Politici betalen flink aan hun eigen partij. Waarom een afdrachtregeling schuurt als zand in je zwembroek | Column Hilbrand Polman

Als je het vertikt om te betalen, kom je bij de volgende verkiezingen niet op de lijst. Foto: Marcel Jurian de Jong

„Hoeveel verdien je eigenlijk?” Groot gelijk als u een ontwijkend antwoord geeft op die vraag. Want de kans is groot dat uw gesprekspartner bij het juiste bedrag een zuinig mondje trekt. In Nederland hebben we altijd oog voor de fraai aangelegde rozenperk van een ander - maar de spade zien we niet.

Politici hebben dubbel pech. Je hoeft maar even te googelen of je weet exact wat een wethouder, een raadslid, een minister of een Tweede Kamerlid maandelijks krijgt bijgeschreven. Dit lijken misschien stevige bedragen, maar een dokter, een notaris en een chef lege dozen in het bedrijfsleven krijgen misschien wel meer, zonder dat we dit precies weten.

Vervolgens doet niet alleen de Belastingdienst een stevige graai in het loonzakje van politici, maar ook de penningmeester van je partij komt vaak nog even langs om een bijdrage te innen. Een afdrachtregeling heet zoiets.

Toen deze krant beschreef hoe lokale partijen hiermee hun verkiezingscampagnes bekostigen, meldden zich prompt aangebrande raadsleden en statenleden van de landelijke partijen. Zij betalen zich ook blauw aan zo’n regeling, zo bleek. Voor een wethouder loopt dit al gauw op tot 250 euro per maand. Bij een raadslid gaat het al snel om flink wat tientjes.

Zo’n afdrachtregeling schuurt als zand in je zwembroek. Want wat hebben de Drentse gemeenteraadsleden afgelopen week ook alweer gezworen of beloofd bij hun installatie? Dat ze geen geld zullen aannemen van anderen voor hun werk en evenmin anderen zullen betalen om hun zetel te bemachtigen. Kennelijk vindt iedereen het heel gewoon dat die afdrachtregeling hier niet onder valt. Maar stel dat je het vertikt om het geld naar je partij over te maken, dan is de kans groot dat je bij de volgende verkiezingen niet op de lijst komt.

Nou ja, jouw raadszetel is eigenlijk van je partij, kun je zeggen. Mensen stemmen op een partij, niet zozeer op mevrouw Jansen of meneer De Boer, toch? Maar de raadszetel is nu eenmaal van Jansen of De Boer en van niemand anders. Zij dienen volstrekt onafhankelijk namens ons allemaal besluiten te kunnen nemen. Zonder last, zoals het in de Grondwet staat.

De onafhankelijkheid van onze volksvertegenwoordigers staat al vaak genoeg onder druk. Denk aan fractiediscipline, dichtgetimmerde coalitieakkoorden en aan het leger spindoctors dat het Binnenhof bevolkt, klaar om de antwoorden voor te kauwen wanneer een Kamerlid per ongeluk eens met een journalist praat.

Tenslotte zijn politici ook gewoon mensen, met een hypotheek, een huis dat geschilderd moet worden en opgroeiende kinderen. Mogen ze misschien zelf bepalen waar ze het geld aan uitgeven dat dan nog overblijft? Nou dan. De politieke partijen moeten maar een andere bron van inkomsten aanboren. Leden werven bijvoorbeeld. En anders in ‘s hemelsnaam maar subsidie vragen aan gemeente, provincie of Rijk.

Nieuws

menu