De groeibriljant die niet wilde groeien

FOTO MARCEL JURIAN DE JONG

Het begint als een droom. Het hightech project met sensoren zet Drenthe op de kaart, voorspellen bestuurders in 2006. De provincie zal het imago van hunebedden en fietspaden eindelijk ontstijgen.

Drenthe omtoveren tot bakermat van de ontwikkeling van sensortechnologie, dat is in 2006 het idee. Het project zal een impuls voor de regionale economie betekenen. Veel nieuwe banen, wetenschappers die de wereldtop bereiken, multinationals die in Drenthe investeren. In die droom wordt 50 miljoen euro geïnvesteerd. Europa, het Rijk, SNN, de provincie, de gemeente Assen, iedereen betaalt mee.

Meetapparaatjes hebben de toekomst

Nu, tien jaar later, staat alles op instorten. Het geld is op, de beloofde banen zijn er bij lange na niet gekomen. Dat blijkt uit een reconstructie die Dagblad van het Noorden maakte op basis van gesprekken met betrokkenen, documenten en onderzoeksrapporten. Uit de analyse doemt een beeld op van een ambitieus plan dat nooit meer wilde worden dan een luchtkasteel. Politici, subsidieverstrekkers, iedereen wilde maar wat graag in de de torenhoge verwachtingen geloven.

Investeren in sensoren is slim, denken de Drentse bestuurders in 2006, want de kleine meetapparaatjes hebben de toekomst. Tussen 2006 en 2009 worden vier nieuwe organisaties opgericht. Er komt een club voor wetenschappelijk onderzoek (Incas3). Er gaat een hbo-opleiding sensortechnologie van start (het Hanze Institute of Technology). Assen krijgt een netwerk van tweehonderd sensoren die van alles kunnen meten (Sensor City). En om alles te coördineren wordt een overkoepelende stichting opgezet (Sensor Universe).

Dit grootse sensorplan ontstaat in een tijd waarin alles kan. De noordelijke provincies hebben hun aandelen in energiebedrijven verkocht, wat miljoenen euro’s oplevert. Er ligt geld uit de compensatieregeling voor het afblazen van de Zuiderzeelijn. Daarnaast trekt het Rijk miljoenen uit voor het creëren van regionale economische clusters.

Files? Er zijn nauwelijks files

Vanaf het begin gaat er veel mis. Zo krijgen honderdvijftig Assenaren een kastje met sensoren in hun auto dat ze bij files moet waarschuwen. Eén probleem: in Assen zijn nauwelijks files.

Tegenvallende cijfers worden opgepoetst. Er zijn zevenhonderd banen gerealiseerd, schrijven Gedeputeerde Staten van Drenthe en het Asser college van B en W in 2013. Onzin, blijkt later. Onderzoeksbureau Berenschot concludeert in november van dit jaar dat die banen er helemaal niet zijn geweest. Hoeveel het er wel zijn is onduidelijk, maar het zijn er waarschijnlijk aanmerkelijk minder dan die zevenhonderd.

Signalen dat het niet goed gaat, zijn er volop. Zorgen en twijfels ook. Toch wordt er nauwelijks ingegrepen. Er zijn al tientallen miljoenen in het sensorplan geïnvesteerd, wordt vaak gezegd, stoppen zou zonde zijn. Succes is bovendien nabij, houden bestuurders de Statenleden en raadsleden voor. „Een kleine, gevoelige maar mooie groeibriljant”, omschrijft bijvoorbeeld de Asser wethouder Henk Matthijsse (VVD) Sensor City in 2013.

Kritisch toezien

De overheid worstelt met het sensor-avontuur. Zo moet de provincie Drenthe als subsidieverlener kritisch op het project toezien, maar tegelijkertijd zit commissaris van de Koning Jacques Tichelaar als adviseur aan tafel. Een onhandige dubbelrol. Wethouder Maurice Hoogeveen roemt als ambassadeur de kansen van Sensor City en krijgt dan van de raad op zijn kop omdat hij niet eerlijk vertelt hoe slecht het gaat.

Officieel loopt het sensorproject in 2018 af, maar de droom is nu al voorbij. Sensor Universe bestaat niet meer, Incas3 stevent af op een faillissement en de toekomst van Sensor City is ongewis.

Nieuws

Meest gelezen

menu