‘Ik dacht, ik schei er mee uit, tegen zulk werk kun je toch niet opschilderen’ | Visualia 1313

Isaac Israëls, zoon van de beroemde Jozef Israëls die wel de Groningse Rembrandt werd genoemd, was een wonderkind. Hij werd beschouwd als ‘de kroonprins van de Nederlandse schilderkunst.

George Hendrik Breitner: ‘Gezicht op het Oosterpark te Amsterdam in de sneeuw.’ (1892) olieverf op doek (70x122cm).

George Hendrik Breitner: ‘Gezicht op het Oosterpark te Amsterdam in de sneeuw.’ (1892) olieverf op doek (70x122cm). Collectie Rijksmuseum

Toen Isaac zestien jaar was, betrad hij de kunstwereld. Onzeker en niet echt overtuigd van zichzelf. Dat was te verwachten met een vader die zijn eigen werk als warme broodjes verkocht en internationaal waardering oogstte. Vincent van Gogh noemde Jozef nog ‘De Hollandse Millet’. Bovendien kon Isaacs werk nooit op bijval van zijn vader rekenen. Te losjes, te slordig, te en passant, terwijl Isaac met zijn manier van schilderen juist aan wilde sluiten bij de nieuwe stromingen, zoals het impressionisme. Andere schilders waren jaloers op ‘de kroonprins’, onder wie de Amsterdamse stads- en paardenschilder George Hendrik Breitner, voor wie het weergeven van beweging het hoogste streven was. Bij Isaac Israëls zag hij die beweging in de losse verftoets.

Nieuws

menu