Groningse Aaltje Boot ging via het verzet in Friesland naar de landelijke politiek en viert haar honderdste verjaardag in Drentse Zuidwolde

Waarnemend burgemeester Janny Vlietstra van De Wolden verraste de honderdjarige Aaltje Stavast-Boot met een dikke bos bloemen. Foto: Gerrit Boer

Het verzet speelde een grote rol in het leven van Aaltje Stavast-Boot, die dinsdag in het Tonckenshuys in Zuidwolde met familie én de burgemeester haar honderdste verjaardag vierde.

De in Pieterburen geboren en getogen Aaltje Boot verhuisde in de Tweede Wereldoorlog naar Friesland, waar ze in het verzet kwam. Ze werd koerier in de regio Gaasterland. Tijdens het gevaarlijke werk ontmoette ze Pieter Jan Stavast, haar latere man, met wie ze in 1946 trouwde. Kort daarna ging het jonge stel naar Den Haag. Hij ging werken voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Aaltje Stavast-Boot, die opgeleid was tot secretaresse, werkte eerst bij de Boekencentrale. Ze had verschillende banen, maar haar werk voor de toenmalige politieke partij DS70 was wel de leukste baan. ,,Als fractie-assistente werkte ze nauw samen met Willem Drees junior. Dat vond ze geweldig’’, zegt haar zoon Wiebe.

Tot drie jaar geleden woonde Aaltje nog zelfstandig

Na hun pensionering ging het echtpaar Stavast-Boot terug naar het Noorden. Eerst naar Vledder, later naar Diever, waar Pieter Jan in 1988 overleed. Tot drie jaar geleden woonde Aaltje Stavast-Boot nog zelfstandig in een appartement in Assen, dat ze vanwege haar leeftijd verruilde voor het Tonckenshuys in Zuidwolde.

,,Tot op hoge leeftijd heeft mijn moeder zich ingezet voor de Stichting ‘40-’45. Ze was ver in de negentig toen ze nog slachtoffers van de oorlog thuis bezocht. Ze was ook altijd een heel fitte vrouw. Het is nog maar een paar jaar geleden dat we behoorlijke wandelingen maakten. Het Drenthepad, Pieterpad. Daar genoot ze van.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu