Thrillers op z'n Gronings: drie boeken vol aardbevingen besproken

Vier jaar geleden deden de Groningse aardbevingen hun intrede in de literatuur. Deze herfst volgden ineens drie romans met bevingen op rij.

De drie nieuwe aardbevingsboeken op een rij.

De drie nieuwe aardbevingsboeken op een rij.

Hoewel sinds het midden van de jaren tachtig sprake is van aardbevingen door de gaswinning heeft het even geduurd alvorens de gebeurtenissen in Noord-Nederland ook door romanschrijvers werden opgepikt. Voor zover bekend, stamt het eerste bevingsboek uit 2014: het dystopische kinderboek Ver voorbij de laatste stad van Martin Nieuwland.

Drie thrillers, twee romans en een jeugdboek

Daarna verschenen tot het einde van de zomer nog eens vijf titels: drie thrillers, twee romans en een jeugdboek. Het mag dan ook opvallend heten dat deze herfst, kort achter elkaar drie romans zijn verschenen waarin een rol is weggelegd voor het aardbevingsdrama: Schokland van Saskia Goldschmidt, Liefde & Aardbevingen van Jan Mulder en De aanloopman van Martine de Jong.

De aanloopman is het meest recent en ook meteen het meest bizar, al duurt het even voor de lezer dat merkt. De Jong, onder meer werkzaam voor Zondag met Lubach , vertelt in haar tweede roman over de weduwe Johanna. Die op een winterse dag in haar afgelegen woning in Noord-Groningen bezoek krijgt van een twintig jaar jongere man, Kasper. Hij heeft geen huis en geen werk en biedt aan klusjes te doen.

Minister Kamp

Johanna en Kasper krijgen een relatie. De eerste heeft het daar moeilijker mee dan de tweede, wat vooral blijkt uit het contact met haar twee uithuizige dochters. De Jong, die mooie zinnen kan schrijven, zet Johanna neer als een vrouw die worstelt met haar moederrol. Zo kan ze het bijvoorbeeld niet uitstaan dat haar jongste dochter samenwoont met een oudere man, die qua uiterlijk aan minister Henk Kamp doet denken.

Aanvankelijk zijn de bevingen in De aanloopman iets uit het verleden. De eerste beleefde Johanna, die een miskraam heeft meegemaakt, toen ze opnieuw hoogzwanger was. Liggend op de bank ziet ze scheuren in het pleisterwerk ontstaan. Ze wordt er rustig van: ‘Opeens realiseerde ik me dat mijn lichaam de veiligste plek was waar mijn kind op dat moment kon zijn.’

Dak half ingestort

De tweede beving, Johanna heeft dan inmiddels een gezin, herinnert ze anders: ‘Mijn huis was redelijk gespaard gebleven. De boerderij even verderop was er ernstiger aan toe geweest. Het dak was half ingestort en de hele familie moest een tijd in de schuur slapen. Voor de zekerheid. De grond beefde hier regelmatig, maar het zou nooit wennen. Er was niets angstiger dan het niet kunnen vertrouwen op de grond waarop je leefde.’

Dan doet zich de beving voor waar het in deze roman om draait. Hij wordt beschreven als een angstaanval waarbij Johanna het bewustzijn verliest. Als ze ontwaakt, ligt ze in het ziekenhuis en beweert Kasper dat er helemaal geen beving is geweest: ‘Kasper zat te liegen, of mijn herinneringen zaten te liegen en ik kon niet overzien welke van de twee ik erger zou vinden.’

Ineens is de hoofdpersoon een onbetrouwbare verteller geworden. We zijn dan halverwege De aanloopman . Wat als een psychologische familieroman begon, verandert in een horrorsprookje waarmee De Jong de Netflix-serie Stranger Things in herinnering roept. Dit inclusief een onderaards communicatiesysteem en monsters als gevolg van een geheim overheidsexperiment. En ineens duikt ook Henk Kamp weer op.

Uitgeverij Podium presenteert De aanloopman als een tragikomische roman over afzondering en familieperikelen tegen het decor van de Groninger gasbel. Dat tragikomische moet betwijfeld worden. Wat indruk maakt is de stijlbreuk. Waardoor we te maken hebben met een roman over in Nederland onvoorstelbare gebeurtenissen verteld door een onzekere Groninger die niet wordt geloofd. Hoe realistisch wil je het hebben?

Jan Mulder

Liefde & Aardbevingen van Jan Mulder speelt strikt genomen niet in Groningen, maar in fantasiestreek De Barmhartigheid waar de dorpjes Belgische namen hebben: Bel Aptit, Klein Parijs, Maria Vooruit en vooral Huile. Het laatste moet worden uitgesproken als Wiel, maar de inwoners worden aangeduid als huilebalken. Kortom, het gaat Mulder ook om het plezier van het spelen met taal.

De samenvatting wordt daar niet eenvoudiger van: Ocktje Engelkens maakt een film (’half docu, half fictie’) over haar geboortedorp met daarin veel aandacht voor haar oom Wilhelmus Voorbosscher, verzorger van zelfmoordenaars, dirigent, vrouwenliefhebber en brievenschrijver. Het is in deze laatste hoedanigheid dat in de roman de bevingen aan de orde komen.

Om zeep geholpen

Liefde & Aardbevingen is een roman over verlangen en genieten. Wat in dit kader interessant is, is de verwoording van woede als schoonheid niet door anderen wordt herkend, of zelfs om zeep wordt geholpen. Mulder uit dat bijvoorbeeld door Wilhelmus een brief aan de koning te laten schrijven. Eerste zin: ‘Sire, uw rijk vertoont scheuren.’ Verderop: ‘U staat aan het hoofd van de regering. Bent u een uitbuiter? U bent een heler. Ja, het dient gezegd, de overheid steelt.’

Ook Mulder mag graag mooie zinnen produceren. ‘Ik ben geboren in een schilderij uit de periode voordat de wind- en schaliegasartiesten er hun likje aan gaven’, is er één van. Maar net als bij De Jong wil de compositie niet helemaal overtuigen. Het enthousiasme en de verontwaardiging van Mulder is soms zo groot, dat hij de geestelijke flexibiliteit van de lezer uit het oog verliest. Ondertussen is de boodschap somber: Wilhelmus krijgt een klap van de (draai)molen.

Bedreven verteller

Om Schokland te kunnen schrijven, ging Saskia Goldschmidt op het Groninger platteland wonen, werkte ze mee op een melkveehouderij en sprak ze bewoners van het door bevingen beschadigde gebied. Die inspanning heeft zich uitbetaald in een lijvige roman waarin met veel inlevingsvermogen inzichtelijk wordt gemaakt hoe de bevingen een agrarisch bedrijf op de kop zetten en het leven verandert van de mensen die dat bedrijf draaiende proberen te houden.

Centrale figuur is Femke, de in duurzaamheid geïnteresseerde dochter van de alleenstaande, behoudend ingestelde moeder Trijn, kleindochter van de inwonende grootvader en weduwnaar Zwier, die bij een bedrijfsongeluk zijn oudste zoon heeft verloren. Honderd melkkoeien telt hun maatschap, waarvan de oorsprong teruggaat naar 1859 toen een van de voorvaderen van de familie door nalatigheid van koning Willem III gedwongen werd in Noord-Groningen een nieuw bestaan op te bouwen.

Goldschmidt, die eerder de in deze krant geprezen middenstandsroman De voddenkoningin schreef, toont zich een bedreven verteller. Met oog voor detail zet ze rustig de familiegeschiedenis en onderlinge verhoudingen uiteen. Als de eerste beving ter sprake komt, zijn de bewoners van Schokland min of meer gewend aan de onrust en hebben ze vooral alledaagse zorgen. Over elkaar, hun verleden, hun werk en de liefde.

Halverwege de roman gaat het goed mis: ‘Vanuit een donkere krater diep onder het steen, het zand, het zout, de klei, uit de platte vulkaan, uit het binnenste van de aarde waaruit jaar in, jaar uit tonnen gas gepompt zijn, stijgt een donderend geluid op als van een op drift geraakte vrachtwagen die uit is op een maximum aan vernietiging, met loeiende motoren opstuivend uit de krochten.’ De helft van de koeien komt om.

Verlangen naar stabiliteit

Schokland gaat over het verlangen naar rust, stabiliteit en continuïteit. Naar omstandigheden waar iedereen naar verlangt, dus ook mensen die niet in een aardbevingsgebied wonen. Goldschmidt beschrijft hoe ellendig het is als naast – of bovenop – het 24-uursbestaan moet worden gevochten voor erkenning, herstel en iets van zicht op een toekomst. Voor grootvader Zwier zit dat er niet meer in. Femke en Trijn moeten het maar afwachten.

Vergeleken met Liefde & Aardbevingen en De aanloopman , waarin geen doden vallen en de materiële schade welbeschouwd is te overzien, is Schokland zowel romantisch als realistisch. Wie wil weten wat de literaire gevolgen van de aardbevingen zijn, doet er goed aan bij De Jong en Mulder aan te kloppen. Wie een ‘aangrijpende roman’ met een documentair karakter wil lezen, is bij Goldschmidt aan het beste adres.

Tijdens festival Het Grote Gebeuren, begin deze maand in Groningen, stelde Louis Stiller, auteur van het non-fictieboek Gasland , dat een dramatisch landschap als het bevingsgebied een goudmijn kan zijn voor schrijvers. Dat zou inderdaad zomaar kunnen. Maar zover is het nog niet.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu