Taliban loopt handelsstad Kunduz in Afghanistan weer onder de voet. Generaal Roland de Jong van 'de krachtpatser' uit Havelte leidde daar zelf een missie. 'Zorgelijk'

Generaal Roland de Jong van 43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte leidde in 2012 de politietrainingsmissie in Kunduz. Nu lopen de taliban de Afghaanse stad onder de voet. ,,Zorgelijk, op zijn zachtst gezegd.”

Commandant generaal Roland de Jong van 43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte.

Commandant generaal Roland de Jong van 43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte. Foto: Defensie/Aron Zwaal

De taliban hebben de belangrijke handelsstad in Noord-Afghanistan ingenomen. Op beelden zie je ze in en op Amerikaanse Humvee’s door de straten van Kunduz rijden. De talibanvlag hangt in top op het drukste kruispunt van de stad. Ze voeren gelijk de sharia in, meisjes mogen niet meer naar school en vrouwen dienen de nikab te dragen. En wie met de regerings- en coalitietroepen heeft samengewerkt wacht de strop.

Nederland stuurde van 2011 tot 2014 honderden militairen naar de stad aan de grens met Tadzjikistan voor een politietrainingsmissie. Veel militairen uit Havelte en Assen werden uitgezonden, niet alleen om de plaatselijke agenten op te leiden, maar ook de Nederlandse trainers te beschermen.

Na 20 jaar dreigt weer overheersing door taliban

Maar nu zijn de Nederlanders in het kielzog van de Amerikanen na 20 twintig jaar interventie helemaal vertrokken uit Afghanistan. En dreigt de situatie terug te vallen naar het beeld van voor inval van Amerika na de aanslagen van 11 september 2001. De taliban veroveren stad na stad en de vele krijgsheren in het land roeren zich.

Roland de Jong, nu generaal van de 43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte, had in 2012 de leiding over een van de Kunduz-missies. Hoe kijkt hij naar de huidige situatie in het land en Kunduz in het bijzonder? ,,Ik heb de beelden op tv gezien. Zorgelijk, op zijn zachts gezegd.”

Ik keek in Kunduz mijn ogen uit

Negen jaar geleden was Kunduz een stad waar de taliban was verdreven. De handel bloeide op, meisjes gingen naar school en vrouwen bekleedden voorname functies in de stad. ,,Ik zat drie jaar daarvoor in Uruzgan. Dat was een wereld van verschil. In Uruzgan passeerde je een man zittend tegen de muur en die zat er twee uur later nog precies zo. Mijn eerste dagen in Kunduz keek ik mijn ogen uit. Kinderen gingen met rugzakjes op naar school, het land werd bewerkt, de lokale rechtspraak werd hersteld en er reden veel auto’s door de stad. Wij hebben daar wel een stukje vooruitgang gebracht.”

Die vooruitgang lijkt nu verloren te gaan. ,,We hebben geprobeerd massa te creëren, dat zoveel mogelijk mensen in vrijheid konden leven. Dat het een buffer vormde tegen invloeden van groeperingen als de taliban. Hoeveel is die vrijheid de bevolking waard? Durven ze in verzet te komen.”

De witte raven zijn nog niet geland in Afghanistan

Veel uitgezonden militairen volgen de situatie in Afghanistan op de voet, merkt De Jong. ,,De mannen en vrouwen die er hebben gezeten, spreken er onderling over. Ook zij zijn bezorgd, maar wel realistisch. Het verbaast hen niet dat de taliban de macht dreigt over te nemen. Laten we wel zijn, de witte raven zijn nog niet geland in Afghanistan.”

Het door de NAVO getrainde leger en politie-apparaat lijkt niet in staat de taliban het hoofd te bieden. Dat was wel het doel van de vele trainingsmissies in het land: het Afghaanse leger en de politie zo goed opleiden en zo groot maken dat het strijd met organisaties als de taliban zelf aankon. Maar zonder luchtsteun van de Amerikanen en de andere coalitiegenoten lijkt het Afghaanse leger daartoe niet in staat.

Hun leven houdt op aan de andere kant van de berg

De Jong: ,,Afghanistan is meer dan de hoofdstad Kaboel. Het land is een lappendeken van etnische groeperingen. Er is geen sprake van goed bestuur. Lokale leiders hebben het in een groot deel van het land voor het zeggen. De regering in Kaboel zegt veel Afghanen niets. Hun leven houdt op aan de andere kant van de berg. Voor hen geldt het recht van de sterkste en daarbij sluiten ze zich aan. Ik ben benieuwd wat die krijgsheren doen, want zij vochten ook tegen de taliban.”

Is het Westen moreel verplicht alsnog militair ingrijpen nu de taliban de macht in het land dreigt over te nemen? De Jong: ,,Voorlopig even niet. De politiek is in gesprek en laten we kijken hoe de situatie zich ontwikkelt. Wat doet de bevolking en wat doen de krijgsheren? Destijds hebben ze zich verenigd om tegen de taliban te strijden. En Kunduz is na ons vertrek eerder in handen geweest van de taliban. Toen heeft het Afghaanse leger hen weer de stad uitgedreven, al was dat wel met hulp van coalitietroepen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu