Bas peddelt urenlang in een kano op De Hunze. 'Ik waan me in de Rocky Mountains maar deze natuurpracht ligt hier om de hoek'

Het bestaat nog: een plekje in Nederland waar je compleet alleen bent. Thuis in het Noorden peddelde Bas van Sluis urenlang op De Hunze.

,.Een beetje onwennig probeer ik plaats te nemen in de roodgele kayak''. Bas van Sluis gaat op avontuur op De Hunze.

,.Een beetje onwennig probeer ik plaats te nemen in de roodgele kayak''. Bas van Sluis gaat op avontuur op De Hunze. Foto: Jaspar Moulijn

Voorzichtig laat Gezina Noordhuis de wildwaterkajak in het water glijden. We staan deze ochtend bij de molen De Juffer in Gasselternijveen en Noordhuis, eigenaresse van 25 Graden Noord. Ze organiseert verschillende outdoor-evenementen, waaronder kanoën en suppen op de Oostermoersche Vaart, zoals De Hunze ook wel heet. ,,Stap maar in”, zegt ze.

Wiebel. Wiebel.

Een beetje onwennig probeer ik plaats te nemen in de roodgele kayak. Ik ben te lang, zeg ik tegen Noordhuis, als ik mijn rechterbeen niet door het zitgat krijg. Noordhuis zegt dat het wel goedkomt. Iedereen past uiteindelijk. ,,Even een beetje drukken.”

Als ik eenmaal zit, krijg ik twee routekaarten. Maar, zo verzekert de ondernemer van het recreatiebedrijf mij, je kunt niet verdwalen. Het is namelijk alleen maar rechtdoor. ,,Zo’n drie tot vier uur. Tien tot elf kilometer. Veel plezier.” Ze wijst op de kaart de plek aan waar ik naar toe moet peddelen: onder de N33 door bij Eexterveen. En dan nog een stukje verder. Tot de uitkijkpost. ,,Kan niet missen. Bel mij dan. Dan pik ik je weer op.”

Het geraas van auto’s verstomd volledig

Ik zet af van de schuine wand en begin aan mijn tocht over De Hunze. Verwachtingen heb ik niet. Het is de omgeving waar ik als kind en puber opgroeide. Dus ik heb het idee de streek goed te kennen: Gasselternijveen, Gieterveen, Gieten, Eexterveen. Het is vertrouwde grond.

 

Maar in mijn jeugd was de beek, vanuit mijn ouderlijk huis een paar honderd meter door het aardappelland lopen en je bent er, nog een recht-toe-recht-aan-kanaal. Nodig omdat de boeren een vlot en soepel lopende waterafvoer wilden hebben. Maar de eeuwen daarvoor had het water vrij spel en kronkelde De Hunze door het landschap.

Recht is De Hunze allerminst meer.

De afgelopen jaren is - door ruilverkaveling met boeren - de kronkel in het riviertje teruggebracht en is de 45 kilometer lange De Hunze hersteld naar hoe het vroeger was. Het water krijgt in de winter alle ruimte om buiten de oevers te treden en het land tussen de kaden onderwater zetten.

Ik ben nog geen paar honderd meter onderweg - onder de brug van de N378 door - of ik waan mij in een compleet andere wereld. Het geraas van auto’s verstomd volledig. Ik hoor alleen nog maar vogels fluiten. En het zachte tikken van mijn peddel in het water.

Rocky Mountains? Bos in Slovenië?

Ik ben overdonderd. Verrast. De natuur heeft kans gezien om in relatief korte tijd - zo’n tien jaar - het gebied opnieuw vorm te geven. Het resultaat is, zonder overdrijving, spectaculair. Zonder dat het mij al te veel kracht kost, glijd ik door het water. Ik waan mij van tijd tot tijd in de Rocky Mountains in Canada of het merenlandschap met groene bossen in Slovenië. Maar deze natuurpracht ligt gewoon om de hoek op ons te wachten. Ik weet niet wat ik mee maak.

Urenlang kom ik geen mens tegen. Ik ben alleen met de stilte. En met mijn peddels die soms onhandig het water in klappen. Soms houd ik gewoon op met peddelen en laat ik de stroom mij meevoeren. Voorzichtig droom ik weg: zo zag het er hier vroeger dus uit.

Geen telefoon.

Geen geluid.

Geen stress.

 

Splatsj. Ik schrik van het enorme geluid. Alsof een onverlaat een dikke kei naast mijn kajak flikkert, plonst het water omhoog. Het is alleen geen kei. Het is een vis. Misschien wel een nieuwsgierige snoek, schiet door mijn hoofd. En ik begin ongegeneerd hardop te lachen. Wat maakt het ook uit. Niemand in de wijde omtrek die mij kan horen.

Ik moet denken aan mijn vader. Aan mijn opa. Hoe zij mij vroeger op de mouw spelden dat er een snoek in De Hunze zwemt die zo groot is dat de vis eigenlijk alleen maar kan keren in het Zuidlaardermeer. Elke keer dat wij langs de kant van De Hunze, ter hoogte van Torenveen, zaten, vertelde mijn vader het verhaal. ,,Jouw opa heeft er zijn bijnaam nog aan te danken. Rieks Snoukie”, fluisterde mijn vader dan terwijl hij tuurde naar de dobber aan zijn vishengel. We moesten vooral heel stil zijn als we deze snoek wilden vangen. ,,Deze bijzondere vis draagt een zonnebril en schrikt van geluid”, zei pa dan plagend.

Wist ik veel. Ik geloofde het verhaal, als klein jongetje, gewoon. Ik lach opnieuw hard terwijl ik de kano door het hoge riet manoeuvreer. Waar je allemaal wel niet aan denkt als je zorgeloos en alleen over het water peddelt.

Nieuwsgierige bevers in het water

Bij de eerste stuw die ik tegen kom, moet ik er even uit om de kano over het droge te slepen en dan weer in het water te laten. Omdat ik alleen ben, is het even een spannend moment. Niemand die de kayak stil kan houden.

Wiebel.

Wiebel.

Gelukkig is er niemand die mij ziet als ik wel in het water donder, denk ik nog. Maar ik houd het - na de nodige acrobatische toeren - droog. En kan mijn tocht vervolgen.

Ik peddel door het riet. Soms waan ik mij een indiaan die met zijn kayak beschutting zoekt tussen het vele groen. Ondertussen tuur ik naar de oevers. En naar de bomen die half in het water hangen. Misschien huizen hier wel bevers.

 

Vlak voor mijn vertrek heeft Gezina Noordhuis mij al gewezen op de aanwezigheid van de nijvere beestjes. Ze liet een filmpje zien die ze de dag ervoor nog heeft gemaakt van een bever. ,,Ze zijn nu heel actief. Als je er een ziet, moet je niet kanoën, want het zijn nieuwsgierige dieren. Vaak komen ze even langs de kano kijken.”

Helaas. Een bever kom ik niet tegen. Afgeknaagde bomen die als een glijbaan voor de dieren in het water liggen wel. Ook vaar ik tussen de grazende koeien door die verkoeling zoeken in het water. Meerkoeten trappelen voor mijn kano uit en duiken onder als je te dichtbij komt. Reigers, eenden en ganzen. Ik zie ze allemaal. Het ijsvogeltje zou je hier ook moeten kunnen zien, lees ik op een informatiebord, maar die tref ik helaas niet.

En dan, na ruim drie uur kanoën, zie ik uitkijktoren Elzemaat. Het geluid van voorbijrijdende auto’s is inmiddels weer te horen. Teleurgesteld dat de tocht voorbij is, bel ik Noordhuis. ,,Ja, je mag me ophalen. Wat ik er van vond? Het was fantastisch.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu