Recensie 'Mestmoeders': Boerinnenfamilie verbeeldt haar ongewisse toekomst letterlijk en figuurlijk op een hellend vlak (★★★★✩)

Na de succesvoorstelling Maalkop is het duo Herman van de Wijdeven (tekst) en Jos van Kan (regie) bij de Drentse Peergroup nu verantwoordelijk voor Mestmoeders. Waar moet het heen met de boerderij, nu ook de laatste man, de bedachte troonopvolger in een gezin van vier generaties vrouwen, is weggevallen?

'Mestmoeders' van Peergroup, een dag na de luchtballonterreur.

'Mestmoeders' van Peergroup, een dag na de luchtballonterreur. Foto: Knelis

Het decor van Jan Ros, daar op het land van een Zeegster boerderij, is driewerf functioneel. Dat decor oogt een als boerenwoning die deels de grond is ingestampt, verwijzend naar een ongewisse toekomst. Het dak is schuin, en is dus een hellend vlak waarop de vrouwen zich moeten redden. En dan is er nog de derde, praktische kant: op comfortabele stoeltjes, en niet op een bankentribune, zit het publiek gelijkvloers, wat een handicap zou zijn bij een ‘plat’ toneel. Nu oogt ‘t driedimensionaal. Slim en mooi.

Rouw, woede, cynisme

Van de Wijdeven heeft andermaal een sterk gecomponeerd verhaal geschreven, rond een dement rakende grootmoeder (Leny Dijkstra), haar door het boerenbestaan bijna cynisch geraakte dochter (José Kuijpers), die geregeld botst met haar nu rouwende en in alles ouderwets denkende dochter (Wendell Jaspers). De laatste ziet in de jongste generatie van het kwartet - want haar dochter - geen toekomst als aanvoerder van het bedrijf.

De rouw betreft Jorre, de omgekomen, oudere broer van de jongste van dit gezelschap, en de vierde generatie man op rij die het familiebedrijf is ontvallen. Jorres lot, wiens kist nog boven de grond staat, waardoor hij permanent aanwezig is, vormt knap de opmaat naar een discussie over verleden, heden en toekomst. Die legt de onderlinge verhoudingen al snel bloot. En dat rond de kernvraag die momenteel in veel boerenbedrijven speelt: hoe moet het straks verder.

Groter of juist kleiner en biologisch?

De personages zijn knap uitgewerkt, met dat van Jaspers niet alleen bozig door het overlijden van haar zoon. In tegenstelling tot dat van Kuijpers vindt ze dat haar moeder vindt zij dat alles groter-groter-groter moet, terwijl de laatste juist die weg ziet doodlopen, juist schaalverkleining voorstaat, en op de biologische toer wil. Het meisje, naar de stad verhuisd maar nu met de wil om iets van het bedrijf te maken, wordt ronduit gekleineerd door haar moeder. Die kan het daarnaast niet velen dat Jorres vrienden ‘troostbier’ komen drinken.

Dat is een van de woorden die de overgrootmoeder zich nog wél kan herinneren. Ze is aan het dementeren. Altijd moeilijk om een dementerende te spelen. Dat gebeurt al gauw iets te nadrukkelijk, te ‘groot’, en dat was bij deze première ook het geval, hoewel dementie in werkelijkheid natuurlijk ook om geduld vraagt. Binnen het gezin krijgt de vrouw het evenwel flink te verduren.

Het zit strak in elkaar (en dan komt er zo’n idiote luchtballon)

De rouwdepressie van Jorres moeder komt uit de werkelijkheid: ze wil niet slapen uit angst ‘s ochtends wakker te worden. Van de Wijdeven hanteert sowieso prachtige, rake zinnen die samen, zeker in het begin, een hermetische tekst vormen. Mede doordat ze door Van Kan strak op elkaar zijn gemonteerd. Aanvankelijk zelf even té, waardoor het even ‘tonelig’ dreigt te worden. Hoe dan ook, Jaspers en Kuijpers weten, als de dragende actrices, wel raad met dit verhaal.

Dat hermetische karakter had wel gevolgen toen al snel in deze première een luchtballon op pakweg zestig meter afstand aan een hinderlijke, slepende landing werkte. Met een telkens aangejaagde brander ging het gevaarte vervelend om het decor heen, schurend over de grond, zo’n beetje tot in de boerderij waarachter werd gespeeld. Niemand begreep waarom. De koeien loeiden hun strot rauw. Hun paniek reikte tot aan de grens van op hol slaan. Buiten beeld reageerden de boer en boerin woedend, de politie werd erbij gehaald. Volgend jaar maar even geen vergunning voor de territoriale luchten van Schipborg en omgeving.

Viel hier op te improviseren? Nee, ongeschikt

Na afloop ontstond een discussie: hadden de actrices niet op de krankzinnige situatie moeten inspelen? Ondanks de aanslag die deze deed op het concentratievermogen van het publiek: nee. Dat lieten zowel de vorm als het verhaal niet toe. Elke zin was een ‘cue’ voor de volgende, hier paste geen improvisatie. Ja, tegen het einde had het misschien gekund, zodra wat meer ontspanning in de verhoudingen was neergedaald. Maar toen was het leed al geschied.

Deze gekkigheid uitvlakkend resteert een sterke en actuele productie. Met windstilte en een ondergaande zon in zo’n omgeving, gaat er niets boven goed locatietheater.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Theater
Festivals
Drenthe
menu