André Efftink van de Bomenwacht is gek van monumentale reuzen. Hij is de dokter in het bejaardenhuis van de bomen in Drenthe

In gesprek met André Efftink uit Zweeloo gaat het geheid over bomen. Monumentale reuzen. Hoe ouder, hoe mooier, want nóg meer historie. ,,Ik werk met de bejaarden van de Drentse bomen.’’

André Efftink inspecteert de eeuwenoude eik in de tuin van Jannie van der Sleen en Fred de Lange in Meppen.

André Efftink inspecteert de eeuwenoude eik in de tuin van Jannie van der Sleen en Fred de Lange in Meppen. Foto: Gerrit Boer

Efftink werkt ruim 30 jaar bij de Bomenwacht van Landschapsbeheer Drenthe. In die hoedanigheid is de geboren Twent dé boomspecialist van de Drentse Bomenwacht, de organisatie die 4000 monumentale eiken, lindes, beuken, wilgen en kastanjes onderhoudt en zo lang mogelijk vitaal houdt. Met veel kennis en toewijding. Hij lacht: ,,Ik kan uren over bomen praten, dat merk je wel.’’

Gewapend met laptop, klophamer en prikpen

Zijn laptop is niet de doorsnee huis-, tuin- en keuken-pc. Het is een zogeheten toughbook , kan tegen een stootje. Moet ook wel, want het apparaat, dat een schat aan informatie over en foto’s van de Drentse monumentale bomen herbergt, gaat overal mee naartoe. Net als zijn ambachtelijke klophamer en prikpen. Het geluid van het geklop op de bast vertelt het oor van de meester veel over de toestand achter de schors. En met de prikpen kan ‘Dokter Efftink’ een punctie nemen van de patiënt.

Drenthe telt ruim 6800 monumentale bomen. Ongeveer de helft daarvan wordt onderhouden door de Bomenwacht. Jaarlijks worden ongeveer duizend oudjes gecontroleerd. Indien nodig, wordt een behandeling voorgeschreven. ,,Van 1988 tot 2007 hing ik zelf dagelijks in de bomen. Tegenwoordig stel ik vast wat er moet gebeuren en wordt een boomverzorgingsbedrijf of aannemer ingeschakeld voor de uitvoering.’’

Om in aanmerking te komen voor een ‘onderhoudscontract’ bij de Bomenwacht moet de boom in kwestie minimaal een (geschatte) leeftijd van 150 jaar hebben. ,,Bovendien moet de boom niet alleen een cultuurhistorische maar ook een ecologische meerwaarde hebben en nog zeker 15 jaar meegaan. Is een boom niet te redden, dan heeft het geen zin er veel geld in te stoppen.’’

‘Een boom moet je zien als een schip’

De kosten verschillen van boom tot boom. De ene moet eens per jaar twee jaar worden gesnoeid, de andere eens per zes jaar. Bij weer een ander moeten kroonankers worden aangebracht, om te voorkomen dat niet goed vergroeide takken uitbreken. ,,Een boom moet je zien als een schip. Alles dat onder de grond zit, het stelsel van wortels, is de romp van het schip. De stam is de mast en de kroon zijn de zeilen. Als de stam ernstig is aangetast door bijvoorbeeld schimmels, dan mag ie niet topzwaar worden. Om het gewicht terug te brengen én ervoor te zorgen dat de boom minder wind vangt, kunnen we bij veel bomen de kroon kleiner maken.’’

Over kosten gesproken: die komen voor rekening van de eigenaar? ,,Gedeeltelijk, maar de gemeente, de provincie en de Postcodeloterij dragen ook een steentje bij.’’

Zonder bomen geen leven. Ze zetten CO2 om in zuurstof en zijn zodoende de longen van de aarde. Wat dat betreft blazen de monumentale oudjes nog een aardig potje mee. Een eik van 200 of 300 jaar oud, met een volle kroon, kan net zo veel zuurstof produceren als een paar honderd jonge eiken samen. ,,Elk blad is een zuurstoffabriekje, ga maar na.’’

Ook op een ander punt doet de grootte er wel degelijk toe. ,,Hoe ouder een boom, hoe hoger de ecologische waarde. In een grote oude wilg kunnen wel 450 verschillende soorten insecten voorkomen. ,,Die zorgen voor kruisbestuivingen, ruimen afval in de natuur op, zijn voedsel voor elkaar en voor andere dieren. In en rond een boom leven ook nog eens tal van vogels, zoogdieren zoals boommarters en omdat monumentale bomen wel eens hol zijn, vind je er ook nesten van uilen. Van kleine steenuilen tot grote kerk- en ransuilen.’’

‘Liep Vincent van Gogh onder deze eik door?’

Ook wat je niet één, twee, drie met het blote oog ziet, vindt Efftink machtig mooi: de historie. ,,Oude bomen hebben zoveel meegemaakt, zoveel gezien. Dat is niet voor te stellen. Van Vincent van Gogh is bekend dat hij van Nieuw-Amsterdam naar Zweeloo liep. Nam hij de route via Meppen? Zo ja, dan is hij vast onder deze eik doorgelopen’’, zegt hij wijzend naar de enorme reus in de tuin van Jannie van der Sleen en Fred de lange. ,,Dat vind ik fantastisch.’’

In Drenthe zijn duidelijke patronen zichtbaar van monumentale bomen. ,,Let maar eens op: vooral langs de oude handelsroutes naar Groningen in het noorden en langs de routes in oostelijke richting naar Duitsland staan de parels. Op de Hondsrug. Maar ook van Coevorden via Dalen, Oosterhesselen, Wezup, Schoonloo, Assen naar Groningen. En wat te denken van de route Hoogeveen, Beilen, Assen, Groningen? Of Meppel, Dwingeloo, Smilde, Assen, Groningen?’’

Hij heeft een ‘ezelsbruggetje’: ,,In en rond dorpen met oude Saksische rietgedekte boerderijen vind je een schat aan monumentale bomen. Dat deze reuzen al honderden jaren op hun plek staan, wil zeggen dat mensen er toen ook al de waarde van inzagen. Anders hadden ze er wel planken van gemaakt om een schuur te bouwen.’’

‘Dode boom kan ook heel waardevol zijn’

Er zijn momenten dat een boom zoveel takken verliest, dat de veiligheid van de omgeving in het geding komt. Of dat een monumentaal exemplaar ondanks alle zorg doodgaat. In niet alle gevallen gaat de zaag erin. ,,Een dode boom kan ook heel waardevol zijn. Langs de oude weg van Rogat naar Meppel staat een monumentale beuk, die inmiddels dood is. De gemeente heeft altijd gezegd: ‘Is de boom van waarde? Ja. Is het een gevaar voor de omgeving? Nee. Dan laten we ‘m staan’. Daar krijg ik een heel warm gevoel van. Het vliegend hert, de grootste keversoort in Nederland, leeft namelijk alleen op dik dood hout. Dan hebben we nóg 100 jaar plezier van zo’n boom.’’

Efftink is gek op bomen en zijn werk. ,,Maar’’, zegt hij, ,,eigenlijk doe ik heel dom werk. Samen met mijn collega’s behoed ik vooral de omgeving voor overlast. De boom zelf kan heel goed leven met die dode tak, die op het punt staat er af te vallen. Dat doen bomen al miljoenen jaren, zonder enige vorm van boomverzorging. Wij, de mensen, doen van alles en nog wat onder en rond bomen. Dat maakt dat wij voor een deel bezig zijn schade te voorkomen. Maar je kunt je nieuwe huis natuurlijk ook op een iets grotere afstand van de boom bouwen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu