Eeuweling uit Sleen krijgt terug wat ze haar hele leven heeft gegeven: zorg en liefde

Haar gezondheid is broos, maar ze kan nog echt genieten van lekker eten. Een gebakje zal Aaltje Vleems–Van Engen uit Sleen niet snel overslaan. Woensdag at ze taart met burgemeester Bert Bouwmeester, die haar feliciteerde met een dijk van een mijlpaal: 100 jaar!

Aaltje Vleems–Van Engen

Aaltje Vleems–Van Engen Foto: Jan Anninga

De eeuweling heeft een bewogen leven achter de rug. Ze werd geboren in Dedemsvaart, waar haar ouders een kruidenierswinkel met slijterij hadden. ,,Dat was een heel drukke zaak’’, zegt ze. ,,Dag in dag uit stonden mijn ouders tot bijna middernacht klaar voor de klanten.’’

,,Veel tijd voor hun twee dochters hadden ze niet’’, vult haar nicht Alice van Elwick aan. ,,Zodat mijn tante al gauw de zorg voor haar zeven jaar jongere zusje op haar kreeg. Dat was mijn moeder. Terwijl haar vriendinnetjes vrolijk buiten speelden, liep zij met de kinderwagen met daarin haar zusje.’’ Mevrouw Vleems: ,,Een blok aan het been.’’

Drenthe was nooit ver weg in de Randstad

Ze trouwde op haar 39 ste met Jan Vleems uit Wachtum, die een baan kreeg als opzichter van een diergeneeskundig instituut in Roon bij Rotterdam. Twintig jaar lang woonden ze daar met veel plezier, maar Drenthe was nooit ver weg. ,,Het werk was in het westen, maar het hart van mijn man was altijd in Drenthe.’’

Ze zaten bij de Drentse vereniging aldaar. Alice van Elwick: ,,Jan was een heel gezellige man. De twee maakten makkelijk contact en deden overal aan mee, hoewel mijn tante ook soms wat eigengereid kon zijn. Ze heeft een hele sterke wil. ‘Willen is kunnen’, zei ze altijd. Dat tekent haar.’’

Mede door gezondheidsproblemen stopte Jan wat eerder met werken. Ze keerden terug naar Drenthe, naar Sleen. ,,Jarenlang heeft ze voor hem gezorgd, net als voor haar vader en haar moeder. Haar hele leven stond in het teken van zorg voor anderen. Dat ging haar goed af, ook omdat ze heel goed kan organiseren.’’

Volksdansen en rummikub

In 1988 kwam haar man te overlijden. ,,Ze heeft daarna haar leven weer heel goed opgepakt. Ze ging op volksdansen, had een rummikubclubje en was betrokken bij de hervormde kerk. Ze heeft een enorm vermogen om mensen aan zich te binden. Tot haar grote spijt heeft ze nooit kinderen gehad, maar ze had altijd een vaste groep mensen om haar heen. Iemand die de tuin deed, een andere voor de financiën en ga zo maar door.’’

Tot anderhalve jaar geleden woonde ze nog zelfstandig, maar na enkele valpartijen verhuisde ze naar woon- en zorgcentrum De Schoel. ,,Ook hier heeft ze graag mensen om haar heen. Er is een vaste groep vrijwilligers, waardoor ze zowat dagelijks bezoek krijgt. Daar heeft ze toch zo veel behoefte aan. Tv-kijken, lezen; het maakt haar allemaal niet gelukkig. Maar van menselijk contact bloeit ze helemaal op. Het is mooi om te zien dat mensen haar nog steeds liefde geven. Haar hele leven stond ze klaar voor anderen, nu krijgt ze liefde en zorg dubbel en dwars terug.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu