Timon en Robin schreven elkaar 23 jaar lang brieven, tot Robin overleed aan een hersentumor en Timon achterbleef met het archief. 'Ik woonde erin'

Van 1996 tot 2019 schreven Timon de Jong en Robin van ‘t Haar elkaar brieven. De correspondentie kwam onverhoopt tot een eind toen Robin overleed aan een hersentumor. Timon bleef achter met het archief en bundelde de briefwisseling in ...en ik hoop nog vele brieven.

Jacco (links), Robin en Timon (onderop) op de camping.

Jacco (links), Robin en Timon (onderop) op de camping. Foto: Jorine de Muijnck

Timon is in Zweden met zijn gezin op vakantie als hij een sms’je krijgt. Buiten is het pokkenweer, iets dat in een slechte roman de aankondiging zou zijn van slecht nieuws, maar dit is het echte leven en Timon maakt zich geen zorgen. De berichten van Robin betekenen doorgaans iets leuks.

Het sms’je is anders dan normaal. De toon is vreemd: minder omfloerst, alsof het met haast geschreven is. Zodra Timon doorheeft waar het bericht over gaat legt hij zijn telefoon snel weer op tafel. Zolang hij er niet vanaf weet, verandert er niets.

10 augustus 2016, Robin

‘Goeie vriend, ik heb bizar nieuws, houd je vast: je hebt nog een vriend met ‘n hersentumor. Het is heel onwerkelijk. Ze hebben me gisteren in de berm gevonden en naar het ziekenhuis gebracht. Nu naar huis voor verdere behandeling. Pffff… ik spreek je snel.’

,,Je kan het wel negeren, dat maakt het niet minder echt’’, zegt Timon (46) nu. Terwijl de inhoud van het sms’je tot hem doordringt, ligt Robin in Ierland in een ziekenhuisbed. Hij is op fietsvakantie. Onderweg werd het zwart voor zijn ogen en belandde hij naast de weg. In het ziekenhuis ontdekken de artsen een tumor in zijn hersenen, die een lange periode van vermoeidheid en overgeven verklaart.

Robin is op dat moment niet de eerste vriend met een hersentumor. Jacco, een goede vriend van beiden, heeft eerder slecht nieuws gekregen en komt later dat jaar te overlijden aan een hersentumor.

Twintig jaar eerder, in 1996, beginnen Timon en Robin een briefwisseling die 23 jaar duurt. Ze schrijven eerst als Groningers onder elkaar. Robin studeert aan de kunstacademie en wordt kunstenaar en leraar aan de kunstacademie. Timon studeert milieukunde en werkt later bij boekhandel Godert Walter in Groningen. Na Robins verhuizing reizen de enveloppen om beurten naar Groningen of Rotterdam.

De berichten staan vol met kleine gedachten over kassameisjes, nieuwe albums van The Smashing Pumpkins of Spinvis, de laatste jaren aangevuld met de voetbaluitslagen van de kinderen. Als Robin in 2019 overlijdt, besluit Timon de briefwisseling te bundelen in ...en ik hoop nog vele brieven . Het boek geeft een prachtig inkijkje in een vriendschap die eerst pril, dan vertrouwd en uiteindelijk vol verdriet en troost is.

10 oktober 1996, de eerste brief, Robin

‘Dag Timon, Ik weet dat je niet echt van hoogdraverij houdt, maar ik schrijf je nu een brief. Dan kunnen we het er later over hebben dat die wellicht ooit in een zwaar beveiligde vitrine tentoongesteld worden. Met als onderschrift ‘briefwisseling tussen T. de Jong & R. van ‘t Haar’. Voor literatuurminnend Nederland ook wel bekend als de ‘grote twee’.’

Hoe hebben jij en Robin elkaar ontmoet?

,,Toen ik 22 was, kwam ik via een gedeelde vriend in zijn huis terecht. Ik plofte op de bank naast een wat winterdepressieve jongen met lang haar. Hij stelde zich voor als Robin en zag er wel interessant uit. Hij leek niets op de mensen die ik bij milieukunde tegenkwam.’‘

,,Het gesprek liep moeizaam. Onze gedeelde vriend deed zijn best om ons een beetje aan het praten te krijgen, maar ging er na een tijdje vandoor. ‘Moet ik ook gaan?’ vroeg ik mezelf af. Voordat ik goed over de vraag had nagedacht, was het moment voorbij en kon ik niet anders dan blijven zitten. We staarden wat leeg voor ons uit, broedend op een gespreksonderwerp. ‘‘

,,Het was heel ongemakkelijk. Robin vertelde me later dat hij dat net zo had gevoeld. Ik was geen makkelijke prater, dat ben ik nog steeds niet. Ik wil me graag goed uitdrukken, maar woorden kunnen zoveel verschillende dingen betekenen. Die overzie je niet allemaal als je ze uitspreekt.’’

Dan moeten de brieven een enorme uitkomst zijn geweest. Hoe kwamen jullie op het idee om die te schrijven?

,,Toen we elkaar vaker tegenkwamen, konden we het beter vinden. We bleken allebei graag te schrijven, maar zaten daarin wat klem. Hij stelde voor om elkaar brieven te schrijven. In de eerste brief opent hij door te zeggen dat als we later grote schrijvers zijn, het goed is om elkaar brieven te hebben geschreven. Dat is er niet van gekomen [ hij lacht. ]. Maar zijn brieven werden steeds mooier. Hij was echt een beschouwer.’’

24 oktober 1998, Robin

‘Misschien vind jij - of is het - het prettigst om alles als iets vrijblijvends te beschouwen. Niets heeft gevolgen en nergens hoeft een keuze voor gemaakt te worden. Maar volgens mij heeft het schrijven meer gevolgen en is het minder vrijblijvend dan dat je doet voorkomen.’


Robin spreekt jou streng toe, als een grote broer. Hij lijkt de voorzichtige en onzekere manier waarop jij over je eigen schrijven spreekt zat te zijn. Voelde hij soms als de oudere van de twee?

,,Dat denk ik niet, we waren redelijk gelijkwaardig. Wel was ik erg onzeker over de verhalen die ik schreef. Ze waren in mijn ogen niet goed genoeg. In mijn brieven durfde ik niet onomwonden te schrijven dat ik een verhaal had geschreven, laat staan een goed of fantastisch verhaal. Als je iets opschrijft wordt het meer waar dan wanneer je het enkel uitspreekt. ‘‘

,,Van hem moest ik een keuze maken. Of je noemt jezelf schrijver en twijfelt daar niet meer over, of je houdt op. Je kunt niet steeds je eigen werk naar beneden halen. Robin was zelf heel overtuigd in zijn werk. Het leven als kunstenaar heeft hem een hoop problemen gegeven: kopzorgen over wat hij moest maken, financiële problemen. Maar hij twijfelde nooit óf hij het moest doen.’‘

,,Die strenge brief was wel een hoogtepunt in onze briefwisseling. Ik heb hem er nog vaak bij gepakt, ook voor zijn overlijden al. Sindsdien ben ik minder onzeker geworden, daar heeft Robin veel in geholpen. Ik denk dat hij zijn onzekerheid eerder overwon, misschien dat je daar op de kunstacademie ook veel over leert. Ik vond ook dat Robin een groter talent was dan ik.’‘

,,Als we geen brieven hadden geschreven, had hij dit nooit tegen mij kunnen zeggen. Dan had ik het gesprek veel eerder afgekapt. ‘Je hebt gelijk,’ had ik gezegd, en ik was over iets anders begonnen. In een brief krijg je niet direct weerwoord, dus je kunt alle ruimte nemen om je punt te maken. Je hoeft je toon niet aan te passen omdat je iemands gezicht ziet vertrekken.’’

6 april 2016, Timon

‘Weer een mooie ochtend op het voetbalveld, goede vriend. Lycurgus ging met 3-2 voorsprong de rust in.’

Na een paar luwe jaren begint de hoeveelheid brieven in 2016 weer toe te nemen. De berichten erna zijn dagelijkser. We lezen minder plannen en beslommeringen, meer concerten en voetbaluitslagen van de kinderen. Hoe komt dat?

,,We kregen kinderen en er was simpelweg minder tijd. Veel van onze gesprekken gingen bovendien via de telefoon. Jacco werd bijvoorbeeld amper genoemd in de brieven. Zijn overlijden was misschien te urgent voor de brieven, of te lastig.’’

In de zomer van dat jaar wordt de tumor ontdekt. Hoe verandert Robins ziekte zijn brieven?

,,Daarna schreef hij ook aan een grotere groep mensen, misschien wel honderd vrienden en familieleden. Ik denk dat het hem hielp om dingen helder te krijgen, om duidelijk te krijgen wat hem overkwam. Hij zei in die brieven ook dat ze doorgestuurd mochten worden, aan wie er maar iets aan zou kunnen hebben.’‘

,,Dat sterkte mij in mijn keuze om het uit te geven. Na zijn dood, hij was pas 44, merkte ik dat ik hele middagen de brieven aan het lezen was, ik woonde erin. Ik ging ze bundelen, eerst voor mezelf, en toen voor zijn vrouw, Claudia, en de kinderen. Die groep werd steeds groter, en uiteindelijk vroeg ik Claudia of we er meer mee zouden kunnen. ,,Pak het maar zo groot aan, als je kunt,’’ zei ze.’’

Heb je daarna nog wel eens brieven geschreven?

,,Ik heb geprobeerd om een briefwisseling met andere mensen op te starten, maar dat is niet gelukt. Misschien is het daar te vroeg voor, ik deed het immers met Robin. Qua stijl en aandacht is het anders. Wij waren vaak een paar uur bezig met een brief, en je wist dat dat wederzijds was.’’

Naschrift van Timon:

,,In het begin waren het geschreven brieven, enkele getikt op een schrijfmachine, maar dat was romantiek en beviel uiteindelijk niet. Rond 2000 - 2001 zijn we gaan e-mailen. Waarvan ik er ook vele niet heb kunnen terugvinden. Verdwenen in de datacenters.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Boeken
menu