Dichter op het Water vertelt het verhaal van Schokland in kunst en poëzie

Voor de achtste keer op rij, en voor de derde keer op Schokland, organiseert Pat van Boeckel een kunstroute waarin hij landschapskunst combineert met poëzie. Dichter op het Water vertelt het verhaal van Schokland.

Meg Mercx & Rob Verwer - Blowin' in the wind

Meg Mercx & Rob Verwer - Blowin' in the wind Foto: Pat van Boeckel

Schokland was een eiland in de Zuiderzee, dat soms te lijden had onder stormen en overstromingen. De toestand werd in het midden van de negentiende eeuw dusdanig, dat de overheid het eiland besloot te ontruimen. De houten beschoeiing was aangetast door paalrot, meegenomen van zeereizen naar verre oorden. ,,Bijna zoiets als het virus nu’’, vindt Pat van Boeckel. In een omgeving zonder bomen, was het te duur de beschermende wal te vernieuwen en in 1859 verlieten de laatste bewoners gedwongen hun huisjes.

Schokkers aan hun grond gehecht / - Daar geboren en getogen - / Werd, met landverlies voor ogen / Het vertrekken aangezegd. (uit De ontruiming van Schokland 1859 , Tromp de Vries)

Op de kunstroute over het voormalige eiland leren bezoekers meer over deze geschiedenis. Over de kelders vol zoet water dat schaars was. En over de putten die konden opdrogen. De allerarmsten konden in ruil voor arbeid een paar emmers water per jaar krijgen. Want alleen het regenwater dat van pannendaken spoelde was te drinken. Dat van de strooien daken van hun kleine huisjes niet. Als de zee bevroor werd ijs bewaard en gesmolten tot drinkwater. Het ijsblok boven het doopvont herinnert hier nu aan.

Schokland ligt nog altijd als een kleine verhoging in het omringende land. Wat zou er gebeuren als de zeespiegel verder steeg? Kadir van Lohuizen maakte er wereldwijd studie van. Passanten kunnen even neerstrijken bij een impressie van een tropisch eiland met palmenstrand, maar dienen zich af te vragen ‘Where will we go?’, want de bewuste Carteret-eilanden van Papoea-Nieuw-Guinea verdwijnen over twintig jaar onder water.

Om bescherming te bieden tegen een zee die altijd in beweging is, bouwde Niels Albers een steiger, die vanaf het hoger gelegen eiland het lagergelegen landschap in loopt. De steiger verandert halverwege in de vorm van een golf. Matthijs Muller wil met zijn Waterval de overgang symboliseren van verarmd eiland naar toeristische trekpleister. Het bouwwerk heeft iets van een havenhoofd, maar ook van een schavot.

Zeker een eiland zijn. Zeker de brug / nog weigeren zolang je kan, de dijk/ niet denken. Buiten het bereik (...) (uit Eiland , W. van Toorn)

Voor denkbeeldige nieuwe bewoners van Schokland staan zes torens van stro klaar, geïnspireerd op onder andere de middeleeuwse torens van San Gimignano in Toscane. Verschillende kunstenaars hebben de torens een eigen ‘persoonlijkheid’ gegeven. Karin van der Molen legde een wortelstelsel aan, dat als afvoerpijpen langs de toren naar beneden kronkelt. Ze zijn bedekt met tapijt, een kleurrijk ‘mos’ dat cultuur met natuur verbindt. Sonja Rosing hing haar toren vol lepels. Glimmend in de zon lijken ze op schitteringen van het water. Tegelijk was de lepel een luxe-voorwerp. De bewoners van Schokland aten met hun handen, pas als ze het zich konden veroorloven kochten ze een lepel.

Aan de toren van Pim Palsgraaf hangt een kluit verweerde kastjes als een schimmel, een restant van eerder leven. Het bovenste deel van de toren van Sigrid Hamelink is verlengd met een houten steigerconstructie waarop kleifiguurtjes balanceren. Kan de mens tot in de wolken blijven bouwen, of roept de zee ons terug?

(...) we wankelden op ladders in de zeeklei geplant / klampten ons vast aan een strohalm / de lucht vol van zee en onze oren vol storm. (uit Babel aan zee , Sigrid Hamelink)

Lucia Loren heeft eigen strotorens gemaakt met vluchtroutes voor kleine dieren en insecten. Langs het fietspad hebben Maarten Fleuren & Heren4/+ Bakens op de dijk geposteerd. Ze staan verscholen in witte wachthuisjes. Tussen de lamellen door kun je een gefragmenteerd beeld krijgen van deze bijzondere figuren met hun uiteenlopende aardenwerken koppen. Even verderop liggen imposante vissenkoppen met graat van Meg Mercx en Rob Verwer. Schokland had rond 1800 een van de grootste vissersvloten van de Zuiderzee. Zijn dit overblijfselen van die verdwenen beschaving?

Het water begon zich te schamen / voor wat het was en altijd gedaan had. (uit Water , Tonnus Oosterhof)

In de kerk hangen doeken met tekeningen van Rolina Nell, en in het Schokker huisje geeft Su Kroker een impressie van een imaginaire tijd waarin Schokland bedolven lag onder een laag ijs. Monique Bastiaans leidt de wandelaars onder een tunnel van frêle hengels, die - in de wind - bewegen als golven. De historisch ogende wagen van Olaf Mooij staat aan de grond genageld, maar in haar binnenste lijkt het vervoermiddel van de toekomst te groeien.

In de pastorie liggen de gedroogde bladeren die Eun Young Lee in het bos verzamelde. Ze heeft ze omwonden met dunne gekleurde draden, waardoor ze op cocons lijken die de belofte van nieuw leven in zich dragen. Eveneens in de pastorie hangen collage’s van Annelies Alewijnse. Op associatieve wijze combineert zij beeldfragmenten tot nieuwe werelden, en woorden en tekstflarden tot poëtische bespiegelingen.

Groote leege ruimten / verwaaien, / alsof er iets in het duister wordt overstroomd / Ons beide / voor eeuwen / omsluit in een ander veld. (Annelies Alewijnse)

De strotoren van videokunstenaar Pat van Boeckel biedt zicht op een kamer van een voormalig Schokker huisje. Binnen regent het net zo hard als buiten. De bewoners kijken nog eenmaal door de ramen naar binnen in een laatste Vaarwel .

(...) Het is regen geweest, een rivier, een zee, / hier was het, hier heb ik het gezien / en zie ik water en weet niet wat het is. (uit Water , Rutger Kopland)

Je kunt deze onderwerpen volgen
Beeldende kunst
menu