'Biecht aan mijn vrouw' van Pieter Waterdrinker lijkt een tussenboek te zijn dat weliswaar met enorm veel vertelplezier geschreven is | recensie ★★★★☆

‘Deze kleine autobiografische roman is een werk van fictie,’ schrijft Pieter Waterdrinker aan het eind van Biecht aan mijn vrouw. In de bladzijden ervoor hebben we gelezen dat de schrijver voor een poosje mocht verblijven in de Schrijversresidentie aan het Spui in Amsterdam, boven boekhandel Athenaeum, om een tijdje te werken aan een nieuwe roman.

.

.

Lees meer over
Boeken

Van werken komt echter niets. Buiten is de hoofdstad uitgestorven vanwege de pandemie en binnen zit Waterdrinker opgescheept met het meisje Jeva, als verstekeling overgebleven van zwarte dichter Winstow Wow, de vorige tijdelijke bewoner van het huis. Wow is niet zo gecharmeerd van zijn opvolger. ‘Dat het Letterenfonds jou hier laat zitten is een fucking schande. Ik heb je gegoogeld. Je hebt geschreven voor die fascistische kutkrant. Fout in de oorlog. Ik heb geen komma van je gelezen. Gelukkig. En dan voortdurend je witte privilege uitventen. Ik kots op types zoals jij! Ik kóts erop.’

Nieuws

menu