Dit is het 'gespuis' dat rondhangt in de Gouverneurstuin van Assen. Inwoners klagen over overlast van drugsgebruikers en intimidatie door hangjongeren

In de Gouverneurstuin in Assen komen junks, verwarde personen en hangjongeren. Ze hebben niet veel met elkaar gemeen, behalve dat Assenaren overlast van ze ervaren. Het maakt dat het zeer ingewikkeld is om de probleemtuin uit het slop te trekken.

De verkeerstoren van het Verkeerspark kreeg eerder dit jaar een permanente plek in de Gouverneurstuin.

De verkeerstoren van het Verkeerspark kreeg eerder dit jaar een permanente plek in de Gouverneurstuin. Foto: Marcel Jurian de Jong

Zijn donkere dreadlocks zijn gehuld in een nevel van wietdamp. Een joint als een toeter tussen z’n wijsvinger en middelvinger. „Een jonko tegen de stress”, zegt de man. Blauw trainingspak, een lach bijna net zo breed als het bankje waar hij op zit. Zijn naam houdt hij liever voor zich. Hij komt al jaren in de Gouverneurstuin om in alle rust een joint te roken. „Een mooie en rustige plek.”

Zijn vriendin zit naast hem. Ze draait een joint, maar zegt zelf geen wiet te roken. Natuurlijk hebben ze wel eens gehoord dat de Gouverneurstuin wordt gezien als een broedplaats voor gespuis, maar daar klopt in hun ogen geen biet van. Overlast? Zijn locks schudden heen en weer. ,,Nee, echt niet.” Ja, hij wordt wel eens aangeschoten door een junk of hij ‘iets’ heeft. „Die jaag ik meteen weg.” Een grimas bij z’n vriendin: „Van donkere mensen wordt sneller gedacht dat ze iets met drugs doen. Ik vind dat racistisch”.

Twee gezichten

De Gouverneurstuin kent twee gezichten: enerzijds is het al jaren een open zenuw vanwege de spelende problematiek, anderzijds is de tuin een mooi stuk beschut groen in het hart van de stad.

Assen is er zuinig op. De groene long moet een belangrijke rol spelen in de toekomstvisie van de Drentse hoofdstad, al was het alleen maar vanwege de centrale ligging in de belangrijke driehoek Koopmansplein, De Nieuwe Kolk en het Drents Museum. Verder is de tuin uitvalsbasis voor evenementen zoals het Preuvenement en jeugdtheaterfestival Art of Wonder en als het aan de gemeente ligt wordt de tuin nog vaker gebruikt voor culturele activiteiten.

Slecht imago

Mooie plannen, maar allereerst kan het heersende beeld nog wel een lik verf gebruiken: het parkje heeft een imago om op te schieten. Regelmatig wordt geklaagd over overlast van drugsgebruikers en intimidatie van rondhangende groepen. In het verleden was er ook sprake van prostitutie en een onbekende wildpoeper. Deze week werd duidelijk dat enkele medewerkers van het theehuisje, die onder behandeling staan bij zorginstelling Phusis, niet langer willen werken in de bediening. Ze voelen zich niet veilig.

Dat het geen sinecure is om de overlast aan te pakken, blijkt alleen al uit het feit dat er jarenlang door verschillende partijen over vergaderd wordt. Er is geen simpele oplossing.

Joints worden gerookt

Dinsdagmiddag zijn vrijwel alle bankjes bezet op misschien wel de warmste dag van het september. Voor de muziekkoepel staat een groep hangjeugd, zoals elke stad die heeft. Het gros draagt een pet, soms met capuchon erover. De brand gaat in meerdere jonko’s, een elftal blikjes energydrank op het podium. Ze lachen en maken lawaai, maar zijn ook niet te beroerd om een bejaarde vrouw – een joint gaat bijna tot het gloeiende kegeltje in haar mond – naar een ander bankje te helpen.

Veel Assenaren vinden deze jongeren intimiderend overkomen. Een oudere man uit de buurt – niet met naam in de krant – heeft geen goed woord voor ze over. „Ze roepen me wel eens na. Ik ben niet bang voor ze en ik ga ook niet voor ze aan de kant. Maar er moet wel wat gebeuren.”

De tuin is zo klein dat vrijwel iedere beweging opvalt. Een andere inwoner, zittend op een bankje, heeft moeite met de groep. „Ga hier maar eens een middag zitten. Er loopt van alles tussen.” Hij raadt het af om de jongeren te benaderen. Schamper lachend: „Maar je kunt het altijd proberen”.

Het groepje hangjeugd blijkt prima benaderbaar. Veel van hen spreken alleen Engels. Een man met pet wil wel wat zeggen, maar dan moet de rugzak van de verslaggever af. „Ik weet niet of je daar een camera in hebt.” Hij is in de tuin om te chillen. „Ik heb thuis een vrouw en kind. Ik kom hier even ontspannen.” Volgens hem ‘zou het wel kunnen’ dat in de tuin drugs wordt verhandeld. „Zeker weet ik dat niet, daarvoor kom ik hier niet vaak genoeg. Maar niet door ons.” En wat intimidatie betreft? „Er komen hier wel eens junkies die breed over straat lopen. Dat kan best intimiderend overkomen.”

‘Ingewikkeld probleem’

De kwestie in de Gouverneurstuin is hardnekkig, omdat verschillende probleemgroepen samenkomen. Op zich worstelt iedere stad met dergelijke problemen, maar in zorgstad Assen is de situatie ingewikkelder vanwege het grote aantal zorginstellingen als GGZ, Vanboeijen, Verslavingszorg en Cosis (fusie van Promens Care en NOVO).

„Er komen hangjongeren, maar ook verslaafden en verwarde personen. Jeugd is een ander probleem dan verwarde personen of verslaafden. Dat maakt het zo ingewikkeld. Het is een verantwoordelijkheid van meerdere partijen”, vertelt Bert Middelbos, woordvoerder van Cosis.

De zorgkoepel heeft verspreid door Assen opvangplekken, waaronder een inlooplocatie op zo’n tweehonderd meter afstand van het Gouverneurspark. Hier komen geregeld daklozen, verslaafden, maar ook mensen met psychische problemen. Volgens Middelbos is er goed zicht op de gebruikers van het Gouverneurspark, mede door een groepsapp waarin de gemeente, de wijkagent, VNN, Cosis en GGZ zijn vertegenwoordigd.

De meeste probleemgevallen die in de Gouverneurstuin komen, hebben geen onderdak bij een zorginstelling. Daar wringt de schoen, zegt Middelbos. „Sommigen zijn echte zorgmijders. We kunnen ze niet dwingen. Het enige wat we als zorgpartijen kunnen doen is uitstralen dat ze bij ons terecht kunnen.”

Harde hand werkt niet

Assen zit duidelijk in z’n maag met de Gouverneurstuin. Voormalig citymanager Ronald Obbes zei eerder al ‘verdrietig’ te worden van de huidige situatie. „We zijn de stad aan het opbouwen, maar aan de andere kant doen we niets aan alle ellende in de tuin.” Vanuit de stad klinkt een steeds luidere roep om de overlast met harde hand aan te pakken. Dat gebeurde in het verleden al met een half jaar cameratoezicht en strenge controles van de politie. Veel hielp het niet: een deel van de bezoekers verplaatste zich toentertijd naar het Veemarktterrein.

Wegjagen heeft geen zin, meent Middelbos. „Dan verplaatst het probleem zich. Sommige middelgrote steden zoeken juist plekken waar deze mensen samenkomen. Op die manier heb je er goed zicht op.” Of Assen de Gouverneurstuin in stand houdt als samenscholingsgebied voor louche types is vrij onwaarschijnlijk, helemaal gezien de ligging in de gouden driehoek. Nog steeds lopen er gesprekken om te kijken naar oplossingen, laat een woordvoerder van de gemeente weten.

Terug naar de tuin. Af en toe vertrekken scooters en fietsers richting de stad, om even later terug te keren. De groep jongeren breidt zich gestaag uit. Uit plastic tasjes worden blikjes opgediept, sigaretten en joints gaan in rook op. Op een enkele hondenuitlater na zijn ze de enige aanwezigen in het park. Na een tijdje babbelen met de jongeren is het tijd om verder te gaan. De man met pet bedankt voor het gesprek en ‘het respect’.

„Love, broeder.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu