Boswachter uit Klazienaveen: 'We hebben het hoogveen weer aan de praat gekregen'

Boswachter Jans de Vries uit Klazienaveen had er het afgelopen jaar een bijzonder karwei bij: het samenstellen van een boek over 50 jaar Bargerveen. Een boek voor de man - en vrouw - van de straat deze keer.

Boswachter Jans de Vries in zijn speciale scootmobiel op rupsbanden waarmee hij goed door het hoogveen kan rijden.

Boswachter Jans de Vries in zijn speciale scootmobiel op rupsbanden waarmee hij goed door het hoogveen kan rijden.

Hier kom ik weg . Steevast begint boswachter Jans de Vries zijn dag met dit lied. De Vries lijdt aan een spierziekte en moet elke ochtend oefeningen doen. Doet hij die niet, dan holt zijn fysieke toestand achteruit.

,,Ik sta er elke dag een half uur eerder voor op. Onder het trainen luister ik naar muziek. Een van van de eerste liedjes die ik kies, is altijd Hier kom ik weg van Daniël Lohues. Ja, dat vind ik mooi.’’

Stapje voor stapje

De tekst van het lied is de 58-jarige Klazienavener op het lijf geschreven. Hij werkt in het Bargerveen omdat hij ‘hier weg komt’. Hij is er geboren en getogen. Na eerst drie jaar gewerkt te hebben in de Staatsbossen van Elp/Westerbork, stapte hij over naar het weidse Bargerveen.

,,Dat trok mij. Ik woonde - en woon nog steeds - in het gebied. Ik heb het zien ontwikkelen. Het werd steeds mooier, stapje voor stapje, richting het volmaakte plaatje. Nou ja, er moeten nog wel wat stappen worden genomen, maar het gaat de goede kant op.’’

De ontwikkeling waar De Vries het over heeft, staat uitgebreid beschreven in Bargerveen grenzeloos groeiend . Dit boek wordt volgende maand uitgegeven ter ere van het 50-jarig bestaan van het hoogveenreservaat, dat tussen Weiteveen, Zwartemeer en Nieuw-Schoonebeek ligt. De Vries is een van de samenstellers.

,,Maar zonder de anderen had ik het niet kunnen doen’’, haast hij zich te zeggen. Die anderen zijn collega-boswachter Aaldrik Pot, vrijwilliger Fré Strating en schrijver Henk van den Brink. ,,Wij hebben met ons drieën het materiaal aangeleverd en Henk heeft alles in begrijpelijk Nederlands opgeschreven.’’

Drie naslagwerken

Aan het boekwerk liggen drie specialistische naslagwerken ten grondslag: één over het ontstaan van het Bargerveen, één over de invloed van de mens en één over de vorming van het reservaat, waarvoor Staatsbosbeheer een halve eeuw geleden de eerste 70 hectare grond kocht. Ter vergelijk: nu telt het reservaat, dat deel uitmaakt van het grensoverschrijdende Natuurpark Moor-Veenland, 2345 hectare. Dat zijn ongeveer 3.500 voetbalvelden.

,,Veel omwonenden keken er in het begin niet positief tegenaan’’, vertelt De Vries. ,,Het kostte werkgelegenheid, bijvoorbeeld. Mensen die in het veen werkten, raakten hun baan kwijt omdat het veen niet verder afgegraven mocht worden. Het was de bedoeling het restant hoogveen te behouden en het veen zelfs weer te laten groeien. En dat is gelukt, dankzij allerlei onderzoeken en maatregelen.’’

Ruim een jaar hebben De Vries en consorten gewerkt aan het ‘publieksboek’, dat vol staat met informatie, foto’s en persoonlijke interviews. ,,Ik heb er drie voorwaarden aan gesteld: het mocht niet duurder zijn dan 25 euro, het moest voor de helft bestaan uit foto’s en het moest geschikt zijn voor een breed publiek. Ik wil het cadeau kunnen geven aan mijn buurvrouw.’’

Tuinbouwgebied

Er staan ook verhalen in over hoe het heel anders had kunnen lopen. De Vries: ,,Er lag bijvoorbeeld een plan de A37 hier aan te leggen. Ook was er ooit een voornemen hier een tuinbouwgebied van te maken. Grappig te weten, toch? Dan had het er hier heel anders uit gezien.’’

Een snelweg en een tuinbouwgebied kwamen er niet, wel buffers en kades die het weglekkende water moeten vasthouden. Zo heeft het hoogveen de mogelijkheid gekregen weer te groeien.

,,Het is het grootste levend hoogveengebied van Nederland’’, glundert De Vries. ,,Dit is echt heel waardevol en bijzonder. Het gebied heeft een heel eigen flora en fauna. Eerder dit jaar is hier voor het eerst de hoogveenglanslibel ontdekt. Daar ben ik echt heel blij mee. Die libelle is echt gebonden aan het veenmos, om haar eitjes op af te zetren.’’

Giftige adder

Spannender voor het grote publiek zijn de slangen die er rondkruipen: de gladde slang en de giftige adder. Sporadisch loopt wel eens iemand een adderbeet op, maar dat hangt De Vries liever niet aan de grote klok. ,,Een van onze vrijwilligers dacht dat hij een gladde slang zag en pakte hem om er een koptekening van te maken. Dat doen wij zodat we de slangen later weer kunnen herkennen. Maar het was dus een adder. Die man is er goed ziek van geweest en heeft een paar dagen in het ziekenhuis gelegen.’’

Ook een bezoekster werd gebeten. Zij stuurde Staatsbosbeheer een foto van haar wond en wilde dat er waarschuwingsborden kwamen. ,,Of we die hebben geplaatst? Nee. Dan moeten we ook waarschuwen voor teken, wespen en hoornaars. Op onze informatiepanelen staat wel dat adders hier voorkomen en dat je ze met rust moet laten. Dat vinden wij voldoende. Anders komt het echt zo over van: ga maar weer weg, het is hier levensgevaarlijk.’’

Dat publiek is juist meer dan welkom. De Vries: ,,Vroeger vond Staatsbosbeheer dat bezoekers die iets over veen wilden weten, maar naar het Veenpark moesten. Dit gebied was voor de natuur en niet voor mensen. Dat is nu heel anders.''

Te druk

,,Het Veenloopcentrum in Weiteveen, waar vandaan je met een gids het gebied in kunt, is opgericht, er zijn wandelpaden gekomen, fietspaden, uitzichtpunten, een vogelkijkhut en kijkwanden. En de Veenland Express (een trekker met dubbele huifkar) gaat dit jaar over de honderd ritten heen! De mensen kijken nu positiever tegen deze natuurontwikkeling aan. Gelukkig maar, want hier ligt iets om trots op te zijn. Apetrots. We hebben het hoogveen écht weer aan de praat gekregen.’’

Is De Vries niet bang dat het té druk wordt in het Bargerveen? Want druk is het zeker bij de nieuwe schaapskooi met restaurant, die koning Willem-Alexander onlangs opende bij Weiteveen. De boswachter schudt zijn hoofd. ,,Dat is alleen maar mooi. De drukte van nu wordt op een gegeven moment wel weer wat minder. En de wandel- en fietspaden liggen vooral aan de rand. Er blijft altijd een grote, stille kern over.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu