'Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet': Emmer olifant uit legendarische reclame is 25 jaar

Nederlands bekendste olifantje is vrijdag precies 25 jaar geleden geboren: Ant Bwe Lay uit het toenmalige Noorder Dierenpark in Emmen. Wie? Het Rolo-olifantje natuurlijk!

Fragment uit de prijswinnende Rolo-reclame.

Fragment uit de prijswinnende Rolo-reclame. Bron: Nestlé

,,Hé Dombo… pak dan!” Het zijn de bekende woorden uit de nog bekendere Rolo-reclame uit 1996 waarin een ettertje zijn laatste snoepje aan een olifantje aanbiedt om hem vervolgens zelf op te eten. De olifant neemt vele jaren later op gepaste wijze wraak.

De reclame – waarin het zeer goede olifantengeheugen komisch in beeld wordt gebracht – is in 2015 goed voor het winnen van de Gouden Loeki Aller Tijden. De beste reclame van de afgelopen vijftig jaar dus, waarmee het olifantje onder meer ‘Bommetje’ van MelkUnie, ‘Der Rudi’ van Heineken en ‘Goeiemoggel’ van KPN voorbleef. Onderdeel van het collectieve geheugen, oordeelde de jury.

Hoewel heel Nederland het al die tijd heeft over het Rolo-olifantje, praat Pieter van der Valk aan zijn keukentafel in Emmen over Ant Bwe Lay, zoals het jonge olifantje in de commercial heet. Van der Valk (58) was olifantenverzorger toen de dikhuid ter wereld kwam en was erbij toen de zoveelste filmploeg ‘zijn’ olifanten kwam filmen. “We wisten van welk merk ze waren, maar meer ook niet. Maakte ons ook niet zoveel uit.”

Binnen slurfbereik

Bijzonder was het niet, die cameramannen van dat chocolademerk. ,,Het gebeurde wel vaker dat er filmploegen aanwezig waren”, herinnert Van der Valk zich. En nieuw was televisie niet voor de Emmer dierentuin. In de zeventiger jaren bracht directrice Aleid Rensen regelmatig een tijger, ijsbeer of chimpansee mee naar uitzendingen van Willem Duys.

Van der Valk: “Zo was in de jaren negentig Martin Gaus vaak bij ons. Hij had een dierenprogramma, maar scheet zeven kleuren als hij binnen slurfbereik van de olifanten moest presenteren. Nu ik eraan terugdenk, moet ik er weer om lachen.”

Voor de Rolo-reclame werd al snel de combinatie tussen mens en dier gezocht, vertelde Diederick Koopal eerder dit jaar bij College Tour. Reclameman en regisseur Koopal is geestelijk vader van het spotje en onthulde dat het idee voor deze reclame begon bij het kunnen delen van de chocolaatjes. Er zitten immers meerdere snoepjes in een verpakking en wat doe je dan met je laatste? Het leverde een grappig verhaal op met dito beelden, die destijds heel de wereld over gingen.

Paniek

Het concept voor de olifantenscenes in Emmen was simpel: zoveel mogelijk het toen bijna éénjarige olifantje apart in beeld en het liefst nog een keer kijkend in de camera met zijn slurf omhoog. De karakteristieke pose waarmee het jong aan moet geven dolgraag het chocolaatje te willen. Om de beelden te schieten, ging de cameraman mee het terrein op, zoals Van der Valk het olifantenverblijf noemt. Dat kon gewoon, omdat het verzorgen van olifanten in de jaren negentig ‘hands-on’ gebeurde – dus op, naast en met de dieren.

Hoewel er voor de opnames maar een paar uurtjes nodig waren, viel het niet mee om het jong bij zijn moeder weg te houden. “Slechts één keertje hadden we geluk. Moeder en jong liepen samen met een andere olifant naar de plek waar we stonden te voeren. Halverwege lokten we mama weg en liep Ant Bwe Lay nietsvermoedend door. Toen het besef kwam, rende hij in paniek naar zijn mama toe, precies waar de filmploeg ook stond. Dat shot zie je in de reclame terug.”

Bretagne

De jarige job is dus in de tv-wereld een grote jongen. Inmiddels is hij dat in de olifantenwereld ook, al leek het daar aanvankelijk niet op. Bij zijn geboorte woog Ant Bwe Lay – wat Birmaans is voor ‘kleine verrassing’ – 65 kilo. Een lichtgewicht in olifantentermen, want pasgeboren olifantjes tikken doorgaans de 100 kilo aan. Het ‘kranige meneertje’, zoals hij in Nieuwsblad van het Noorden werd genoemd, bleek kerngezond.

Met een jaar of zes moest hij echter weg uit Emmen. Olifanten puberen met die leeftijd, gaan zich vervelend gedragen en verstoren zo de rust in de kudde. Een dierentuin in Bretagne moest uitkomst bieden. En daar – in Pont-Scorff – is hij bovendien vader geworden. Voor dierenverzorgers als Pieter van der Valk is afscheid nemen altijd zwaar. “Je bouwt toch een band op met die dieren. Hij was de eerste die niet bij moeders aan de ketting in de stal was geboren, maar gewoon in de groep. Dat was heel bijzonder in dierentuinen. En omdat we Bo Gyi (gebroken poot na val in droge gracht) en Kan Yome (hartafwijking) moesten laten inslapen, was hij het eerste mannetje dat weg moest.”

Olifantengeheugen

Toen Pieter van der Valk in 2009 met zijn gezin in het westen van Frankrijk kampeerde, zocht hij hem op. Het was die zomer negen jaar geleden dat Ant Bwe Lay de transportkist in Emmen instapte om naar Frankrijk te emigreren. Al die tijd hadden ze elkaar niet gezien. Zou het dier zijn oude verzorger nog herkennen?

En dus linea recta richting het Franse onderkomen van de Aziatische olifanten. Bij het verblijf stond Ant Bwe Lay tientallen meters verderop. Om niet het verkeerde voorbeeld te geven (“en om niet voor lul te staan”) wachtte Van der Valk totdat er geen andere bezoekers waren en riep de olifant op een manier zoals hij dat altijd deed.

En verhip, onmiddellijk draaide het dier zich om en kwam er met grote passen aan. De slurf omhoog als groet. “En toen stonden we daar dus”, lacht de Emmenaar. “Wat zeg je dan hè? ‘Hallo jongen, hoe gaat het’, vroeg ik volgens mij. Niet dat ik antwoord kreeg natuurlijk, maar de herkenning was erg mooi. Kort daarna liep hij naar zijn stal. Het is echt waar wat die reclamejongens in het spotje zo mooi naar voren laten komen. Een olifant vergeet nooit iets.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu