Wereldberoemde organist Sietze de Vries bespeelt zijn instrument met het achteloze gemak waarmee iemand de afwas doet

Sietze de Vries is met zijn improvisatietalent wereldberoemd in de orgelwereld. Toch heeft alle aandacht uit het buitenland hem nooit kunnen verleiden Groningen te verlaten.

Multitalent Sietze de Vries: orgelbouwer, docent en organist

Multitalent Sietze de Vries: orgelbouwer, docent en organist Foto: Jan Willem van Vliet

Door een klein houten deurtje treedt Sietze de Vries de holle ruimte van het grote orgel in de voormalige kerk van Niezijl binnen. Uit de houten constructie tilt hij een klein, tin-loden pijpje en zet het aan z’n lippen. Hij blaast een saai, droog geluid, op zichzelf het spitsen van de oren niet waardig.

Gelukkig is het orgel een instrument van overdaad: in de krappe, houten kamer wachten maar liefst 1188 metalen en houten pijpen op de instructies van de organist. Eenmaal achter de toetsen speelt De Vries (Herwen en Aerdt, 1973) met hetzelfde achteloze gemak waarmee iemand de afwas doet of de was opvouwt. Zijn vingers schieten zonder te kijken over het klavier. Hij speelt stukjes Bach. ,,Deze is vooral als ringtone bekend’’, zegt hij voor hij de loodzware Toccata en Fuga inzet.

De Vries wordt als organist over de hele wereld gevraagd voor optredens. Deze maand mag hij na een stroef coronajaar weer los met een reeks concerten in Duitsland. Hij is organist van de Martinikerk in Groningen en geeft in dezelfde stad les aan jonge organisten van het Prins Claus Conservatorium. In Niezijl bewoont hij de voormalige vrijgemaakt gereformeerde kerk, omringd door vrouw Sonja, kinderen Hannah en Daniël, en voor iedere eeuw na de Middeleeuwen een stel klavieren. ,,Ik ga hier nooit meer weg.’’

‘Ik wilde alles wat met orgels te maken had’

,,Ik vond het orgel als kind heel indrukwekkend. Thuis in Gouda oefende ik veel op het harmonium. Ik tekende orgels na en verzamelde er boeken over. Alles wat ermee te maken had, wilde ik hebben.’’

De Vries tuurt demonstratief de kerkzaal af, van het Engelse orgel uit de 19e-eeuwse romantiek naar het klavecimbel uit de tijd van Bach, en glimlacht. ,,Dat verzamelen doe ik nog steeds, al gaat het nu wat makkelijker. Het is een voorrecht om met zoveel orgelmakers bevriend te zijn.’’

Op z’n elfde verhuisde het gezin naar Zuidhorn. ,,Mijn ouders wilden graag terug, ze voelden zich nog altijd echte Groningers.’’ Hij begeleidde er in de kerk de samenzang, maar droomde stiekem al van een carrière als artiest buiten de kerk. Dat was iets waar zijn ouders niet om stonden te springen. ,,In de kerkelijk kringen is er veel moeite met kunst. Dan is er toch het gevoel dat je het foute pad kiest en dat er geen boterham mee te verdienen valt.’’

Orgelparadijs Groningen

,,Een paar jaar later gaven ze de moed op om mij nog van de muziek af te houden.’’ De Vries begon aan het conservatorium en ging in zijn vrije tijd de oude orgels van de provincie langs. ,,Ik haalde de sleutel bij de drogist of de koster, daarna mocht je je gang gaan. Dat kan nog steeds. Ik zit mijn studenten veel achter de broek om daar gebruik van te maken.’’

,,Dat maakt Groningen zo goed voor jonge organisten, hier staan de beste oude instrumenten.’’ Waarom, weet hij niet. ,,In Friesland zijn veel orgels door de eeuwen vervangen, hier niet. Misschien omdat er veel kerksplitsingen zijn geweest, waardoor iedere kerk afzonderlijk minder geld had. Of de kenmerkende Groningse zuinigheid.’’ Hij noemt Leens en Uithuizen als mooie exemplaren, maar zijn grote liefde blijft het orgel van de Groningse Martinikerk. ,,Ik noem hem mijn groene monster. Hij heeft een kleine 4000 pijpen en het is net een tijdmachine als je op hem speelt. Klanken uit vijf eeuwen!’’

,,Groningen is een orgelparadijs. Daarom woon ik hier en nergens anders.’’ Ooit trok het buitenland wel, vooral om de status die kunst op veel plekken heeft. ,,Nederland is berucht om zijn cultuurbeleid, hoe weinig geld er voor vrij wordt gemaakt. Je wordt hier absoluut niet rijk van de muziek.’’ Toch bleef hij. ,,Ik ben een idealist, ik wil de beste kwaliteit.’’

Improviseren

Zijn doorbraak liet niet lang op zich wachten. ,,Tussen 1992 en 2002 deed ik mee aan een reeks concoursen. Ik won veel prijzen. Destijds was dat de manier om je te profileren.’’ In 1999 vroeg orgelmaker Bernhardt Edskes hem een cd in te spelen op orgels van zijn hand. ,,Die ging ineens viral . Er zijn duizenden van verkocht, wat heel veel is in de orgelwereld. Daarna wist ik: ik ga het wel redden als artiest.’’

Waarom zijn spel zoveel aandacht trok? De Vries improviseert, iets dat doorgaans alleen jazz- en popmuzikanten doen. ,,Dat was en is nog steeds best uitzonderlijk, veel klassieke muzikanten zijn verloren zonder bladmuziek.’’

Ten tijde van Bach kon iedereen improviseren, leerde hij later. ,,Waarom we dat zijn verleerd is simpel. Nederlands kun je goed omdat het je moedertaal is. Eerst leer je het spreken en luisteren, pas daarna schrijven en lezen. Voor mij had de orgelmuziek hetzelfde verloop. Improviseren doe ik al van jongs af aan, pas later kwam de bladmuziek. Maar in ons muziekonderwijs krijgen kinderen op de eerste les al een blad voor de neus.’’

Niet dogmatisch

Improviseren is voor De Vries je verhouden tot de traditie, die goed bestuderen, maar ook openstaan voor nieuwe inzichten en de eigenaardigheden van het moment. Misschien leerde hij de kunst door in zijn leven achter veel verschillende instrumenten plaats te nemen. ,,Ieder orgel heeft een eigen karakter, dan moet je je steeds weer afvragen: hoe kan ik dat nu het best laten klinken?

Een componist als Bach wordt vaak dogmatisch geïnterpreteerd. ,,Zó moet je het spelen en niet anders, hoor je dan. Maar als je terugkijkt naar dertig jaar geleden zie je dat muzikanten zijn muziek met dezelfde overtuiging heel anders spelen. Er zitten zoveel aspecten aan Bach dat niemand ooit helemaal zal begrijpen hoe de muziek bedoeld is. Tegelijkertijd moet je ook niet te veel relativeren, een beetje idealisme is goed.’’

Die houding, het constant schipperen tussen traditie en wat een situatie van je vraagt, reikt verder dan het orgel. ,,Ik vind het nog altijd leuk om de bijbel te bestuderen, maar niet om er een vaste betekenis uit te halen. Het is goed om te blijven nadenken. De vrijgemaakte kerk was vrij streng en dacht de waarheid in pacht te hebben. Die had een bepaalde uitleg van de bijbel en wilde vervolgens alles wat er in de wereld gebeurt daarmee uitleggen.’’

Twee werelden

De Vries leeft in twee werelden: de podiumkunst en de kerk. Hij begeleidt nog vaak diensten, waarin hij graag improviseert op melodieën uit de kerkmuziektraditie. ,,Vanuit de vakwereld is daar wel eens kritiek op. ‘Hou eens op met die stoffige psalmen’, zegt iemand dan na een optreden. Maar ook vanuit de kerkelijke kant krijg ik soms de wind van voren.’’


Zeven jaar geleden ontsloeg de kerk van Zuidhorn hem na 26 jaar als organist. ,,Er zijn steeds minder leden, en als reactie daarop willen sommigen het leuker en gezelliger maken. Dan worden er slappe aftreksels van popmuziek gespeeld om de jeugd aan te trekken, happy-clappy-muziek. Daar had ik kritiek op. Toen ik een foto op Facebook deelde, van een springkussen en harde muziek in de kerk, werd me dat niet in dank afgenomen.’’

,,Ik houd van goede popmuziek, maar als je het over grote thema’s als leven en dood hebt, kan je geen gitaarballad met drie akkoorden laten horen. De kerk mag wel een beetje vervreemdend zijn, dat je even uit het dagelijks leven stapt. Dat begint al met zo’n imposant gebouw.’’ De Vries is sindsdien niet meer lid van de vrijgemaakte kerk, maar van de protestantse kerk waar de Martinikerk onder valt.

Niets te mopperen

Heeft hij veel moeten opofferen voor de muziek? Hij kijkt om zich heen, doelend op de kerk en het huis, de provincie en zijn gezin. ,,Wat heb ik nou nog te mopperen. In het begin had ik natuurlijk geen rooie rotcent. Ik woonde in Noordhorn in een bejaardenwoning. Ik gaf les, deed langzaamaan een bruiloft of feest op de piano, begeleidde koren en gaf steeds vaker orgelconcerten, dus ik kwam wel rond. Ik heb me daardoor altijd fulltime met mijn passie bezig kunnen houden.’’

,,Gelukkig had ik ook niet vroeg trouwplannen, mijn vrouw ontmoette ik pas toen ik 29 was.’’ Sonja zag hij voor het eerst in Haarlem, onder het orgel van de Bavokerk. ,,Zonder twijfel het meest gefotografeerde orgel in de wereld.’’ Ze komt uit Zuid-Afrika, is ook organist, en was voor een zomeracademie in de stad. Hij was er voor een concours.

,,Het is heel fijn als artiest wanneer je een partner hebt die weet wat je klokje laat tikken. Ik heb geen 9-tot-5-werk: vorige week had ik vier concerten, deze week drie. En we kunnen niet lang op vakantie, de zomers zijn drukke tijden voor een organist. Zij begrijpt dat.’’

Een stapje terug

We lopen in de kerk naar de voorkant. ,,Dit is het Engelse orgel uit 1874. Dat is heel mild, ze wilden in die tijd geen scherpe klanken.’’ Met een schuif bij de rechtervoet past De Vries al spelende het volume aan. Het orgel oogt en klinkt zacht. De pijpen zijn beschilderd, het instrument is nagenoeg symmetrisch, en over de muziek heen is gemakkelijk een gesprek te voeren. ,,Ik ben heel blij met dit orgel.’’

De komende jaren wil De Vries een stapje terug doen met de optredens. ,,Internationale tours zijn vreselijk leuk, maar kosten veel energie want je ziet vooral vliegvelden en treinstations.’’ Bovendien heeft hij in Groningen alles wat hij kan wensen.

Optredens

12/9 psalmenvesper in Martinikerk, Groningen; 25/9 jubileumconcert Roden Girl Choristers in Jacobijnerkerk, Leeuwarden en 2/10 in Martinikerk, Groningen; 15/10 Schnitgerfestival, excursie naar Krewerd, Loppersum, Zeerijp; 17/10 cantatedienst Martinikerk, Groningen; 23/12 Festival of Lessons and Carols in Der Aa-kerk, Groningen; 13/2/2022 concert met Roden Girl Choristers in Dorpskerk, Peize.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
menu