Mijn moeder was soms weg en ik was dan alleen thuis. Als mijn moeder thuis was, was ik met orkesten en zo bezig, dus ja, we liepen heel geolied langs elkaar heen.’’

De vrijheid die ze van haar lankmoedige moeder kreeg, heeft haar wel eens verbaasd. ,,Ik paste als student aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag op bij meerdere gezinnen en zag daar hoe de ouders hun kinderen pushten met schoolwerk en zo. Dat gebeurde bij mij thuis niet. Er werden wel eens woordjes overhoord, maar ik hóéfde niks. Ik heb altijd wèl gezien dat mijn moeder keihard werkte, dat ze ergens voor gaat, en hoe ze zich he-le-maal aan haar werk kan geven. Ik heb daar veel van geleerd.’’

Toen het qua schoolwerk niet erg, laten we zeggen, soepeltjes liep op het Bogerman zat Karmits moeder haar ook niet op de huid. De onwillige puber moest haar eigen boontjes doppen. ,,Op het Bogerman hadden ze een kamerorkest, daar wilde ik bij. Dat wist ik meteen. Ik had de viool al een tijdje niet aangeraakt, maar heb ’m toen weer opgepakt. Ik was een druk kind, muziek werd mijn uitlaatklep. Een docent zei tegen me: ‘Karmit, als je viool speelt, ben je ineens wel gefocust!’’’ Lacht: ,,Jahaaa, ik was echt dat vervelende rotkind in de klas, dat kind met die rotvragen, het kind dat er altijd uit werd gestuurd.’’

Het is een voortdurend enerzijds, anderzijds bij Karmit, haar hele leven al. Het is nooit saai, er zijn altijd twee polen waar ze tussen heen en weer schiet. Ze houdt van Beethoven en van Mahler, maar is ook ‘geobsedeerd’ door Kanye West en de Kardashians, ze is een fanatiek instagrammer bovendien.

,,Kan allemaal prima samen gaan’’, vindt ze. ,,Ik was best lang een luie puber, gewoon, nergens in geïnteresseerd. Ik leerde makkelijk maar het boeide me niet. En trouwens, ik ben totaal geen ochtendmens. Voor elf uur ’s ochtends moet je me sowieso niks vragen.’’

Een vat vol tegenstrijdigheden, zou je kunnen zeggen. Karmit haalt haar schouders op. ,,Ach… Ik schiet soms een beetje door in dingen.’’ Die fanatieke kant van haar heeft iets weg van de mentaliteit van een topsporter; het vermogen om totaal voor één ding te gaan. ,,Dat heb ik dan misschien toch van mijn vader.’’

Op het Bogerman werd de muziekleerlingen op een keer gevraagd of ze een stukje wilden componeren. ,,Ik leverde meteen vier blaadjes in.’’ Een beetje klooien op een viool - zo begint het vaak bij Karmit. Dan ontstaat er een melodie in haar hoofd, die ze later uitwerkt op papier, soms met de piano erbij. Ze schrijft graag in cafeetjes, tussen het gebabbel en gerinkel van servies. Wat dat betreft is het echt balen, deze coronatijd. Schrijven moet nu thuis, in stilte.

Jammer, want geluiden uit haar omgeving inspireren haar – natuurgeluiden of rauwe, urbane klanken, stedelijk geroezemoes. Het kan zomaar voorkomen dat ze een paar minuten stilstaat in een supermarkt om de geluiden op haar in te laten werken. John Cage is een groot voorbeeld, Xenakis, Bach, Beethoven en Mahler ook. Mahlers negende symphonie, aaah, ze slaat haar ogen ten hemel. ,,Zó mooi!’’

Eigen stem

Het kostte haar op het conservatorium in Den Haag tijd en inspanning om haar eigen stem te vinden. Ze had de neiging om al haar docenten ‘te behagen’ en moest het vertrouwen krijgen in haar eigen talent, haar eigen melodie, haar langzame, tonale muziek. ‘Het is belangrijk om als een rots achter je muziek te staan’, zei haar docent, componist des vaderlands Calliope Tsoupaki altijd. Die ‘rots’ is ze nu.

Vorig jaar omstreeks deze tijd was ze als pas-afgestudeerde nog keihard aan het werk als babysitter, als administratieve kracht bij een uitgever èn als trainee fondsenwerver en relatiebeheerder. Karmit maakte werkweken van 60 uur toen de eerste lockdown werd afgekondigd.

Het werk viel weg. Even was er niks. Maar de stilte duurde niet lang. Het Residentie Orkest klopte bij haar aan en het Radio Filharmonisch Orkest. In juni was ze ineens fulltime aan de slag als componist. Trots: ,,Bám! Goedemiddag!’’

Daarnaast was Karmit inmiddels ook voorzitter en mede-oprichter van de jongerentak van de vereniging voor Nederlandse componisten: Nieuw Geneco Jong. ,,Een beetje een anarchistische groep zonder structuur, maar we ontdekten dat er toch iemand het voortouw moest nemen.’’

,,We gaan met Nieuw Geneco Jong voor onze rechten strijden.’’ Dat is hoognodig. Het is tegenwoordig weliswaar hip om een jonge componist ergens voor te vragen en dat is natuurlijk hartstikke mooi, zegt Karmit, maar de vraag is in hoeverre de continuïteit wordt gewaarborgd. Is zo’n klus eenmalig of volgt er meer? ,,We willen geen eendagsvliegen worden.’’

Maar er is meer waar Karmit zich voor wil inzetten: tegen het racisme en het white privilege in de klassieke muziek, tegen MeToo-kwesties. ,,Kijk naar mij. Als je met mij werkt, vink je meteen drie vakjes af waarmee je subsidie kan krijgen. Jong, vrouw èn culturele diversiteit. Hopla, je hebt het allemaal! Ik moet me dus altijd dúbbel bewijzen, want mensen denken: ‘Jaja, túúrlijk, zij is er omdat er subsidie voor haar is.’’

,,Ik zie er ook helemaal niet uit als een, laten we zeggen, ‘traditionele componist’, als een man met een gekreukeld overhemd met zo’n fleecevest er overheen. Ik maak me graag op en loop op naaldhakken. Daar kijken ze vreemd van op. Ik zie die blik wel, zo van: moet dat nou?’’

Zelfbewust

Ze blijft er stoïcijns onder en laat zich niet intimideren of anderszins uit het veld slaan. Daar is ze veel te zelfbewust voor. ,,Ik ben een echte millennial hoor’’, waarschuwt ze. ,,Weet je wat ik denk? Dat ik op het conservatorium veel meer ín mijn schulp ben gekropen, ik heb mezelf gevonden, ik weet wat ik aan mezelf heb.’’ Haar bril verwisselde ze in die tijd voor lenzen, ze verfde haar donkere haar hoogblond en ging voor het eerst sinds lange tijd weer sporten. ,,Ik heb de knop op een gegeven moment omgezet. Dit moet anders, wist ik. Ik was een pleaser, maar dat is voorbij.’’

Ze keert graag terug naar Friesland. Af en toe. ,,Het is zo fijn dat hier nooooooit iets verandert. Dat bedoel ik positief hoor! Het is fijn om thuis te zijn, vertrouwd, en hier hardlopen is hemels.’’

Maar: ,,Ik had hier mijn max wel bereikt. Ik wil niet meer terug.’’ Het liefst zou ze in Amsterdam wonen, al is die stad onbetaalbaar voor een beginnend componist. Soms droomt ze van een loopbaan in Parijs of New York. Het is toekomstmuziek. Want er is nu, hier, in Nederland, werk aan de winkel. ,,Ik moet me bewijzen. Echt nú!’’

Zelfbewust: ,,Het is belangrijk dat ik blijf klooien en dat ik lol blijf hebben. Een componist moet kind blijven, ontdekken, reizen en eigenwijs blijven. Als dat weg is, is er niks meer. Passie, techniek en eigenheid, daar gaat het om.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Interview
muziek
menu