Feeststemming in Frederiksoord op de dag na benoeming tot Unesco werelderfgoed: museum de Proefkolonie moet al 'nee' verkopen

Het is -bij gebrek aan een klinkende Nederlandse vertaling- the day after: Na meer dan vijftien jaar inspanning mogen Frederiksoord, Wilhelminaoord en Veenhuizen zich, net als de Belgische kolonie Wortel, Unesco Werelderfgoed noemen. Hoe is het in Frederiksoord, de allereerste kolonie die generaal Johannes van den Bosch in 1818 op de woeste Drentse grond stichtte?

Vrijwilliger Karla geeft de familie Buitenhuis uit Schagen tekst en uitleg, terwijl Josee in Museum de Proefkolonie andere gasten helpt.

Vrijwilliger Karla geeft de familie Buitenhuis uit Schagen tekst en uitleg, terwijl Josee in Museum de Proefkolonie andere gasten helpt. Foto: Rens Hooyenga

Op de parkeerplaats van Museum de Proefkolonie, het nog fonkelnieuwe museum dat het verhaal van de arme paupers en de visionaire generaal vertelt, is het een drukte van belang. Op een picknickbankje voor de ingang zit een echtpaar -al 55 jaar!- uit het Brabantse Oirschot. Toon en Carla zijn op vakantie in Wapse en een bezoek aan de Proefkolonie stond al op de planning. Dat het net de Unescostatus heeft maakt het bezoek extra bijzonder.

Tijdens een eerdere Drentse vakantie hoorden ze over de geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid. ,,Heel interessant. En dat dat kon in die tijd”, verzucht meneer over de poging van generaal Johannes van den Bosch om het armoedeprobleem in Nederland op te lossen. ,,De geschiedenis spreekt erg aan”, vindt ook hun gesprekspartner, een meneer uit Diepenveen. ,,De Unescostatus gaat zorgen voor bewustwording over het feit dat de verzorgingsstaat hier is begonnen. De sporen die het heeft achtergelaten worden niet uitgewist. Ik denk dat het heel goed is dat het op deze manier in stand blijft.”

In feeststemming

Vrijwilligster Karla van Museum De Proefkolonie heeft een brede glimlach op haar gezicht. Ze is nog maar sinds kort gastvrouw, maar nu al een enthousiaste ambassadeur. ,,Ik sta hier omdat ik de geschiedenis heel mooi vind. Dit móét je gewoon weten.” Haar collega Josee Janssen is minstens zo bezield. ,,Ik ben nog steeds in feeststemming”, vertelt de inwoonster van Frederiksoord. De bezoekers blijven ondertussen binnendruppelen.

,,Sorry, het is even gekkenhuis. Ik heb pas over een uur weer plaats”, verontschuldigt ze zich bij bezoekers die binnenkomen zonder reservering. De meesten zoeken even ander vertier om later terug te komen. Eén dame schudt teleurgesteld haar hoofd. ,,Dat lukt me niet. Ik ben op doortocht, maar de Koloniën zijn erdoor hè? Gefeliciteerd!”

Onderbelichte geschiedenis

Voor bezoekers vormen de coronabeperkingen in De Proefkolonie een extra handicap: elk uur mogen maximaal 45 mensen naar binnen. Verdeeld over drie tijdvakken. Janssen denkt dat de drukte zal blijven. ,,Het is de moeite waard dit verhaal beter op de kaart te zetten. Omdat de schijnwerpers erop staan is er nu al extra aandacht. Eerder wisten mensen in dorpen tien kilometer verderop niks van de Koloniën van Weldadigheid. Dat wordt beter.”

De familie Buitenhuis uit Schagen in Noord-Holland zit te wachten tot de deuren naar de tentoonstelling, over de arme paupers die hoopten op een beter leven op het Drentse platteland, open gaan. Van de zonen, twintigers, wist alleen Alexander iets over het gedachtengoed van Johannes van den Bosch. ,,Ik heb geschiedenis gestudeerd, met als specialisatie sociaaleconomische geschiedenis”, vertelt hij. Zijn ouders, broers en de vriendinnen hadden tot vorige week nog nooit van de Koloniën van Weldadigheid gehoord.

Eigenlijk snappen ze daar niks van, nu de Koloniën dat belangrijke stempel hebben gekregen. ,,Het is onderbelicht”, meent Victor. Verklaren kan hij dat wel: ,,Dat is een neoliberale poging om het begin van de verzorgingsstaat weg te moffelen.” Zijn familie gniffelt. Zo. En nu eerst het museum in om meer te leren over die o zo belangrijke geschiedenis.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu