'Foutje bedankt': apk voor glimmende oldtimers nu echt verleden tijd

Het heeft op de kop af tien jaar en heel veel lobbywerk geduurd, maar de fout in de wet is nu echt hersteld: alle auto’s van 50 jaar en ouder hoeven niet meer voor de apk naar de garage.

Fre Eggens uit Westerbork met zijn klassieker.

Fre Eggens uit Westerbork met zijn klassieker. Foto: Marcel Jurian de Jong

En dat is goed nieuws, zegt Ben van Rooijen uit Dalen, bestuurslid van Oldtimerclub De Hondsrug. Zeker in Drenthe met bijna de hoogste oldtimer- en klassiekerdichtheid van het land. ,,Een Algemene Periodieke Keuring voor auto’s van 50 jaar en ouder is niet alleen onnodig en dus weggegooid geld, maar ook lastig. Om een klassieker goed te kunnen beoordelen, moet je keurmeesters van de oude stempel hebben. Die zijn er steeds minder. De huidige generatie monteurs, die opgroeit met elektronica en vervangen in plaats van repareren, is geen gelukkige combinatie met oude auto’s. Stond een keer met pech langs de weg, zei de man van de Wegenwacht doodleuk: Als je zo’n oud ding hebt, moet er niet mee gaan rijden. Nou, daar sta je dan.’’

Precies, hebben auto’s naarmate ze ouder worden juist niet meer zorg en aandacht nodig? ,,Als er één soort auto’s goed wordt onderhouden, zijn het wel de oldtimers en klassiekers. De eigenaren zijn puristen, die hun auto koesteren en koste wat het kost in topconditie willen houden. Deze voertuigen worden echt vertroeteld en maar weinig gebruikt. Onderhoud wordt niet gezien als een noodzakelijk kwaad of een kostenpost, maar als een investering in het behoud van de auto én het mobiele cultureel erfgoed’’, zegt Van Rooijen.

Tien jaar geleden al ingevoerd

Tien jaar geleden werd de apk-vrijstelling voor ‘oude’ klassiekers al ingevoerd. Het was de bedoeling de wet te laten gelden voor voertuigen van 50 jaar en ouder. Het bouwjaar zou telkens een jaartje opschuiven, maar een administratieve fout zorgde ervoor dat ‘bouwjaar 1960 en eerder’ als vast gegeven werd opgenomen in de wet. De vrijstelling gold het jaar erna dus niet voor auto’s van 1961, het jaar daarna niet voor 1962 et cetera.

Met andere woorden: anno 2020 geldt de vrijstelling voor auto’s van inmiddels 60 jaar en ouder. En dat was niet de bedoeling.

Diverse autoclubs trokken aan de bel in Den Haag met de Federatie van Historische Automobiel- en Motorfietsclubs (FEHAC) voorop. En de aanhouders wonnen, want onlangs bevestigde verkeersminister Cora van Nieuwenhuizen dat de apk-vrijstelling voor auto’s van 50 jaar en ouder geldt vanaf 1 januari 2021.

Dat de regeling niet ten koste gaat van de verkeersveiligheid, is volgens de FEHAC de afgelopen jaren wel gebleken, toen een deel van de 50-plussers nog wel apk-plichtig was. Uit de overzichten van de RDW blijkt dat klassieke voertuigen veel minder vaak worden afgekeurd dan moderne auto’s. ,,Bovendien zijn deze voertuigen heel weinig bij ongevallen betrokken. Er is vrijwel nooit sprake van gebreken, die van invloed zijn op de verkeersveiligheid’’, stelt de FEHAC.

‘Voor veel eigenaren veel meer dan een auto’

Aan clubs als de Hondsrug, met honderd leden in vooral Drenthe en Groningen, de taak het belang onderhoud van de oude beestjes blijvend onder de aandacht te brengen. Maar dat is volgens Van Rooijen geen al te grote opgave: ,,Voor veel eigenaren is de klassieker veel meer dan een auto. Niet zelden is het voertuig al jaren in de familie en gaat over van vader op zoon.’’

‘Oude auto walmt en verbruikt minder met waterstof’

Een dikke rookwolk en een enorme walm. Het mag dan mobiel cultureel erfgoed zijn, stinken doen ze wel, die oude auto’s. Dat is wat veel mensen ervaren als ze achter een klassieker rijden. Ramen dicht en airco aan.

Maar, voert de eigenaar ter verdediging aan, de auto komt maar mondjesmaat op de weg en door de klassieker in beweging te houden, draagt hij of zij een steentje bij aan de instandhouding van het mobiele cultureel erfgoed. Opdat we niet vergeten dat in vroeger jaren, vóór de uitvinding van de windtunnel, niet alle auto’s op elkaar leken.

Er zijn liefhebbers die hun klassieker ombouwen tot elektrisch voertuig. Duur, ingrijpend en dodelijk voor het karakter van de auto, zo zeggen de puristen. Maar het kan ook anders, weet Jelle Stobbe. Zijn bedrijf HG Generatoren (meerkilometers.nl) in het Friese Terherne levert waterstofgeneratoren, die vrij eenvoudig aan een verbrandingsmotor kunnen worden gemonteerd.

,,Onder mijn klanten zijn veel eigenaren van klassiekers. Want hoe ouder de auto, hoe hoger het rendement. En het maakt niet uit of je diesel, benzine of lpg rijdt. Tijdens het rijden zet de generator gedistilleerd water om in waterstof en die wordt via de luchtinlaat toegevoegd aan het mengsel van zuurstof en brandstof. Het gevolg hiervan is een veel efficiëntere verbranding, die een brandstofbesparing van 20 tot 35 procent en veel minder uitstoot van schadelijke deeltjes oplevert.’’

Rob den Hartog uit Marum rijdt al een leven lang NSU Ro80, inmiddels mét toegevoegde waterstof. ,,Ik ben van huis uit garagehouder en sinds mijn brommertijd ben ik al bezig met zaken als stoominjectie. Mijn NSU van 1973 rijdt op lpg. Eigenlijk is de brandstofsoort niet relevant, het gaat er meer om dat de motor ‘ongeregeld’ is. Dus zo min mogelijk technische snufjes.’’

Het toevoegen van watergas bevalt hem goed. ,,Mooie techniek en het werkt perfect. De wankelmotor in mijn auto heeft een inhoud van krap duizend cc, maar leverde destijds al het vermogen van een drieliter-motor. Op benzine haalt-ie 1 op 7, op gas 1 op 5. Maar mét watergas zit ik weer op het oorspronkelijke verbruik. En hij walmt en stinkt een stuk minder, dus beter voor het milieu.’’

Stobbe levert zelfinbouwpakketten, die in prijs variëren van 240 tot 360 euro, al naar gelang de inhoud van de motor. Voor de handige sleutelaar, maar Stobbe heeft ook een lijst met inbouwadressen. En dat is maar goed ook, vindt Den Hartog. ,,Je moet wel weten wat je doet. Waterstof is een ontvlambaar gas. Als de cel niet stopt zodra je de motor uitzet, dan blijft die gas produceren. Als je dan een sigaret opsteekt, krijg je een behoorlijk bolle motorkap.’’

Bejaarde Mercedes oogt en ruikt nog als nieuw

De auto voor dagelijks gebruik op de oprit, de klassieker of oldtimer warm en veilig in de schuur. Zo gaat het niet alleen bij Fré Eggens in Westerbork en Yzoo Ypey in Ruinerwold, maar bij het gros van de eigenaren.

Eggens is gek op zijn auto, een Mercedes Benz 170 SA cabriolet uit 1950. De zwarte bolide met chromen lijsten en banden met witte wangen oogt niet alleen als nieuw, maar ruikt van binnen ook zo. ,,Deze auto is zeven jaar geleden volledig gerestaureerd. Alles, maar dan ook alles is aangepakt. Ondanks dat is de Mercedes van voor tot achter nog helemaal origineel.’’

Van de restauratie heeft hij een dikke map vol foto’s. In zijn drang naar perfectie ging hij niet over één nacht ijs. Zocht stad en land af voor de juiste materialen en vakkennis. Kwam daarvoor ook in Denemarken, Duitsland en Tsjechië terecht. ,,Ik ken de hele geschiedenis van deze auto. De zoektocht leverde mij nog veel meer mooie verhalen op. Dat is toch geweldig.’’

Zo is zijn statige cabrio af-fabriek uitgerust met enkele extra’s, zoals een kinderzitje en een destijds op maat gemaakte kofferset. Eén koffer ontbreekt. ,,De kinderen van de eerste eigenaar hebben die koffer gehouden als aandenken aan de auto van hun vader. De tweede eigenaar heeft van alles geprobeerd om die koffer in handen te krijgen, maar dat is hem niet gelukt. Op een beurs in Duitsland kwam ik een handelaar tegen met precies dezelfde koffers. Helemaal origineel, zei hij. Maar het merktekentje aan de binnenkant ontbrak, dus nep. Koop ging niet door.’’

‘We zijn er allemaal in getrouwd’

Yzoo Ypey uit Ruinerwold is al 47 jaar eigenaar van een Citroën Traction Avant. De ruim 80-jarige auto hóórt bij de familie. ,,Mijn vrouw en ik zijn erin getrouwd en onze kinderen ook.’’

Zo’n auto doe je niet weg, of toch? ,,Nou, er is een moment geweest, toen er grotere reparaties aan zaten te komen, dat we hebben overwogen de auto te verkopen. Een Renaultje 4 is ook leuk, zei mijn vrouw. De belangstelling voor de Citroën was heel groot. En naarmate de potentiële kopers enthousiaster werden, vroegen wij ons af: doen we hier goed aan? We hebben de auto niet verkocht, maar weer volledig laten restaureren. Mijn vrouw en ik hebben ‘m samen weer opgebouwd.’’

Mensen als Eggens en Ypey maken zo nu en dan een ritje. ,,Niet racen, maar toeren. Met m’n vrouw of in clubverband. Onderweg hebben we een hoop lol’’, zegt Eggens. En na een uitstapje kan Ypey nog dagenlang nagenieten. ,,Als de auto na en rit weer in de garage staat, kun je de speciale geur van olie en benzine nog dagen ruiken. Heerlijk.’’

In clubverband is er ook veel aandacht voor het onderhoud, maar dat is voor Ypey en Eggens een vanzelfsprekendheid. ,,Er hoeft maar één schroefje los te zitten en dan moet dat eerst worden hersteld. Deze auto gaat alleen de weg op als ie 300 procent in orde is.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu