De allereerste TT van 1925 was een beproeving voor mens en machine. In het spoor van Bertus van Hamersveld

De allereerste TT van 1925 was een beproeving voor mens en machine. Vol gas op een uiterst oncomfortabel vehikel in het stof over deels onverharde wegen. Dat moet anno 2021 een stuk sneller kunnen. Eitje, toch?

Lokale held Willem Rossingh uit Borger reed ook mee op zijn Norton, maar haalde de finish niet.

Lokale held Willem Rossingh uit Borger reed ook mee op zijn Norton, maar haalde de finish niet. Foto: eigen foto

Het was de legendarische Bertus van Hamersveld, naar wie de rotonde bij de nieuwe afslag naar het TT Circuit is vernoemd, die met zijn ‘halve Harley’ de snelste ronde noteerde. Half, omdat hij met één in plaats van de gebruikelijke twee cilinders in de zwaarste klasse, de 500cc, kon meedoen. Van Hamersveld legde zijn snelste ronde af met een gemiddelde snelheid van 101 kilometer per uur. Maar won niet. Door een gebroken klepveer moest hij gas terugnemen en werd hij in het zicht van de haven ingehaald door Piet van Wijngaarden op diens Norton.

Die eerste TT werd helemaal niet in Assen verreden. Pas een jaar later werd er tussen Assen en Hooghalen geracet, omdat de toenmalige gemeente Borger weigerde enkele zandwegen te verharden. Rolde was de start- en finishplaats. Over de Borgerderstraat via Papenvoort naar Borger, rechtsaf naar Schoonloo en dan weer rechtsaf via Grolloo op Rolde aan. Rondjes (beter: driehoeken) van 28,4 kilometer. Ook zonder lekke band, lege tank of andere malheur waren de coureurs er wel even zoet mee. Van Hamersveld legde zijn snelste ronde in krap 17 minuten af.

En niet geheel zonder gevaar, wist ook Jan Linthorst Homan, de toenmalige commissaris van de Koningin in Drenthe. ,,Ik bewonder u, waar gij tot zekere hoogte uw leven in de waagschaal stelt. Moge de dag van vandaag zonder ongelukken verlopen en moge allen, die deze wedstrijd mogelijk maken, volle succes hebben van hun werk’’, sprak hij voor de start.

‘Op de rechte stukken kun je doortrekken tot 300 kilometer per uur’

Egbert Streuer uit Grolloo, drievoudig wereldkampioen in de zijspanklasse, kent de de streek als zijn broekzak. Pratend over de snelste ronde van bijna 100 jaar geleden kan hij een klein lachje niet onderdrukken: ,,Een gemiddelde van 101 kilometer per uur? Dat kan nu wel twee keer zo snel.’’ Topsnelheid? ,,Nee, gemiddeld. Eigenlijk zijn het drie lange rechte stukken. Van Rolde naar Borger, van Borger naar Schoonloo en van Schoonloo terug naar Rolde. Daar kun je wel doortrekken tot 300 kilometer per uur. Op twee bochten na, waar je behoorlijk in de ankers moet, kom je geen noemenswaardige knikken tegen.’’

De wegen van toen zijn er nog steeds. Onverhard zijn ze al lang niet meer. De klinkers, het zand en het grind hebben plaatsgemaakt voor asfalt. Strak en breed asfalt. Toch maar eens proberen dan? Hoe moeilijk kan het zijn? In het spoor van Bertus van Hamersveld.

Nou, knap moeilijk dus. Het is openbare weg, geen afgesloten circuit. De maximum snelheid is 80, geregeld zelfs 60. En dan zijn er nog de bebouwde kommen van Rolde, Schoonloo en Grolloo. Ondergetekende trekt toch de stoute schoenen aan en haalt de eigen ploffiets van stal. Voor het gevoel.

Wat als iemand gedachteloos de weg oprijdt?

Het is een zonnige, ogenschijnlijk rustige avond. Om Rolde ‘te ontzien’, gun ik mezelf een vliegende pikstart vanaf de rotonde net buiten het dorp. En gaan! De bestuurders van de beide auto’s voor me hebben veel oog voor de omgeving en veel minder voor de weg. Even inhalen. En dan: wat als een nietsvermoedende gast van Hof van Saksen gedachteloos van de parkeerplaats de weg oprijdt? Toch maar even inhouden.

De bulten in het wegdek, onder meer ter hoogte van het Boomkroonpad, werken ook niet mee. Wie daar met hoge snelheid overheen gaat, wordt gelanceerd. Ook niet handig. Tussen Borger en Schoonloo twee trekkers met knotsen van machines erachter én een tegenligger. Remmen. Dan volgt de bebouwde kom van Schoonloo, die van Grolloo laat ik maar links liggen.

Wat ik al wist, wordt al snel steeds duidelijker: deze missie is bij voorbaat kansloos. Tuurlijk, alles kan en alles voor een goed verhaal. Maar dan moet je het wel kunnen navertellen. En op vetgedrukte post van de vrienden van het CJIB in Leeuwarden zit ik ook niet te wachten. Toeren dus, gewoon de geel-zwarte bordjes van de Historische TT-route volgen. Op een klein stukje burgerlijke ongehoorzaamheid op de overzichtelijke rechte stukken na dan. Voor Bertus.

Mijn tijd? Ahum, niet naar gekeken.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu