De kunst van het vissen kijken we af in Denemarken. Zo kan de zeeforel weer terugkeren in de wateren van Groningen en Drenthe. 'Verwijder die rotdammen'

De Deense rivier Varde A is in visserskringen wereldberoemd om zijn zeeforel. Om de migratie van zeeforel en andere trekvissen tussen de Waddenzee, het Lauwersmeer en achterliggende wateren te bevorderen, kijken vistrekexperts de kunst af bij de Denen.

Een familie vist op rivierkreeft in de Varde A.

Een familie vist op rivierkreeft in de Varde A. Foto: HRMU

,,Het uitgangspunt is: een beek moet stromen.’’ Volgens de Groningse vismigratie-ambassadeur Herman Wanningen (50), drijvende kracht van de World Fish Migration Foundation, vormen rivierdammen en -stuwen de grootste obstakels voor dat streven. Ze vormen niet te passeren blokkades voor vismigratie, essentieel voor het krijgen van nakomelingen.

Volgens visonderzoekers is het aantal riviervissen in Europa sinds 1970 met 94 procent afgenomen. ,,Over de periode daarvoor weten we het niet’’, zegt Wanningen. ,,Het kan best dat de populaties voor 1970 ook al met 94 procent afnamen, zodat we nu nog maar een fractie van een fractie over hebben.”

Er zijn in Europa enkele honderdduizenden stuwen en dammen, schat Wanningen (het verschil: een dam is vast, een stuw kan bewegen). De eveneens door hem opgerichte organisatie Dam Removal Europe streeft naar de verwijdering ervan. Wanningen – als boerenzoon opgegroeid in Dwingeloo – reist de wereld over, van conferentie via seminar naar expertmeeting. Het werk: lobbyen, ‘agenderen’, fondsen werven. In maart kreeg de organisatie een half miljoen euro van de Postcodeloterij.

Hij krijgt applaus van vissers en ecologen, maar ontmoet ook weerstand. Mensen zijn gehecht aan de waterbarrières, omdat die hun land droog of juist nat houden, omdat ze bang zijn voor wateroverlast, omdat je bij de visconcentratie voor een dam zo goed kunt vissen of gewoon, omdat die dam er ‘altijd al’ heeft gelegen.

Grofgebekte professoren

We zijn onderweg naar Denemarken, met de kampeerbus van Wanningen. In Denemarken zullen we Kim Aarestrup en Niels Jepsen ontmoeten, professoren in de vismigratie aan de Technische Universiteit van Denemarken, radicaal vóór damverwijdering en de meest grofgebekte professoren die je ooit hebt ontmoet. Robuuste types die zo’n rivierdam nog net niet met blote handen verwijderen.

We zullen de Varde A bezoeken, een op het Deense Wad uitkomende rivier in West-Jutland. Die is op plekken in een nieuw (oud) kronkelpatroon verlegd – hermeanderen heet dat – en bijna alle dammen zijn eruit verwijderd. Sindsdien weten vissen de rivier weer massaal te vinden. De Varde A is in visserskringen wereldberoemd om zijn zeeforel en, nog spectaculairder, er wordt weer zalm gevangen, soms beesten van meer dan een meter.

De boodschap is dat zoiets ook in Nederland zou kunnen. ,,Vroeger zaten de rivieren vol met vis. Vóór de komst van de watermolens zwommen er miljoenen zalmen in de Maas en de Rijn’’, zegt Wanningen. Wat ooit kon, kan misschien weer. In een rivier in Maine in de Verenigde Staten steeg het aantal rivierharingen van 50.000 in 2013 naar drie miljoen in 2018 na het verwijderen van twee dammen.

In april is, aanmerkelijk dichterbij huis, zeeforel uitgezet in het Peizer- en Lieversche Diep middels het project Vissen voor Verbinding (zie kader). Wanningen: ,,Forellen worden volwassen in zee. Dus moeten ze eerst de Waddenzee weten te vinden. Ze gaan van Lieveren via het Leekstermeer, het Lettelberterdiep en het Van Starkenborghkanaal naar het Reitdiep en het Lauwersmeer.” Met andere woorden: ze moeten maar weten waar ze links- en rechtsaf moeten. Zijn ze eenmaal volwassen, dan keren ze vanuit zee terug naar de geboortegrond om eitjes te leggen. ,,Op zich is het een open route, behalve de sluizen bij Lauwersoog. Die moeten openstaan. Daarna moeten de forellen stroomopwaarts de weg naar het Lieversche Diep weer vinden en dat wordt spannend, want er komen veel watertjes bij elkaar. Dat wordt met dit project onderzocht.’’

Rotdammen verwijderen

,, For helvede !” Voor de hel. Kim Aarestrup bestuurt een busje van Danmarks Tekniske Universitet, onderweg van Silkeborg naar Varde. Wanningen zit achterin. Aarestrup checkt de route op zijn telefoon, sturend met zijn knieën, haalt op het laatste moment afslagen met een ruk aan het stuur. Ondertussen doet hij zijn recept voor de terugkeer van riviervissen uit de doeken.

De kern ervan: ,,Nummer één: remove the fucking dams (verwijder die rotdammen). Nummer twee: verwijder de dammen. Nummer drie: denk nog eens goed na en vraag je om te beginnen af of je de dammen kunt verwijderen.”

Aarestrup volgt de vissen met hulp van gps en tags , zendertjes. Samen met Niels Jepsen, een soort vischirurg, labelt hij paling, tonijn en haaien. Dankzij Aarestrup en Jepsen weten we dat Deense zalm uit de Varde A voor de voortplanting helemaal naar de Oostkust van Groenland zwemt. Een andere oceaanzwemmer is de paling, die paait voor de kust van Florida. Hun nakomelingen – glasaaltjes – stuiten na de lange terugweg aan de Europese kust helaas vaak op een dichte dijk of sluis.

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan, vindt Aarestrup. Moeilijk is: vispassages en vistrappen die trekvissen langs obstakels moeten leiden. Wanningen zegt vanaf de achterbank dat hij tien jaar geleden ook in vispassages geloofde. ,,Sorry Herman’’, zegt Aarestrup, ,, they work like crap ”. De visprofessor was in Nederland, bij het Peizerdiep, het Lauwersmeer, het Groote Diep bij Norg. Hij bekeek vistrappen aan het Wad. ,,Kúnnen vissen erlangs? Zou kunnen. Gáán ze er ook langs? Dat is een andere vraag.”

Geen beroepsgroep die Aarestrup zo tegen de rossige haren instrijkt als die der ingenieurs. Polderland Nederland is gemaakt door ingenieurs. ,,Waterschappen huren een fucking ingenieur in. Natuurlijk zeggen die niet: deze vistrap werkt niet, of dit gemaal is onzin. Ingenieurs zijn goed in ingenieursoplossingen. Maar de natuur werkt anders.”

Ook in vakkringen staan Aarestrup en Jepsen te boek als radicaal. Op congressen fungeert de eerste als de ‘gekke oom’ die dingen roept, zegt hij. Als hij het voor het zeggen had, had de Waddenzee weer vrij spel in Noord-Nederland. Dat is goed voor de vissen. Voor zo’n standpunt krijg je in onder zeeniveau liggend land de handen niet op elkaar, weet hij. ,,Maar zet dan tenminste die Lauwerssluizen open. Altijd. Alleen bij acuut gevaar kunnen ze dicht.”

Hengelclub van Varde

Bij de sportvisvereniging van Varde zijn de mannen al vroeg aan het bier. Het is zaterdagochtend, elf uur. De wanden van het clubgebouw hangen vol met zwart-witfoto’s van vroegere leden en hun vangst: meest zalm, reuzen van ongeveer een meter. Er is ook een wand met kleurenfoto’s, met de zalmen en de vissers van nu, even groot en even trots.

Niet zo lang geleden was de zalm bijna verdwenen uit de Varde A, vertelt Steen Thomsen, hoofd van de hengelclub. De bouw van de waterkrachtcentrale bij Varde en het bijhorende stuwmeer, ongeveer honderd jaar geleden, was een zware slag voor de populatie. Het rechttrekken van de A en de bouw van stuwen en dammen stroomopwaarts deden de rest. Nu is de centrale buiten gebruik en meandert de rivier bij het meer langs. Stuwen en dammen zijn op een enkele na weg en zie: zeeforel en zalm zijn weer terug.

Tekst gaat verder onder de foto.

 

Het duurde niet eens zo lang, zegt Niels Jepsen, aan de pils in een legerkleurig outdoorpak. De stuwen gingen weg, ze herintroduceerden de goede vissen met de goede genen (dat komt heel precies) en voilà. Er zwemmen nu circa drieduizend zalmen in de rivier.

,,Er gebeurt bij iedereen iets in het hoofd als je het hebt over zalm’’, zegt Thomsen. De hengelclub van Varde heeft Duitse en Nederlandse leden. Rijkelui uit Kopenhagen kopen land langs de Varde A om er privé op zalm te vissen. Een gevangen zalm is een trofee. Als het goed gaat met de zalm, gaat het goed met de rivier, zei Aarestrup eerder al, in de auto. Zeeforel is ook zo’n signaalvis. Waar zalm en forel gedijen, gaat het goed met de natuur.

Het probleem met vissen is misschien dat ze niet zo zichtbaar zijn. Het valt weinig mensen op dat het er minder worden. Vooral pleziervissers trekken zich hun lot aan, zoals de vereniging hier in Varde, of de Hengelsportfederatie in Nederland. Vandaag zien we geen vis. De kans dat iemand net een zalm of forel vangt als je kijkt is niet zo groot, aldus Jepsen.

Dode forellen in de vistrap

Weer in het universiteitsbusje rijden we langs forellenkwekerijen met verwijderde of nog te verwijderen dammen. We stoppen bij de oude waterkrachtcentrale, een industrieel monument nu. Er is een enorme vistrap gebouwd, het lijkt wel een speelparcours in een zwemparadijs. ,,Natuurlijk werkte die niet’’, zegt Jepsen. Hij toont een foto waarop de forellen dood in de roosters hangen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Waterkrachtcentrales zijn grote vissenkillers volgens Wanningen. Het percentage vissen dat zo’n vissengraf ongeschonden passeert, stuit verderop op weer een centrale, en daarachter nog één. ,,In Zweden zijn er 1200 kleinere waterkrachtcentrales, en 200 grote. Gelet op de stroomvoorziening kunnen de kleine gemakkelijk weg.”

In heel Europa liggen tussen 100.000 en 200.000 oude, nutteloze, overbodige dammen, schat Wanningens organisatie Dam Removal Europe. Op de website van deze dam busters staan frisse jongelui met sloophamers. Het leger kan helpen, vindt Aarestrup. ,, Blow the shit up .”

Bij een mooie meander in de Varde A zijn vaders met hun zonen aan het vissen. Niet op zalm of forel, maar op rivierkreeft, die ze vangen met een vissenkop in een net. Het werkt geweldig: ze hebben al een hele bak met krioelende kreeft. Het is een invasieve soort uit Amerika, maar daar zullen ze vanavond niet minder om smaken.

Vanaf een heuvel zie je de rivier door het dal slingeren. Een prachtig gezicht. Met een beetje fantasie zie je het Peizer- of Lieversche Diep. Als de zeeforel die in het Noord-Drentse water is uitgezet tien tot vijftien centimeter is, begint hij aan een hachelijke reis noordwaarts via het Aduarderdiep, het Van Starkenborghkanaal over, richting het Reitdiep, op zoek naar de zee.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu