Spelen met overtuiging tijdens openingsconcert Peter de Grote Festival in Groningen is goed spelen

Als er maar met overtuiging gespeeld wordt is het goed, dat leert elk concert, dus ook de eerste twee van het Peter de Grote Festival.

Het Hermitage Kwartet.

Het Hermitage Kwartet. Foto: Stella Zake

Bij het openingsconcert (alleen voor genodigden) hoefden daarvoor zelfs geen musici op het podium te zitten. Music, from a distance van Wim Zwaag voor drie strijkers en twee piano’s; werd vorig jaar al eens digitaal uitgezonden toen het festival wegens corona niet door kon gaan. Het is hartstochtelijke en met overgave gespeelde muziek, door en door lyrisch. Heerlijk ook om overtuigend te spelen, al die melodieuze lijnen en akkoorden bij elkaar.

 Diezelfde vanzelfsprekende overtuiging maakte cellist Harro Ruijsenaars voelbaar in de Beethoven-variaties over Bei Männers welche Liebe fühlen van Mozart. Met zo’n brede toon hoor je Beethoven tegenwoordig amper meer, maar bij hem klopt het en was het goed.

Meer aandacht voor zwarte muziek

Het festival besteed dit jaar onder meer aandacht aan zwarte muziek. Het zonderlingste stuk van een zwarte musicus ooit moet the Battle of Manassas zijn van Blind Tom Wiggins (1849-1908) zijn, die voor en na het afschaffen van de slavernij met zijn eigenaar (daarna impresario) als winstgevende muzikale attractie rondreisde. Een volstrekt krankjorume potpourri van dissonante basgeluiden en daarboven allerlei nationale liederen na elkaar.

In het festival is veel ruimte voor Young Masters in Concert (allemaal vrouwen), en de eerste was Amke te Wies met haar begeleider Marco Sanna. Die twee vonden elkaar volledig in de Arpeggione-sonate van Schubert, met een balans die overal helemaal klopte in alle gradaties.

Een cellosonate van Paul Hindemith

 De cellotoon is er een van generaties na Ruijsenaars: slank, rank, weinig vibrato, en dat klopte bij haar net zoals bij hem, hoe anders ook. Daarna kwam een nooit gehoord stuk: een cellosonate van Paul Hindemith, waarin de cello bijna verdween in het pianolawijt (de klep had misschien iets dichter gemogen).

Middenin trad enige rust op, maar aan het slot was het soms weer een volumestrijd. Er werd op het puntje van de stoel gespeeld, dus overtuigend genoeg. In plaats van het aangekondigde solostuk van Ligeti eindigde het duo met een deel Chopin, wel zo publieksvriendelijk.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu