In memoriam: dominee Frans Brinkman uit Odoornerveen. Vakantiegangers die de kerk van Odoorn binnenstapten, schrokken zich een hoedje

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag dominee Frans Brinkman (1943-2021) uit Odoornerveen.

Frans Brinkman.

Frans Brinkman. Foto: Familie Brinkman

Vakantiegangers die nietsvermoedend de kerk van Odoorn binnenstapten om een dienst bij te wonen, schrokken zich soms een hoedje. De eigenzinnige dominee Frans Brinkman deed het in zijn kerk op de zogeheten ‘zwingliaanse’ manier, zonder de gebruikelijke formuleringen.

Hij weigerde bijvoorbeeld de dienst, zoals in orthodoxe kringen, te beginnen met de zegen ‘De Heer zegene en behoede U’. Dat soort formuleringen vond hij principieel onjuist en wenste hij niet te gebruiken.

Zelfs het woord God nam hij amper in de mond. Want wie of wat is God? Hij geloofde in een kracht die een oervertrouwen geeft in het leven, en die mocht je God noemen als je dat wilde.

Zelf voelde hij zich geen christen, liet hij eens optekenen in deze krant. En achter de kansel staan, als een voorganger die zijn schaapjes toespreekt? Nee, hoor. Bij voorkeur liep hij de kerk in om de bezoekers vragen te stellen. Het gesprek aangaan, dáár ging het hem om.

Toeristen scholden hem soms uit, maar hij bleef zijn eigen koers varen

Bij de toeristen viel die aanpak soms verkeerd. Dan liepen ze weg of scholden hem uit. De eerste keer dat het hem overkwam, was hij verbijsterd. Toch bleef hij zijn eigen koers varen, binnen de hervormde kerk.

Later werd het makkelijker. Dan dacht hij: Ach, deze orthodoxe mensen delen niet mijn vrijzinnige opvattingen. Al bleef hij het jammer vinden dat zijn manier van denken en doen op sommigen een uitwerking had die haaks stond op zijn bedoelingen.

Frans Jan Brinkman werd geboren als zoon van een bakker in Maasland, bij Rotterdam. Hij was de oudste van drie kinderen. Zijn ouders waren strenggelovig; elke zondag was het gezin te vinden in de hervormde kerk, tweemaal daags.

Op voetbal mocht hij niet, want de plaatselijke voetbalvereniging was een groep van ongelovige mensen. Frans baalde ervan, want hij was goed in balletje trappen en doelpunten maken. Van zijn ouders mocht hij alleen op korfbal. Deze club had een christelijke achtergrond.

Dominee Frans Brinkman stuurde zijn kinderen niet naar christelijke scholen

Van zijn meester op de lagere school kreeg hij het advies om naar de ambachtsschool te gaan, maar daar stak zijn moeder een stokje voor. Op hoge poten toog zij naar school en praatte hem naar de hbs.

Hij knoopte daar nog een jaar gymnasium aan vast, want hij wilde dominee worden. Maar dan geen orthodoxe, zoals de predikanten uit zijn jeugd. Hij koos voor de brede studie theologie in Utrecht, waarbij de vrijzinnige stromingen hem het meest interesseerden.

Al tijdens zijn studie trouwde hij met Tineke van Vliet, die hij kende vanuit Maasland. En nog voordat hij was afgestudeerd, werd hij vader van Nathan. Twee jaar later volgde zoon Obed en zo’n anderhalf jaar later kwam adoptiedochter Binu, uit Bangladesh. Frans was een moderne vader, die de kinderen gerust meenam naar vergaderingen als dat zo uitkwam. Zijn kroost stuurde hij naar openbare scholen. Hij vond niet dat kinderen op school al een bepaalde richting opgeduwd mochten worden.

De bijbel moest je niet beschouwen als een boek dat de wet voorschrijft

Als dominee ging hij aan de slag in Surhuizum, op Schiermonnikoog (waar hij alsnog op voetbal ging), in Nuis en in Odoorn. In de vrijzinnig hervormde kerk op deze Drentse plek bleef hij tot aan zijn pensioen. Dominee Van Lunzen had hier in 1946 de Zwingli-bond opgezet.

Dit gedachtegoed paste Brinkman, die Zwingli-voorzitter werd, als een handschoen. De bijbel moest je niet beschouwen als een boek dat de wet voorschrijft, maar als inspiratiebron. Ieder moest er voor zich maar datgene uitpikken waar hij wat aan had.Denk vooral zelf na.

Eigenlijk vond hij dat nieuwe bronnen moesten worden gebruikt, met moderne verhalen over thema’s van nu. Bij zijn toespraken gebruikte hij dan ook vaak verhalen uit de hedendaagse literatuur, bijvoorbeeld van Toon Tellegen. Je moest met je tijd meegaan. Met die gedachte herschreef hij ook al eens het Wilhelmus.

Zijn huwelijk stopte, voordat hij naar Odoorn kwam. Tijdens een vakantiekamp voor gehandicapten, waar hij geestelijk verzorger was, had hij Florien van Heest ontmoet, de arts aldaar. Het was een moeilijke periode. ,,Hij heeft hier echt mee geworsteld’’, vertelt Florien. ,,Maar de breuk was onvermijdelijk.’’

Met zijn beide zoons hield hij contact, aanvankelijk sporadisch, later weer vaker. Met Binu lukte dit tot zijn spijt niet. Hij genoot van de band die ontstond met schoondochter Julie en zijn beide kleinkinderen Jasperina en Floran.

Internationale diensten in de kerk tijdens SIVO - en natuurlijk werd er gedanst

In Odoorn ontpopte hij zich tot een dominee die van alles aanpakte om de mensen tot elkaar te brengen en na te laten denken over het leven en religie. Zo gaf hij godsdienst op openbare scholen, kookte hij met de jeugd, schreef hij boekrecensies in de dorpskrant en bracht hij tijdens het internationale dansfestival SIVO culturen bijeen in de kerk.

Prachtig vond hij dat: Chinezen, Russen, Mexicanen en Nederlanders, allemaal bij elkaar. De dienst was in het Nederlands en het Engels, en er werd natuurlijk muziek gemaakt, gezongen en gedanst.

Hij hield ook van cabaret en gekkigheid. Zo zat hij ooit heel stil, verkleed als zwerver, in de etalage van de bakker. Hij genoot van de reacties die dat opriep. In zijn schaarse vrije tijd las hij veel, van filosofie en theologie tot poëzie en kinderboeken. De woonboerderij in Odoornerveen herbergt een collectie van duizenden boeken.

Hier ontpopte hij zich ook tot hobby-geitenfokker. Ook genoot hij intens van balletvoorstellingen, eerst van en later met zijn kleindochter, en klassieke concerten. Bij de laatste zocht hij het liefst een plekje in het licht, zodat hij ondertussen een boek kon lezen.

Tijdens vakanties, vooral in zijn geliefde Zwitserland, laadde hij weer op voor zijn werk. ,,Hij had een groot plichtsbesef’’, zegt zoon Nathan. ,,Als kind kon ik al merken dat de druk echt van hem af viel tijdens vakanties.’’

In Odoorn en omstreken stond Frans Brinkman bekend als ‘de fietsende dominee’

Op zijn 62e ging de Oringer dominee met pensioen. De Zwingli-bond werd in 2016 opgeheven. Er was geen belangstelling meer voor. Brinkman vond het jammer, maar het bestuur - onder wie hijzelf- besloot dat het tijd was.

Zo ging het ook met zijn leven. In 2013 kreeg hij de diagnose Parkinson, die hem steeds verder beperkte.

De uitvaart gebeurde met een rode begrafenisauto. Rood, omdat hij in zijn werkzame leven altijd op een rode racefiets had gefietst. Een auto wilde hij tot op latere leeftijd niet, omdat hij het milieu niet onnodig wilde belasten. Het had hem de bijnaam ‘de fietsende dominee’ opgeleverd.

Toen de uitvaartondernemer meldde dat er in Coevorden alleen een zwarte of een grijze auto was, ging de ondernemer op Frans’ verzoek op zoek naar een rode. Deze vond hij in Den Haag, een week voor Frans’ overlijden. Zo kon hij op zijn eigen manier, in zijn stijl, de aardse wereld verlaten.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu