Geert Imming (80) uit Weiteveen deed mee aan de Paralympics in 1964. 'Nee, ik vraag me niet af waarom ik twee keer een ernstig ongeluk kreeg'

De Paralympics beginnen dinsdag in Tokio. Geert Imming (80) uit Weiteveen weet hoe het is om daar aan zo’n evenement mee te doen. In 1964, toen de Paralympics ook in de Japanse hoofdstad werden gehouden, was hij een van de Nederlandse boogschutters. Twee jaar daarvoor liep hij bij een motorongeluk in zijn woonplaats een dwarslaesie op.

In 1964 ging een ploeg van zo'n veertig gehandicapte Nederlandse sporters naar Paralympics in Tokio. Geert Imming uit Weiteveen was een van hen.

In 1964 ging een ploeg van zo'n veertig gehandicapte Nederlandse sporters naar Paralympics in Tokio. Geert Imming uit Weiteveen was een van hen. Foto: Marcel Jurian de Jong

Wat Geert Imming op zondag 18 november 1962 deed, dat weet hij nog precies. Hij ging ‘s middags met een groepje kameraden voetbal kijken bij Sportclub Erica. Daarna bezocht hij op de motor zijn toenmalige vriendin in Nieuw-Schoonebeek. Tegen een uur of 7 ‘s avonds ging het mis. Hij was bijna thuis, bij het huis van zijn ouders in Weiteveen, toen hij met zijn motor onderuitging.

Hoe het ongeluk aan de Bargerweg gebeurde, is nog altijd een raadsel. ,,Mijn vader hoorde het geluid van mijn motor en toen opeens niets meer. Toen hij even later ging kijken waar ik bleef, zag hij mijn motor in de berm liggen. Ik lag even verderop. Buiten bewustzijn, in een droge sloot.’’

Imming werd vervoerd naar het ziekenhuis in Coevorden en daarna naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Daar kwam hij pas op 5 december bij kennis. ,,Van een ongeluk kon ik me helemaal niets herinneren. Ik zag aanvankelijk alles dubbel, maar gelukkig veranderde dat na verloop van tijd.’’

De Weitevener had bij het ongeval beschadigde rugwervels, een hersenschudding en een gebroken pols opgelopen. Na een operatie in Groningen werd Imming overgebracht naar het militair revalidatiecentrum Aardenburg in het Utrechtse Doorn. ,,Pas daar kreeg ik te horen wat de gevolgen waren van mijn ongeluk. Dat ik nooit meer zou kunnen lopen.’’

‘Nog tegen Henny Weering gespeeld. Later ging hij naar Feyenoord’

Geert Imming groeide op in een katholiek gezin met negen kinderen. Hij was daarvan de oudste, zijn vader verdiende de kost in het veen. Na de lagere school ging Imming in Coevorden naar de ambachtsschool. Daar volgde hij een metaalopleiding en leerde het vak van automonteur.

In zijn vrije tijd was hij vaak op het voetbalveld te vinden. ,,Ik speelde bij Weiteveense Boys. Aanvankelijk achter café Lubbers, op het bovenveen. En daarna op een terrein bij het kerkhof. Ik heb nog tegen Henny Weering gespeeld. Hij voetbalde in die tijd bij Protos uit Steenwijksmoer. Later ging hij naar Feyenoord in Rotterdam.’’


Imming was 21 jaar toen hij voor de laatste keer zijn voetbalschoenen aantrok. Door het motorongeluk voor zijn ouderlijk huis zou hij de rest van zijn leven afhankelijk zijn van een rolstoel. Voetbal maakte plaats voor andere sporten: rolstoeltafeltennis en boogschieten. ,,In het revalidatiecentrum in Doorn was ik elke dag bezig met revalideren. Sport maakte daar een groot onderdeel van uit. Vooral het boogschieten ging me goed af. En omdat het goed ging, kreeg ik er ook steeds meer aardigheid in.’’

Welgeteld achttien maanden bleef Imming in het Utrechtse revalidatiecentrum. ,,Af en toe ging ik even naar Weiteveen. Mijn ouders hadden geen auto, maar gelukkig waren er mensen die me af en toe wilden brengen en halen. Geweldig, dat zij dit voor mij wilden doen. In Doorn revalideerde ook een militair uit Zandpol. Ging hij naar huis, dan kon ik in zo’n militair busje met hem meerijden.’’

‘Anton Geesink verwelkomde ons op het vliegveld’

De prestaties van de Weitevener met de handboog waren zo goed, dat hij na een voorselectie werd opgenomen in de circa veertig leden tellende Olympische ploeg die in november 1964 naar de Paralympics mocht. Of hij de eerste Weitevener was die in Tokio belandde, weet Imming niet. Maar het was in ieder geval iets bijzonders in die tijd, een jongen uit Zuidoost-Drenthe die helemaal naar Japan vloog om te sporten. Het was ook de eerste keer dat Imming in een vliegtuig zat.

De ploeg gehandicapte sporters vloog met een DC-8 vanaf Schiphol naar Japan. ,,Via Engeland, waar de Engelse ploeg bij ons in het toestel kwam. Om te kunnen tanken maakten we daarna nog een tussenlanding in Anchorage, Alaska.’’ In Japan werd het Nederlandse team op het vliegveld verwelkomd door onder meer judoka Anton Geesink, die op het punt stond om terug te gaan naar Nederland. Hij had kort daarvoor bij de ‘gewone’ Olympische Spelen in Tokio geschiedenis geschreven door de Japanse favoriet Kaminaga te verslaan en goud te winnen.

Het Nederlandse team bij de Paralympics telde naast Imming nog twee andere boogschutters: Piet Blanker uit Rotterdam en Popke Popkema uit Eindhoven. Van deze drie presteerde Blanker in Tokio het beste, hij won twee zilveren medailles. Imming ging met lege handen naar huis. ,,Als je puur kijkt naar het sportieve element, dan waren de Paralympics van 1964 voor mij een grote teleurstelling. Ik ging er best met grote verwachtingen heen, maar presteerde om onduidelijke redenen zwaar onder de maat. Uiteindelijk werd ik zevende.’’

‘Halverwege Alaska kregen we motorpech en vlogen we terug’

Toch had hij de trip niet graag willen missen. Hij maakte dankzij zijn sport een groot mondiaal evenement aan de andere kant van de wereld mee. In de vrije tijd was er onder meer ruimte om een overdekt winkelcentrum in Tokio te bezoeken. ,,Nu heb je overal overdekte winkelcentra, maar toen was dat nog echt iets bijzonders.’’


Ook maakte hij met de hele Nederlandse ploeg een excursie naar de heilige berg Fujiyama. ,,We stopten bij een meer bij die berg en zijn daar naar een restaurant geweest. Bijzonder was ook dat we als Nederlandse ploeg door de Nederlandse ambassade in de ambassadeurswoning in Tokio werden ontvangen.’’

De terugreis naar Nederland was er eentje om niet snel te vergeten. ,,Halverwege Alaska kregen we motorpech. De vraag was: doorvliegen naar het vliegveld van Anchorage of weer terug naar Tokio. Het was het laatste, onder meer omdat daar betere voorzieningen waren om mensen met een handicap op te vangen. Toen we weer in Tokio waren, bleek dat we er toch niet uit hoefden. Terwijl wij in het vliegtuig zaten, werd er een nieuwe motor in geplaatst.’’


Eenmaal geland op Schiphol werd Imming verwelkomd door zijn beide ouders, een zus en een zwager. ,,Bij het vliegveld stond mijn auto op de parkeerplaats, een speciaal voor mij aangepast Dafje. Die had ik enige tijd daarvoor met steun van de gemeente aan kunnen schaffen.’’ Weiteveen was blij dat Imming weer veilig terug was, maar er werd verder niet veel aandacht aan besteed. ,,Dat had ik ook niet verwacht en ik vond het prima. Weiteveners zijn nuchtere mensen.’’

Begin jaren negentig been kwijt na opnieuw ernstig ongeluk

Imming bleef nog even sporten, maar deed niet meer mee aan grote internationale toernooien. Hij vond als uurwerkhersteller werk bij juwelier Groeneveld in Klazienaveen en bleef daar tot zijn 63ste. De laatste periode werkte hij in de werkplaats van een winkel van Groeneveld in Hoogeveen. In zijn vrije tijd maakte hij zich net als vroeger verdienstelijk voor Weiteveense Boys, maar nu als elftalleider.

Begin jaren negentig verloor hij zijn rechterbeen. Een gevolg van een auto-ongeluk op de N37 nabij Hollandscheveld. Op de terugweg van een personeelsfeestje kreeg hij ‘s avonds laat een paard voor de auto. ,,Nee, ik heb me niet afgevraagd waarom ik voor de tweede keer een ernstig ongeluk kreeg. Het was pure pech en op dat soort vragen krijg je toch geen antwoord.’’


Het leven met een ernstige handicap valt vaak niet mee, zeker niet als je ouder wordt en de krachten af beginnen te nemen. Maar Imming probeert er het beste van te maken. Hij is een natuurliefhebber en prijst zich gelukkig dat hij vlak bij het Bargerveen woont. Daar is op alle momenten van de dag wel iets moois te zien. Op de oprit staat een moderne aangepaste auto waarmee hij op pad kan.

Over zijn trip naar Tokio wordt hij al jarenlang niet aangesproken. De tachtiger grijnst. ,,Het is ook al zo lang geleden. En als ik het jongere mensen vertel, bestaat de kans dat ze me niet geloven. Want op internet is er helemaal niets over te vinden. Wel over Paralympics van 1964 en de medaillewinnaars, maar niet over mij. Of ik dat erg vind? Nee, hoor. Helemaal niet. Ik zei het je toch? Ik ben een Weitevener en Weiteveners zijn nuchtere mensen.’’



Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Paralympics
menu