Heiderunderen op Drentsche Aa zijn genetisch eigen ras, melden Wageningse onderzoekers. Hun waarschuwing: pas op voor inteelt

Heiderunderen die op de heide van nationaal park Drentsche Aa grazen, zijn een zeldzaam eigen ras. Dat concludeert Wageningen Universiteit op basis van DNA-onderzoek. Het voortbestaan van de koe is kwetsbaar.

Herder Coos Drost loopt met haar heidekoeien in de buurt van Schipborg.

Herder Coos Drost loopt met haar heidekoeien in de buurt van Schipborg. Foto: Marcel Jurian de Jong

Op de Drentse heide grazen zo’n 45 heidekoeien. Wie van een afstandje kijkt, ziet doodnormale zwart-witte melkkoeien. Oké, ze hebben hoorns en iets kleinere uiers, maar verder lijken ze niet uniek.

Schijn bedriegt. Dit is een eeuwenoud ras, dat aan de basis staat van de moderne melkkoe. Het Wageningse onderzoek bevestigt nu dat de heidekoe een eigen ‘populatie’ is die genetisch duidelijk onderscheiden kan worden van andere rassen. Ook van rassen die er later uit voortkwamen, zoals de Fries-Hollandse zwartbonte (melk)koeien en de Holstein-Friesian, die nu de meest gehouden melkkoe in Nederland is.

„Ooit liepen veel van deze runderen hier op de hei”, vertelt herder Julie Teunen. Mensen hielden ze voor vlees, melk en bemesting en niet – zoals vandaag de dag – voor één doel, zoals flinke uiers of veel vlees. „De koeien zijn later massaal verdwenen. Overbodig door kunstmest en andere agrarische verdienmodellen.”

Teunen is blij met de wetenschappelijke erkenning van de heidekoe als ras. Zo kan het dier de status ’zeldzaam huisdierras’ krijgen en komt het eerder in aanmerking voor rijksgeld als bescherming nodig is bij een ziekte-uitbraak.

Vullen schapen aan en horen bij landschap

Nieuws

menu