Rockit moet het publiek nog vinden (en andersom)

Het was een heel ander beeld dan vorige week. Toen stonden er ‘s middags bij TakeRoot lange rijen voor het Groningse cultuurcentrum De Oosterpoort. Zaterdagmiddag bij Rockit kon je gewoon doorlopen.

Pharoah Sanders (78) rustte tussen zijn solo’s door even uit op een stoeltje. Foto Corné Sparidaens

Pharoah Sanders (78) rustte tussen zijn solo’s door even uit op een stoeltje. Foto Corné Sparidaens

Het americana-festival (24 acts) trok ruim 2800 bezoekers, bij de ‘jazz and beyond’ (21 optredens) bleef de teller steken op 1685.

Dat heeft ongetwijfeld te maken met het verschil tussen een gearriveerd festival (TakeRoot was aan zijn 21ste editie toe) en een festival dat pas voor de tweede keer plaatsvond. En dat het minder druk was dan vorig jaar, bij de eerste Rockit, was ook verklaarbaar.

‘Zo’n festival moet je een paar jaar de tijd geven’

Toen stond er met Herbie Hancock een hoofdact van wereldfaam. Die was er nu met jazzlegende Pharoah Sanders ook, maar de 78-jarige saxofonist is bij het grote publiek minder bekend.

,,Zo’n festival moet je een paar jaar de tijd geven”, zei Rockit-programmeur Joey Ruchtie. Niemand hoeft zich zorgen te maken of dit wel een vervolg krijgt, verzekerde hij. ,,Volgend jaar komt er gewoon weer een Rockit. Ik ben er al mee bezig.”

Ruchtie zag om zich heen vooral veel tevreden gezichten en een mooie mix tussen jong en oud. Wat ook opviel: als mensen eenmaal ergens zaten, bleven ze vaak. Vergeleken met TakeRoot was er aanzienlijk minder in en uit geloop.

Loueke zorgde voor het muzikale avontuur

Dat bleek ook bij Aziza, het kwartet van bassist Dave Holland, dat om vier uur ‘s middags een van de openingsacts was. Al snel waren alle zitplaatsen in de kleine zaal bezet en dat bleef zo. Het was een mooie aftrap, waarbij saxofonist Chris Potter volop gelegenheid kreeg om zijn virtuositeit te etaleren.

Gitarist Lionel Loueke zorgde voor het muzikale avontuur. De klanken die hij uit zijn gitaar haalde waren betoverend.

Iets totaal anders kregen we daarna in de grote zaal, waar het Noordpool Orkest een ode bracht aan Joni Mitchell. Het orkest van pianist/dirigent Reinout Douma bracht de liedjes van de Canadese singer-singwriter in arrangementen die laveerden tussen jazz, fusion, pop en easy listening.

Keuzes maken

Friezin Hiske Oosterwijk en de Britse Zara McFarlane zorgden voor de vocalen. Op een festival waar voor de menselijke stem weinig ruimte is, was dat wel zo fijn, al had McFarlane aanvankelijk wat moeite om toon te houden.

Een festival als Rockit betekent keuzes maken, in de wetenschap dat je het meeste mist. Steeds waren drie van de zes podia in De Oosterpoort tegelijkertijd bezet.

Na een snelle, vegetarische Rockit Burger en een tofu-schotel (eten en drinken waren weer uitstekend verzorgd), kozen we voor de binnenzaal waar de geweldige Amerikaanse toetsenist Aaron Parks & Little Big eigentijdse jazz bracht, met sterke pop- en minimalinvloeden. Soms wat zoetsappig, dan weer heel avontuurlijk.

Jazzgrootheid uit de gouden tijd

En toen was het tijd voor Pharoah Sanders, een van de jazzgrootheden uit de gouden tijd, die nog veelvuldig samenspeelde met John Coltrane. Zijn band begon met Welcome van Coltrane, waarbij het intro zo lang werd uitgesponnen dat we ons afvroegen of er soms iets mis was.

Na ruim tien minuten kwam Sanders dan toch op gympen het podium op schuifelen. Gekleed in een blauw geruite houthakkersblouse, met een witte baseballcap scheef op het hoofd, blies hij bijna uitdrukkingsloos zijn partij op zijn tenorsaxofoon.

In het uur dat volgde kwam Sanders langzaam maar zeker los en de klanken die hij uit zijn instrument haalde waren indrukwekkend. Toen hij zich zelfs waagde aan een voorzichtig dansje kon hij bij het publiek niet meer stuk. Wat ook aangenaam was: het optreden was qua geluidsvolume zonder oordoppen prima te doen.

Zelfs met oordoppen in nauwelijks te doen

Dat was bij een andere jazzgrootheid, trompettist Terrence Blanchard, wel anders. Na geworstel met onwillige techniek bleek het geluid in de kleine zaal zo hard, dat het zelfs met oordoppen in nauwelijks te doen was.

In de foyer bleken vervolgens bij Benjamin Herman’s Bughouse de volumeknoppen nog verder open te zijn gedraaid, zodat niets anders restte dan naar de bovenzaal te vluchten. Daar brachten altviolist Oene van Geel, bassist Mark Haanstra en gitarist Raphael Vanoli rust met experimentele soundscapes, waarin de gitaar als blaasinstrument werd gebruikt.

Waar blijven de vrouwen in de jazz?

Eenmaal bijgekomen pakten we nog een staartje mee van GoGo Penguin in de grote zaal. Het pianotrio uit Manchester zette een strakke, gelikte show neer met toegankelijke jazz, vermengd met snufjes techno en minimal music.

Van de drie afsluiters maakte saxofoniste Nubya Garcia (1991) met haar geweldige band de meeste indruk. In de foyer spatte het spelplezier eraf. Het optreden van de jonge Britse wierp ook een vraag op: waar blijven de vrouwen in de jazz? Misschien volgt volgend jaar op Rockit het antwoord.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu