Het Drentse Landschap: een uitdijende monumentenreus

Stichting het Drentse Landschap lijkt in de race te zijn om panden van de voormalige strafkolonie Veenhuizen over te kopen van het Rijksvastgoedbedrijf. Daarmee breidt de stichting haar bezit flink uit. Waar doet zij dat van?

Het Drentse Landschap breidt haar bezit mogelijk flink uit met de aankoop van monumenten in Veenhuizen. Foto Marcel Jurian de Jong

Het Drentse Landschap breidt haar bezit mogelijk flink uit met de aankoop van monumenten in Veenhuizen. Foto Marcel Jurian de Jong

Wanneer de naam van Stichting het Drentse Landschap valt, beheerder van bijna 9.000 hectare natuur in Drenthe, denk je niet meteen aan een organisatie die zich bezighoudt met vastgoed. Maar wie de indrukwekkende lijst met bezittingen van de stichting bekijkt, stelt die gedachte heel snel bij.

Grote slag

Ruim 330 gebouwen, 22 hunebedden en vele andere archeologische objecten zoals grafheuvels. Het bezit van de stichting is omvangrijk en groeit elk jaar gestaag. En nu het Rijksvastgoedbedrijf een groot deel van de gebouwen van de voormalige strafkolonie in Veenhuizen van de hand doet, lijkt het Drentse Landschap een grote slag te kunnen slaan.

De stichting is namelijk al een tijdje in gesprek met het Rijk en de lokale overheden, om te bekijken of ze een rol kan spelen als beheerder van dit omvangrijke monumentaal erfgoed. Er wordt gekeken of er mogelijkheden zijn om een regionale monumentenorganisatie op te zetten, die een personele unie met het Drentse Landschap kan vormen, om zo het erfgoed te kunnen beheren.

Trend

De mogelijke aankoop van monumenten in Veenhuizen passen in de trend van de laatste jaren, waarin het Drentse Landschap zich ontwikkelt tot een grote speler op de ‘monumentenmarkt’. De stichting is bezig dé trustorganisatie te worden voor Drentse gebouwen en monumenten met cultuurhistorische waarde, wil deze beschermen en loopt voorop als het gaat om het in gebruik geven en ‘vermarkten’ van dit erfgoed.

„Een monument heeft er baat bij dat het gebruikt wordt”, zegt Jermo Tappel daarover. Hij is adviseur monumenten en gebouwenbeheerder bij het Drentse Landschap. „Veel gebouwen die we overnemen zijn echter niet rendabel en worden daarom afgestoten door de eigenaar. Wij proberen die panden toch te behouden, als wij vinden dat ze beeldbepalend zijn of een cultuurhistorische waarde hebben voor Drenthe.”

Onrendabele monumenten

Veel panden van het Drentse Landschap worden verhuurd als woon- of werkruimte, of bijvoorbeeld als horecagelegenheid of vergaderlocatie. Maar er zijn ook panden, zoals molens, waarbij de inkomsten vrijwel nooit opwegen tegen de hoge onderhoudskosten. Daarvoor heeft de stichting een goede oplossing gevonden, legt Tappel uit.

„Sinds een aantal jaren beheren wij het Fonds Onrendabele Monumenten Drenthe. In dat fonds stoppen wij de zogenaamde ‘bruidsschat’ die wij meekrijgen wanneer wij een onrendabel monument overnemen, bijvoorbeeld van een kerkgemeenschap. Ook subsidies die wij krijgen voor het onderhoud gaan in dat fonds. Met het rendement van de beleggingen die we met het geld doen, onderhouden we de monumenten die zelf niet genoeg opbrengen.”

Bod

Met deze beleggingen gaat het de laatste tijd crescendo, voor de Onrendabele Monumenten bedroegen de reserves op 31 december 2017 bijna 1,2 miljoen euro. In totaal had het Drentse Landschap op die datum ruim 11,1 miljoen euro aan reserves op de bank staan. Ook de verhuur van panden levert per saldo meer op dan de kosten van het onderhoud.

Hoewel Tappel daarover niets kan bevestigen of zeggen, is dit reden te meer om aan te nemen dat het Drentse Landschap, al dan niet met enkele partners, binnen een jaar een succesvol bod zal uitbrengen op het erfgoed van Veenhuizen. Voor de bewoners van Veenhuizen op voorhand geen slecht teken. Tappel: „Wij zetten erfgoed in om van betekenis te zijn voor de samenleving en de gebouwen die wij in bezit hebben, moeten plaatselijk gedragen worden. Alleen op die manier kun je de monumenten in stand houden.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu