Een zonnepark in Hijken aanleggen en toch de biodiversiteit verbeteren: kan dat?

In Hijken verrijst een 21 hectare groot zonnepark, aangelegd ‘met oog voor de natuur’. Maar werkt dat in de praktijk ook en is de biodiversiteit daarmee daadwerkelijk te verbeteren?

Het zonnepark Hijken in aanleg.

Het zonnepark Hijken in aanleg. Foto: Jaspar Moulijn

De eerste rijen zijn inmiddels aangelegd, langzaamaan maakt groen weiland plaats voor wat van een afstand één grote panelenzee lijkt. Toch is het park volgens bouwer Statkraft ontwikkeld met oog voor de natuur, om de biodiversiteit te versterken.

Impact op het landschap

Zo blijft bijna tweederde van het weiland onbedekt en aan de oostzijde - langs de A28 - komt een twintig meter brede groenzone. De panelenrijen zelf staan vier meter uit elkaar, zodat regenwater en zonlicht de bodem levend en gezond houden. En ja, zelfs het beheer van het park gaat op een natuurvriendelijke manier: Statkraft wil met ecologisch beheer het kale weiland omtoveren tot een kruiden- en bloemrijk grasland. Geen bemesting of gebruik van bestrijdingsmiddelen dus.

Ondanks bezwaren van een pluimveehouder, wiens bedrijf direct aan het zonneperceel ligt, mogen de panelen 25 jaar blijven liggen. Daarna moet de grond weer een agrarische bestemming krijgen. Hoe je het ook wendt of keert, een groot zonnepark zoals in Hijken heeft jarenlang impact op het landschap.

Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving, Wouter Veldhuis, pleitte afgelopen voorjaar voor een stop op de bouw van zonneparken en meer inzet op zonneweides op daken. Vooral bovenop bedrijfspanden is nog veel ruimte over, hoewel de constructies op dit moment meestal niet sterk genoeg zijn voor zonnepanelen.

‘Moeten ermee dealen’

Gertjan Sengers van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC), een organisatie die zich inzet voor het behoud en beheer van het Nederlandse landschap, is tegen de bouw van zonnepanelen in waardevolle landschappen en vindt ook niet dat massaal zonnepalen bouwen op landbouwgrond de oplossing is. De VNC wil gaan voor zon op dak, maar moet er volgens Sengers ‘mee dealen’ dat de regering met het oog op het halen van de klimaatdoelstellingen ook voor graslanden en akkers kiest. Zonneparken aanleggen op land is voor bouwers sneller en effectiever.

„Er wordt makkelijk gezegd dat landbouwgrond slecht is en dat een zonnepark beter is voor de natuur. Maar dat gaat niet helemaal op”, vindt hij. „Er is voldoende landbouwgrond nodig voor de verduurzaming van de landbouwsector en bovendien heeft zo’n park ook een visuele impact. Wat je er vervolgens aan natuur voor terugkrijgt is maar de vraag. Soorten die het moeilijk hebben ga je niet redden door enkel tussen de panelen wat bloemen in te zaaien.”

Sengers plaatst een zonnepark in dezelfde categorie als een industrieterrein. „De VNC hanteert een compensatiebeginsel van één op één: voor iedere hectare met zonnepanelen bedekte grond moet minstens evenveel natuur terugkomen. En zorg dat je om de panelen een heel raamwerk van natuur aanlegt. Inclusief hagen, houtwallen, natuurakkers en kruidenrijke graslanden. Zo hebben bedreigde soorten er het meeste aan, zie je de panelen minder en dragen ze bij aan natuurontwikkeling.”

‘Verbetering biodiversiteit gaat niet vanzelf’

De vraag of een zonnepark daadwerkelijk de biodiversiteit kan versterken, is niet zo eenvoudig te beantwoorden, zegt Friso van der Zee van Wageningen University & Research. Hij leidt een onderzoek naar de effecten van zes verschillende nieuw te bouwen zonneparken op de biodiversiteit en bodem. En hoewel nog meer onderzoek nodig is, denkt hij dat het wel degelijk mogelijk is om een zonnepark zo in te richten dat de natuur er baat bij kan hebben.

„In algemene zin kun je zeggen dat op intensief gebruikte, besproeide en bemeste akkers de biodiversiteit laag is. Een zonnepark kan in dat opzicht een verbetering zijn, maar dat gaat niet vanzelf. Je moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen om dat voor elkaar te krijgen.”

Belangrijk is bijvoorbeeld de opstelling van de panelen, zegt Van der Zee. „Door de panelen in een oost-west-opstelling te zetten, waarbij de panelen als een soort dak tegen elkaar staan, krijg je daaronder stukken kale grond door het gebrek aan zonlicht dat de bodem bereikt. Maar bij een zuid-opstelling, zoals in Hijken, is dat al stukken beter.”

Ook de hoogte, het aantal zonnepanelen en de hellingshoek hebben een sterk effect op de mogelijkheden om zonneparken met natuur te combineren. Zo is voldoende ruimte tussen de panelen belangrijk (minimaal twee meter volgens Van der Zee) en houd je minimaal een kwart van de beschikbare grond onbedekt, het liefst nog meer.”

Planten, insecten en vogels

„Vaak zie je dat bij het ontwerp van een park geen rekening wordt gehouden met het beheer als het park er eenmaal staat”, gaat Van der Zee verder. „Goed beheer is enorm bepalend, maar kost natuurlijk tijd en geld. Je moet in ieder geval twee keer per jaar maaien en het maaisel afvoeren om de voedselrijke akker te verschralen. Op die manier krijgen kruiden en bloemen een kans om op te komen. Helaas zie ik in de praktijk dat dit heel weinig gebeurt.”

Wil je de natuur nog verder vooruit helpen, dan kun je als zonnepark-eigenaar ook nog stukken plasdras of waterpoelen aanleggen, goed voor amfibieën, insecten en weidevogels. „Pak je het goed aan, dan durf ik te zeggen dat een zonnepark beter is voor de biodiversiteit dan een intensief bewerkte akker. Dan kijk ik vooral naar planten en insecten. Weide- en akkervogels willen ruimte en uitzicht en lijken niet zo te houden van zonneparken, hoewel we dat nog grondiger moeten onderzoeken.”

'Duurzaam, ethisch en maatschappelijk verantwoord'

Het zonnepark in Hijken krijgt geen poeltjes of plasdrasgebieden, maar bouwer Statkraft zegt te staan voor een duurzame, ethische en maatschappelijk verantwoorde manier van handelen. Het zonnepark wordt na aanleg in zuidopstelling door de eigenaren van de grond beheerd, door te maaien en de 'landschappelijke haag' te onderhouden. ,,Het park krijgt een natuurlijke inrichting met bloemen en kruidenrijke graslanden. Het soort kruidenmengels dat ingezaaid wordt, is nog niet bekend”, zegt een woordvoerder. ,,Wij laten ons hierin adviseren door een gespecialiseerd bureau en we staan er zeker voor open om in de toekomst bijvoorbeeld samen met Wageningen University & Research de biodiversiteit te gaan monitoren."

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Duurzame energie
Natuur en milieu
menu