De heldendaden van de beeldenstormer van Emmer-Compascuum. Het bijzondere dagboek van Theo Egberts (1906 - 1975)

De beeldenstormer van de twintigste eeuw. Zo werd pastoor Theo Egberts (1906 - 1975) door parochianen in Emmer-Compascuum genoemd. Met voortvarendheid haalde hij in dit dorp pracht en praal uit de katholieke kerk. In de stad Utrecht schreef hij jaren daarvoor op een andere manier geschiedenis. Mede dankzij hem vonden ruim driehonderd kinderen onderdak in Twente. In die periode hield hij een dagboek bij, dat vandaag in boekvorm verschijnt.

Pastoor Theo Egberts, geportretteerd door Arie Oude Vriend, ter gelegenheid van zijn 40-jarig priesterjubileum in de jaren zeventig.

Pastoor Theo Egberts, geportretteerd door Arie Oude Vriend, ter gelegenheid van zijn 40-jarig priesterjubileum in de jaren zeventig. Illustratie: archief parochie Maria Vlucht

Christa van Hees (68) uit Hoorn heeft pastoor Theo Egberts nooit gekend. Tot anderhalf jaar geleden wist ze ook niet van zijn bestaan. ,,Ik kwam zijn naam in het voorjaar van 2020 tegen, toen ik mij verdiepte in een oorlogsdagboek van mijn vader. Op 1 januari 1945 begon hij met het schrijven daarvan. Dat was de dag waarop hij onderdook om aan de Duitse Arbeitseinsatz te ontkomen. Een paar dagen later noteerde hij dat kapelaan Egberts die dag had gesproken tot jongeren boven de 17 jaar. Jongens die waren opgeroepen om voor de Duitsers te werken gaf hij het advies om onder te duiken. Iets dat mijn vader kort daarvoor dus al had gedaan.’’

Van Hees was meteen geïntrigeerd. Wie was deze geestelijke die zo expliciet opriep tot ongehoorzaamheid tegen de bezetter? Van Hees ging op onderzoek uit en ontdekte dat ook Egberts een dagboek had nagelaten. Ze kreeg de teksten in handen, was meteen onder de indruk en maakte er werk van.


Het resulteerde in een boek met daarin het dagboek, een groot aantal historische foto’s, een beschrijving van zijn leven en een aantal verhalen over belangrijke personen en gebeurtenissen die in het dagboek voorkomen. ,,Dit dagboek verdient een groter publiek. Het vertelt het verhaal van het laatste oorlogsjaar van een hele wijk en stad en feitelijk de hele Randstad via de persoon van Egberts. Bijzonder is ook het kijkje áchter de deur van de pastorie.’’

Jongste kapelaan in een grote-stadsparochie

Theo Egberts was een in Enschede geboren en in Doetinchem opgegroeide priester. Nadat hij als kapelaan (soort hulppastoor) had gewerkt in Balk en Zwolle, werd hij in 1939 op 33-jarige leeftijd de jongste van drie kapelaans in een grote-stadsparochie in Utrecht. Met hen en de pastoor, die aan het hoofd stond van de parochie, werd Egberts verantwoordelijk voor de zielzorg van zo’n 6000 gelovigen.


Een jaar daarna brak de oorlog uit. In november 1944 begon Egberts met het schrijven van zijn dagboek en stopte daar pas mee nadat Nederland was bevrijd. Wie begint te lezen, ziet meteen hoe miserabel Utrecht er eind 1944 aan toe is. ‘In de hele stad is een actie gaande om bij mensen die nog eten hebben kinderen als mede-etertjes geplaatst te krijgen. Want de ondervoeding wordt nu heel erg.’

De dertiger woont in de oorlog in de Utrechtse Rivierenbuurt samen met zijn twee collega-kapelaans en pastoor onder één dak. Van Hees: ,,Ze vormden een soort gezin, dat goed met elkaar overweg kon. Overdag waren de kapelaans voortdurend op pad in hun wijk of ontvingen ze parochianen in de spreekkamer.

Geen licht, geen brandstof, gebrek aan medicijnen

’s Avonds kwamen de vier geestelijken bij elkaar in de kamer van Theo Egberts. ,,Dat was naast de keuken de enige verwarmde ruimte in huis. Daar baden ze, lazen ze, luisterden ze clandestien naar de radio en bespraken ze de situatie in de wereld en in de parochie, waar het steeds beroerder werd. Geen licht, geen brandstof, geen warm water, gebrek aan medicijnen, kleding en zeep. Met daarbovenop de ijzige kou en de allesoverheersende honger.’’

Egberts schrijft met zijn hart. Woedend is hij op Utrechtse boeren die hongerigen ‘schrikbarend hoge prijzen’ laten betalen voor hun producten. ‘Dat is tuig, in één woord gezegd! Maar ja, de Utrechtse boeren, de goeden niet te na gesproken, staan er dan ook om bekend.’ Ook analyseert hij eindeloos hoe Nederland bevrijd kan worden, denkt hij na over hoe het verder moet met de katholieke kerk en filosofeert hij over wat er na de bevrijding met Duitsland dient te gebeuren.

Wat betreft de kapelaan krijgt het Duitse volk in vredestijd weer volop de kans op een menswaardig bestaan. Uit het oogpunt van naastenliefde, maar ook uit eigenbelang. ‘Want als aan onze oostgrens een verarmd en niet-koopkrachtig Duitsland ligt, waar moeten wij dan heen met onze land- en tuinbouwproducten?’

Naar Twente om voedsel in te zamelen bij boeren

De kapelaan is niet alleen een denker, maar ook een doener. Hij is nauw betrokken bij een inzamelingsactie van textiel en bij het opzetten van een gaarkeuken. De meest kwetsbaren mogen daar gebruik van maken: de allerjongsten en de ouderen, later ook zwangere vrouwen en wat oudere kinderen.

Als de situatie uitzichtloos lijkt te worden, besluiten Egberts en zijn collega-kapelaan Bernard Koopmans om het platteland van Twente af te struinen om voedsel in te zamelen voor hun parochianen. Koopmans is geboren in Tubbergen en heeft in flink wat Twentse dorpen familie wonen. De actie is een groot succes: er worden tonnen voedsel ingezameld. Het Utrechtse transportbedrijf Jongerius zorgt ervoor dat het ingezamelde voedsel in de Domstad terecht komt.


Egberts is diep onder de indruk van de vrijgevigheid van de Twentse boeren. ‘Er is daar nog eten genoeg, maar ze weten het ook te geven. Ik zal dit nooit vergeten. Ik heb nu zoveel gezien en met zoveel mensen kennisgemaakt, dat ik hartgrondig de wens uit om in een vergeten Twents dorp als pastoor te sterven.’

Een paar weken later reizen de beide kapelaans opnieuw naar Twente. Dit keer om onderdak te regelen voor kinderen uit hun parochie. Ook dat lukt en wederom vervult transportbedrijf Jongerius een belangrijke rol. Ruim driehonderd kinderen uit de Utrechtse Sint Gertrudisparochie brengen de laatste oorlogsmaanden in Twente door en komen na de bevrijding aanzienlijk zwaarder terug.


Egberts blijft nog tot 1949 als kapelaan in Utrecht en wordt dan pastoor in Emmer-Compascuum. In 1962 verhuist hij naar zijn geliefde Twente om pastoor te worden in Glanerbrug. Daar sterft hij in 1975 op 68-jarige leeftijd en wordt hij onder overweldigende belangstelling begraven. In het schoolblad van de plaatselijke Gerardusschool verschijnt een gedicht van een leerkracht over ‘oonze pastoor’.

Hee zee wat hee dach

Dat zagge as zien plicht

Wat waor is mag zegd word’n

Al hear’t mangs leeuwer nich

Zo is hee ons veurgegoan

De waorheid heffe zegd

Zien wëerk heffe daon

Hee is noe good terecht


KADER | De sigaren rokende beeldenstormer van Emmer-Compascuum

Theo Egberts was van 1949 tot 1962 pastoor van de Willehadusparochie in Emmer-Compascuum. Het was de eerste plek waar hij als pastoor aan het werk ging. Hij kreeg er de bijnaam ‘de beeldenstormer van de twintigste eeuw’. Egberts had helemaal niets op met de vele beelden in zijn kerk. Hij vond ze ‘franjes en tierelantijnen die de aandacht afleiden van de kern van het geloof’. Ze verdwenen dan ook, volgens Christa van Hees soms op slinkse wijze. Ze sprak iemand die vertelde dat de pastoor achter de kerk een groot gat groef waarin hij de beelden deponeerde.

,,In Utrecht dacht hij er ongetwijfeld ook zo over, maar daar kreeg hij de kans niet om dit te doen. Daar had hij als kapelaan nog een pastoor boven zich staan. In Emmer-Compascuum had hij wat dat betreft veel meer de handen vrij. In zijn latere parochie in Glanerbrug speelden zich vergelijkbare taferelen af. Ook daar werden beelden uit de kerk weggehaald.’’


In Emmer-Compascuum moderniseert Egberts niet alleen zijn kerk, maar ook het kerkbestuur. Groot was zijn voorliefde voor sigaren. ,,Als hij een sigaar aangeboden kreeg die hem beviel, dan stak hij die gelijk op. Was dat niet het geval, dan borg hij de sigaar weg om die daarna met meerdere afgekeurde rokertjes in te ruilen voor één betere sigaar.’’ Hoewel lang niet iedereen blij was met het verwijderen van de beelden uit de kerk, was de vaak wat ondiplomatieke pastoor in Emmer-Compascuum wel geliefd. Bij zijn zilveren priesterjubileum in 1956 was het een hele lange dag feest.


KADER | Boek Kapelaan in oorlogstijd

Het ruim tweehonderd pagina’s tellende boek Kapelaan in oorlogstijd van Christa van Hees is deze week gepresenteerd in Enschede en Utrecht. Het boek kost 19,95 euro en is onder meer te bestellen via de website kapelaaninoorlogstijd.nl


Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu