Hoe is het nu met 'Mister Veenhuizen' Hans van der Laan? 'Alles wordt minder, maar het voetbal wel heel erg'

Voormalig burgemeester van Noordenveld Hans van der Laan in het oude centrum van Roden. Foto: Peter Wassing

Waar zijn ze gebleven? Inwoners van Drenthe die uit de spotlights verdwenen praten je even bij. Vandaag voetballiefhebber Hans van der Laan (70) uit Groningen, voormalig burgemeester in Noordenveld, Dwingeloo en Eemsmond.

Hoe is het met u?

,,Ik mag niet klagen, het gaat best goed. Ik word 71 en kan en mag alles nog. De afgelopen twee jaar heb ik in Groningen gewoond, maar we hebben met onze dochter en haar gezin een boerderij gekocht in Roden. De stad beviel wel, maar dat werd minder in coronatijd. Ik miste de reuring, het contact met de mensen. Zo steek in in mekaar: ik praat graag even bij met mensen. Maar, zoals gezegd: ik mag niet klagen. Ik ‘voetbal’ nog altijd, hoewel het nu meer achter een bal aanrennen is.” Lachend: ,,Alles wordt minder, maar het voetbal wel heel erg.”

Over voetbal gesproken. Bij uw afscheid na 35 jaar burgemeesterschap in 2013 liet u optekenen dat u wel scout van FC Groningen zou willen zijn. Hoe is dat afgelopen?

,,Daar is niks van terecht gekomen. Dat is ook mijn eigen schuld hoor, ik ben er niet achteraan gegaan. Het vak is ook zo geprofessionaliseerd. Ik heb er wel even aan gedacht, maar nee.” Van der Laan schudt zijn hoofd. ,,Ook het idee om dan met een opdracht op pad te gaan... Nee.”

U nam in 2003 het initiatief om Veenhuizen voor te dragen voor de lijst van Unesco-werelderfgoed. Deze zomer wordt na al die jaren een besluit genomen over Veenhuizen, maar ook Frederiksoord en Wilhelminaoord.

,,Dat moet nu wel goedkomen, denk ik. Ik word nog steeds geïnformeerd als er wat gebeurt, dan krijg ik een telefoontje. Dat vind ik erg leuk. Toen ik in 2003 begon verklaarden sommigen me voor gek. Dat vind ik wel logisch, bij Unesco denk je aan de Chinese Muur en de Taj Mahal. Maar ook de Koloniën, voorbeelden van een uniek systeem dat bovendien is terug te zien in het landschap, passen ertussen.”

Hoe belangrijk is de toekenning voor u?

,,Het is de kers op de taart. Ook het proces er naartoe heeft al zoveel opgeleverd. Veenhuizen was tien jaar geleden compleet verwaarloosd. Om een idee te geven: ik bezocht één van de panden die nu onderdeel zijn van hotel Bitter & Zoet. Ik durfde de trap naar boven gewoon niet te nemen. Het was echt héél ver heen. De stap richting Unesco had ook niet veel langer moeten duren. In minder dan tien jaar tijd is 60 miljoen euro geïnvesteerd in Veenhuizen. Niet vanuit de gemeente, dat is vrijwel allemaal extern geld: ongelofelijk veel voor zo’n klein dorpje.”

Op welk moment uit uw lange carrière kijkt u met het meeste plezier terug?

,,Daar moet ik even over nadenken. Misschien toch wel Veenhuizen. Maar ook het moment dat we, ik was toen burgemeester van Dwingeloo, schaatser Roberto Sighel onder contract hadden. Hij was wereldkampioen en ik las in de krant dat hij geen sponsor had. Ik heb toen rondgebeld en gezegd: wij willen hem wel sponsoren. De ondernemers in Dwingeloo zijn geld gaan inzamelen, de gemeente heeft 1000 gulden bijgedragen. Daar hebben we zoveel publiciteit mee gehaald en zoveel mee beleefd, prachtig. De Italiaanse bond vond het trouwens maar niks dat dat dorpje in Nederland hún wereldkampioen sponsorde. Daarom bleef het bij één jaar.”

Wat anders: in uw carrière is geen enkele wethouder gesneuveld. U bent een ervaren bestuurder die de harmonie kan bewaren of herstellen. Is er nooit een beroep op u gedaan?

,,Nee. Soms denk je wel: hé, daar had ik wel gepast. Ik zou bijvoorbeeld graag in Loppersum hebben waargenomen. Daar ben ik geboren en getogen. Maar voor een waarnemersfunctie kan je niet solliciteren en iemand anders werd benoemd. Ik weet achteraf ook niet of dat erg is. Besturen in coronatijd is wel heel erg lastig, zeker als waarnemer.”

Zegt u hiermee dat u beschikbaar bent?

,,Nee. Ik word 71.”

En als Eemsdelta (waar Loppersum sinds de herindeling onder valt, red.) u over drie maanden belt?


,,Dan zou ik daarover moeten nadenken. Nee, ik denk niet dat het handig is. Weet je, de wereld ontwikkelt zich zo snel verder. Die problemen met jeugdzorg bijvoorbeeld, dat is een onderwerp waar ik bijna niet te maken mee heb gehad.”

Terug naar het voetbal. Hoe gaat het met het burgemeesterselftal dat u in de jaren 80 oprichtte?

,,Ik ben nog bestuurslid. Ik heb het ooit opgericht en ik vind dat ik het trouw moet blijven, maar ik vrees voor het voortbestaan. Toen het elftal begon waren er nog 800 gemeenten, nu zijn dat er nog 350. Vroeger was je bijna kansloos om burgemeester te worden als je ouder was dan 55 jaar, dat is ook niet meer zo. Het houdt niet over qua jonge aanwas. Door corona is de laatste wedstrijd al een tijd geleden. Daar mocht ik nog aan meedoen. Dat zegt genoeg, vrees ik.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu