Klaas en Beiske Kliphuis uit Zwartemeer redden Betty Schrijver uit Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nu worden zij postuum geëerd: hun namen worden gebeiteld in de eremuur in Jeruzalem

Hij is nog maar 20 lentes jong, maar Jair Salomon van Dijk uit Hoorn heeft drie jaar lang geknokt voor Klaas en Beiske Kliphuis-Van Dijken uit Zwartemeer. Het echtpaar redde zijn oma Betty Schrijver (80) uit Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het huisje aan de Zuidervaart in Zwartemeer.

Het huisje aan de Zuidervaart in Zwartemeer. Foto: Eigen foto

De zoektocht leidde hem langs Auschwitz, het onderduikersnetwerk in Zwartemeer met uiteindelijk postuum de allerhoogste staatsonderscheiding van Israël: de titel Rechtvaardige onder de Volkeren.

Betty Schrijver deed samen met een paar familieleden al enkele keer verwoede pogingen om haar redders op deze manier te eren, maar zonder resultaat. Totdat haar kleinzoon zich ermee ging bemoeien. Ze waren al ontzettend dol op elkaar, maar door Jair zijn inzet is hun band hechter dan ooit tevoren. Gelukkig maar, want de zoektocht ging af en toe moeizaam.

Met gevaar voor eigen leven

Het verhaal is schrijnend. Het echtpaar woont tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de Zuidervaart 41 in Zwartemeer. Een afgelegen plekje langs het kanaal in het veengebied van Drenthe. Klaas Kliphuis is bakkersknecht bij zijn vader in de bakkerij, Beiske Kliphuis runt het huishouden. Ze kunnen geen kinderen krijgen en uit christelijke overwegingen nemen ze Joodse kinderen in huis, met gevaar voor eigen leven.

Betty Schrijver komt bij de familie Kliphuis terecht eind 1942, de oorlog is nog in volle gang. Haar moeder, Johanna Schrijver-Brilleman, brengt haar met de trein vanuit Amsterdam naar Emmen. Een gevaarlijke onderneming, omdat zij haar gele ster af moet doen. ,,Daar heb ik zoveel bewondering voor”, vertelt Betty.

Zij is dan nog maar een baby. Betty weet dat Johanna tegen Beiske Kliphuis zegt: ‘Mocht het zo zijn dat geen van ons terugkomt na de oorlog, dan word jij de moeder van Betty’. Samen met haar neef en nicht, Herman en Kitty Polak, blijft de Amsterdamse veilig bij ‘Ome Klaas’ en ‘tante Betje’, zoals ze het echtpaar nu nog steeds noemt.

Bijna niemand weet dat het drietal zit ondergedoken in Zwartemeer, maar ze worden toch verraden. Buurtbewoners krijgen door dat er Joodse mensen zitten verscholen in het kleine huisje aan de vaart. „Een van de bewoners komt aan de deur en meldt dat hij de groep gaat aangeven om ze door te laten sturen naar Westerbork. Ome Klaas dreigt met een bijl. De man vlucht en roept dat hij de dag erna terugkomt met versterking”, vertelt Jair, die het verhaal van zijn oma heeft gehoord. De alarmbellen gaan rinkelen aan de Zuidervaart 41. Voor Herman en Kitty wordt een andere plek gezocht. Zij vertrekken direct naar een ander adres. Baby Betty blijft bij de familie. Zij heeft geen Joods uiterlijk en dus denken de Duitsers dat zij een dochter is van de familie.

Getekend door de oorlog

Klaas en Beiske Kliphuis omgeven de kleine Betty met liefde en voeden haar op alsof het hun eigen kind is. De moeder van Betty komt haar dochter in augustus 1945 tot grote verbazing van ome Klaas en tantje Betje ophalen in Zwartemeer. ,,Zij is dan mentaal en fysiek uitgeput van de ontberingen in concentratiekampen als Vught, Auschwitz, Ravensbrück en Malchow.”

Dat Johanna terugkeert is een wonder, ondanks haar verblijf in Auschwitz, waar ze het nummer 63244 op haar arm getatoeëerd krijgt. Samen met een aantal andere, vooral Nederlandse, vrouwen zit ze in het beruchte experimentenblok van Dr. Joseph Mengele en Dr. Clauberg, waar ze onvruchtbaar wordt gemaakt. Johanna kan geen kinderen meer krijgen. Gelukkig heeft ze haar dochter, die ze uiteindelijk mee terugneemt naar Amsterdam. En dat is pittig voor de jonge Betty, want ze weet niet anders dan dat ‘tante Betje’ haar moeder is.

Over de Tweede Wereldoorlog praat de moeder van Betty niet. „Het is te heftig wat ze allemaal heeft meegemaakt”, vertelt Betty. Op een paar neefjes en nichtjes na, heeft ze amper nog familie en ook haar man Salomon overlijdt tijdens de Tweede Wereldoorlog. ,,Ze is er denk ik nooit echt bovenop gekomen. Ik heb nooit van haar gehoord wat ze allemaal heeft gezien en meegemaakt. Ik had altijd het gevoel dat je dat onderwerp absoluut niet mocht aansnijden. Deed je dat wel, dan wist ze niks meer. Zo wilde ze mij al geen antwoord geven op de vraag wat voor kleur de ogen van mijn vader hadden.”

Logisch dat Johanna niet meer aan die tijd wil denken. Blok 10 in concentratiekamp Auschwitz I is de plaats waar medische experimenten worden uitgevoerd. Het is een van de meest gevreesde plekken van het hele kamp. Zo wordt er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar het functioneren van de baarmoederhals en worden er sterilisaties uitgevoerd omdat dat het ‘Jodenvraagstuk’ op zou lossen.

Twee moeders

Betty groeit in Amsterdam op met niet een, maar met twee moeders. Het echtpaar Kliphuis mist haar zo erg, dat ze in 1945 besluiten om ook in Amsterdam te wonen zodat ze dichterbij ‘hun bonusdochter’ kunnen zijn. Heerlijk voor Betty, maar haar moeder heeft daar wel moeite mee. ,,Ik denk toch dat ze een beetje jaloers was, al realiseer ik mij dat nu pas echt. Ze had zo’n moeilijke tijd achter de rug en dan moet je je dochter ook nog eens delen. De moeder-dochterrelatie is ook nooit helemaal hersteld.”

Het echtpaar Kliphuis scheidt in 1949. Ome Klaas verliest Betty uit het oog, maar tante Betje blijft eerst nog een tijd in Amsterdam wonen. ,,Het was een liefdevolle, rustige vrouw. Onze band was heel bijzonder en hecht. Mijn kinderen leerden haar kennen als een lief, verzorgend en vooral rustig mens. Ik logeerde bij haar, wij deden leuke dingen samen en ik ging bij haar op bezoek op verjaardagen. Wij onderhielden contact tot haar dood in de jaren 90 in Emmen.”

Klaas Kliphuis hertrouwt en krijgt een zoon. Betty gaat nog een keer bij hem en zijn zoon op bezoek. De zoon van Kliphuis overlijdt in 2020, maar gelukkig is er voor die tijd nog wel contact tussen Betty en Kliphuis junior. ,,Hij wist niet dat zijn vader eerder getrouwd is geweest en ook niet dat hij onderduikers had in de Tweede Wereldoorlog. Hij kan jammer genoeg niet meer meemaken dat zijn vader postuum geëerd wordt, maar zijn vrouw nog wel. Die is ontzettend blij en trots.”

Veel bewijsmateriaal

Die eervolle vermelding had uiteindelijk nogal wat voeten in aarde en alles is dus dankzij Jair gelukt. ,,Ik ben er meer dan 3 jaar meer bezig geweest.”

Niet voor niets, hij moest een hoop uitzoeken. „Mensen opzoeken - onder andere onderduikers die ook in Emmen hadden gezeten om het verhaal te verifiëren - en zoeken in verschillende archieven. De Israëlische staatsorganisatie Yad Vashem is zeer strikt en er moet veel bewijsmateriaal geleverd worden. Bovendien wordt de onderscheiding nog amper toegekend, aangezien een nog levende onderduiker het verhaal moet bevestigen. Ik ben gelukkig net op tijd geweest. Veel mensen die ik heb geïnterviewd leven niet meer. Af en toe zat ik echt met de handen in het haar. Maar het resultaat is de zoektocht zeker waard.”

De schoondochter van Klaas Kliphuis krijgt binnenkort de onderscheiding en medaille in handen, die wordt uitgereikt door de Israëlische Ambassade. Betty en kleinzoon Jair zijn daar natuurlijk bij aanwezig. ,,Het is geweldig wat oom Klaas en tante Betje in de Tweede Wereldoorlog hebben gedaan voor mij, maar ook voor de andere onderduikers. Ik ben hen zo dankbaar, dat is nergens in uit te drukken, maar hiermee komen wij al een heel eind.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Aanrader van de redactie
menu