De boodschap van Zwarte Woensdag: beveiliging van rechtbanken moet beter

Zwarte Woensdag maakte duidelijk dat de beveiliging van rechtbanken beter most. Fotomontage DvhN\Ulce Witte

29 januari 2003: Zwarte Woensdag. Op die dag vloeide het bloed rijkelijk in drie veilig geachte justitie-gebouwen. Het geweld maakte één ding pijnlijk duidelijk: het roer moet om.

In de Leeuwarder gevangenis De Marwei stak een gedetineerde een personeelslid dood. In de Arnhemse rechtbank gijzelde een verdachte met een vuurwapen een officier van justitie. Bij de bevrijdingsactie werd de gijzelnemer gedood en raakte de magistraat gewond.

Mesje in de hals

En op die bewuste zwarte woensdag probeerde Albert B., destijds 45 jaar en woonachtig in Zwiggelte, zich in de Asser rechtbank van het leven te beroven. Op het moment dat de rechter het vonnis uitsprak, en hem veroordeelde tot 30 maanden cel voor ontucht met zijn 9-jarige stiefdochter, stond hij op en stak een zelfgemaakt mesje in zijn hals.

Met het mesje, dat B. ongezien vanuit de gevangenis het ‘boevenbusje’ en de rechtbank wist binnen te smokkelen, raakte hij zijn halsslagader. Een agent van de parketpolitie, die de verdachten vanuit het cellencomplex in de kelder naar de rechtszaal begeleidt en tijdens de zitting waakt over de veiligheid, zag het gebeuren en bedacht zich geen moment.

Plas bloed groter en groter

In een poging erger te voorkomen, sprong hij bovenop B., net als zijn college een fractie van een seconde later. B. wist precies wat hij deed. Hij hield zijn hand stijf voor het gat in zijn hals, zodat de agenten het bloeden niet konden stelpen. De plas bloed waarin de man lag werd groter en groter. Met het nodige fysieke geweld slaagden de agenten erin, in de overigens krappe ruimte tussen het beklaagdenbankje en de perstafel, de hand te verplaatsen en zodoende ‘toegang’ te krijgen tot de wond.

De paniek was groot, maar binnen de kortste keren wemelde het van de hulpverleners in de rechtbank.

‘Ik doe het weer’

Hoewel B. veel bloed verloor, op het ritme van zijn hartslag gutste het uit zijn hals, kon hij betrekkelijk snel worden gestabiliseerd en werd naar het ziekenhuis gebracht. Daar kondigde hij aan bij de eerste de beste gelegenheid weer de hand aan zichzelf te slaan.

Hij hield woord. Anderhalf jaar na zwarte woensdag werd B., begeleid door een tv-ploeg, in hoger beroep vrijgesproken van met misbruik van zijn stiefdochter. Niettemin stak hij twee jaar later, in 2006, weer een mes in zijn hals. Bij die gelegenheid stak hij ook zijn (vakantie)huis in Zwiggelte in brand. ,,U bent een gevaar voor zichzelf, maar niet voor anderen’’, concludeerde de rechter na de strafzaak, die daar op volgde.

Detectiepoortjes

Zwarte woensdag maakte één ding duidelijk: de beveiliging van justitie-gebouwen moet beter. Het heeft de nodige voeten in aarde gehad, maar na enige tijd werden rechtbanken zowel aan de voor- als aan de achterkant aangepakt.

Alle bezoekers van rechtbanken en gerechtshoven moeten door een detectiepoortje. Tassen worden gescand. Ook het toezicht op verdachten, die door de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) van de gevangenis naar de rechtbank worden vervoer, is verscherpt. Zodra het busje via de sluisdeuren het gerechtsgebouw is binnengereden, wordt de verdachte gefouilleerd en moet hij of zij ook door een detectiepoortje.

Dat ging lang goed, tot maandag. Met een klein scherp voorwerp wist Admilson R., een van de beide Hoogeveense moordbroers, zich ten overstaan van het gerechtshof in Leeuwarden te verwonden.

Nieuws

Meest gelezen

menu